Pulled Apart By Horses

Door Maartje Buise 8 november 2010 2

pabh Pulled Apart By Horses“Hallo? Ja, het interview vanmiddag is verzet naar vier uur. De band was vergeten dat ze al om half zes het podium op moeten.” Het kwartet uit Leeds zal nooit de meest professionele band worden, wat ontegenzeggelijk zijn charme heeft. Dit maakt ook dat bij hen de kleedkamer inlopen een warm bad is. Alle vier, plus producer James Kenosha en tourmanager Lee Laverack, zitten ze keurig klaar met voedsel en een koelkast vol bier.

Meteen is ook duidelijk dat het eigenlijk meer ouwehoeren gaat worden dan een simpel interviewtje. Het gaat goed met Tom, James, Lee en Rob. Hun self-titled debuut album gooit overal hoge ogen en ze zijn op dit moment aan het touren met Anti-Flag. Over twee weken volgt een headline tour door Engeland met Gay For Johnny Depp en Young Legionnaire als supports. Twee maanden geleden mochten ze voor Muse openen in het Wembley. Niet echt gemakkelijk, als je vuige rock en roll maakt. Drummer Rob: “Voor publiek spelen dat ons niet kent en waarschijnlijk niet uit zichzelf naar onze muziek zou gaan luisteren is altijd een uitdaging. We hebben het nu ook met deze tour, ondanks dat Anti-Flag op het eerste gezicht meer op ons lijkt dan Muse. Het trekt heel andere fans dan Pulled Apart By Horses normaal zou doen, we zijn geen punkers. Maar in elke zaal is de respons tot nu toe best aardig. Al zijn het maar een paar mensen die stoppen met verward kijken en mee beginnen te doen, dat voelt dan toch een beetje als een overwinning. De beste show op deze tour was tot nu toe Barcelona. We hadden daar afgelopen jaar al een keer een show gedaan.”

Afgelopen zomer bestempelen ze zelf als best relaxed. Ze hebben eigenlijk tegen de verwachtingen in maar een stuk of drie echte festivalshows gedaan. Rob roept iets tegen voorman Tom over een Pools festival, de allereerste keer dat ze daar speelden. Een bijzondere ervaring. Tom: “We hebben het daar echt enorm naar ons zin gehad. Maar op den duur moesten we de kleedkamer uit, omdat er nog een band na ons kwam, dus toen hebben we de koelkast leeggehaald en zijn we buiten gaan zitten met een grote berg eten en vooral veel bier en andere dranken om ons heen. Stonden we een beetje besmuikt te kijken.” Gitarist en professionele stuiterbal James: “Dus toen zijn we maar buiten verder gaan drinken. We hebben toen ook, zonder dat we het echt door hadden, de Flaming Lips ontmoet.” Tom vult hem weer aan, terwijl de rest dubbel licht om de herinnering: “Maar op een gegeven moment stond er een man voor ons, een beetje te kijken. Dus wij een praatje maken en toen vroeg hij of we hem niet kenden. Bleek het Jonathan Poneman, de baas van het Sub Pop label te zijn. Hij vond ons wel heel leuk gelukkig.”

Maartje PABH Pulled Apart By Horses

Ook het Belgische Pukkelpop werd veroverd. Afgelopen maart kondigden ze na de show met maatjes Blood Red Shoes te Amsterdam al aan ROARezine aan daar te spelen. Net voor Laura-Mary en Steven van Blood Red Shoes de grote Marquee tent aldaar plat legden, stonden de mannen uit Leeds in de vermaarde Shelter tent. James: “Het was altijd al een droom van ons om op Pukkelpop te spelen. We hoorden altijd van Blood Red Shoes dat het geweldig was en de line-up is elk jaar goed. Jammer dat we de dag er na niet mee gegaan zijn naar Lowlands.” De dag erna zaten ze alweer terug op de boot naar Engeland. Die boot is een grootse inspiratiebron, gezien de geïmproviseerde en spontane videoclip voor ‘I’ve Got Guestlist to Rory O’Hara’s Suicide’ die ze daar vorig jaar opnamen. James inspecteert ondertussen zijn voet nog maar eens. Een paar dagen geleden sprong hij, jawel, vanaf een boot op de kant en blesseerde zijn enkel daarbij. Het is nog steeds dik maar Franse doktoren zeiden dat er niks aan de hand was. De gitarist kan zich sowieso de laatste keer dat hij pijnvrij was niet herinneren, al blesseert hij zich over het algemeen tijdens een van zijn bokkensprongen bij een optreden. Dat hoort er bij. Hij is de echte blikvanger van de groep en ook degene die het vaakst bij de merchandise tafel te vinden is. Tom: “In Leeds kent iedereen James en James iedereen. We noemen hem The King of Leeds. Maar nu is hij The King of Amsterdam.” James: “Ja, ja schrijf dat op! King James of Leeds.”

