Deborah Klaassen

Door Jasper Wijker 22 december 2010 1

Deborah Klaassen Logo Deborah KlaassenVoor velen is het een droom en zal het een droom blijven: jong debuteren met een goed ontvangen boek. Deborah Klaassen heeft haar droom weten te realiseren met Bek Dicht en Dooreten. Klaassen is gelukkig de beroerdste niet en beantwoord graag een aantal van onze vragen. Weliswaar via de e-mail want ze woont momenteel op het Euro-loze eiland in de Noordzee: Engeland.

Tot haar vierentwintigste heeft Klaassen ‘gewoon’ in Leiden doorgebracht. “Daar heb ik leren lopen, fietsen, zwemmen, tennissen, paardrijden, vioolspelen, en natuurlijk lezen en schrijven.” In 2008 is daar verandering in gekomen en is Klaassen de Nederlands-Engelse grens gepasseerd om aan haar roman te werken en nu die in de winkels ligt is ze alweer verhuisd. “Een paar maanden geleden ben ik naar Cardiff (Wales) verhuisd om nummer twee de ruimte te geven.” Als laatste wil ze nog toevoegen: “Mijn laptop draait op Ubuntu en de laatste band die ik live gezien heb was Pearl Jam, tijdens Hard Rock Calling in Hyde Park.”  De dromen die je als kind hebt, komen niet altijd uit. Of beter gezegd: komen bijna nooit uit. Klaassen mag zich één van de gelukkige noemen die wel haar droom heeft verwezenlijkt.“Of je als kind nou leeuwentemmer, prof voetballer, stuntman of schrijver wilde worden, je omgeving zal je ambitie niet erg serieus genomen hebben. De meeste ouders spelen het spelletje eerst een paar jaar mee, maar tegen de tijd dat ze Sinterklaas ontmaskeren moet je ook ineens gaan inzien dat je dromen onrealistisch zijn. Op een gegeven moment drong het ook tot mij door dat er meer kinderen op mijn verjaardagsfeestjes kwamen dan dat er auteurs in Nederland waren die van hun boeken konden leven. Toch bleef schrijven mijn enige echte ambitie.”

Maar waarom heeft Klaassen besloten om in Engeland te gaan wonen? Een boek schrijven kan toch ook gewoon in Nederland? “Ik ging filosofie studeren om iets te zeggen te hebben (dat leek me een voorwaarde om een boek te schrijven dat mensen willen lezen), en deed journalistiek om gecompliceerde zaken eenvoudig te leren verwoorden. En toen ik na mijn master filosofie ontdekte dat ik in Engeland een master Creative Writing kon volgen en als afstudeerscriptie een roman zou schrijven wist ik dat dat me opnieuw een stap dichter bij mijn dromen zou brengen.” Nu woont ze al een paar jaar in Engeland en ligt haar eerste boek in de schappen.

Deborah Klaassen met quote Deborah Klaassen