Maar door het drukke bandleven is Pulled Apart By Horses wel vaak van huis. Allen hebben ze een vriendin, Rob is enkele maanden geleden zelfs vader geworden. Zijn dochtertje slaapt inmiddels in mini Pulled Apart By Horses shirtjes. Ze missen hun familie wel maar dit is volgens alle vier gewoon hun droombaan. En hierdoor gaan ze hun thuis bovendien meer waarderen. Lee: “Al voelt het soms wel gek om weer terug in Leeds te zijn. Weer in het gewone leven, zelf koken, naar de bioscoop gaan. Maar we zijn gelukkig sowieso nooit zo lang of ver van huis dat we er vervreemd van raken.” Als de band tourt bestaat de dag vooral uit wakker worden in een simpel hotel, het busje in en uren rijden naar de volgende bestemming. En dat alles over het algemeen met een kater, bij minimaal een van de bandleden. Hoe houden de feestbeesten dit vol? Tom, die naast zang- en gitaarwerk ook veel van de artwork verzorgt: “Ik zelf kijk eigenlijk vooral de hele dag zombie films op mijn laptop. Van die oude, klassiekers. Mijn favorieten zijn dingen als Friday the 13th en de originele Dawn of the Dead. Met veel surrealisme. Ik haal er inderdaad ook inspiratie voor mijn songteksten en tekeningen uit.” Die songteksten komen sowieso overal vandaan. Zoals het zinnetje “There ain’t nothing to it, but to do it” in de nieuwe single ‘Yeah Buddy’, eindeloos uitgesproken door bodybuilder Ronnie Coleman.

Inmiddels is het nog maar een half uurtje voor dat ze het podium opmoeten. James heeft ondertussen gedouched en zich geschoren. Producer James Kenosha, ook bekend van het Nederlandse Kensington en de Engelse band Grammatics, heeft de setlist voor vanavond uitgeprint en loopt wat heen en weer. Rob zit achter zijn laptop, de rest drinkt nog een biertje. Ze vertellen over de laatste show in Amsterdam, die met Blood Red Shoes in maart, waarbij ze voor vijfhonderd euro whiskey en wodka bij de Paradiso bestelt hadden in de veronderstelling dat dit gratis was voor bands. Het lijkt zo onbezorgd, maar de heren zitten naast het touren zoveel mogelijk in de oefenruimte. Ze zijn dan ook elk optreden strakker en de groei die ze binnen een jaar doorgemaakt hebben is enorm. Dus volgend jaar dan zelf de Melkweg maar eens uitverkopen? Tom: “We willen in 2011 wel weer gewoon een nieuw album uitbrengen, dus er moet nog veel geschreven worden. Verder gaan we dan in ieder geval wel gewoon lekker veel festivallen!” Gezien ze begin 2011 al voor een Australisch festival geboekt zijn moet dat zeker lukken. Als ik een kwartiertje na de show terug keer in de kleedkamer ligt er een lege wodka fles en komen er twee Duitse meisjes langs met een speciaal gemaakte Pulled Apart By Horses taart. Met die populariteit komt het, en geheel terecht, wel goed.

  • Daniël de Borger

    Leuk interview;-)!!

  • Willem

    Album is echt retevet.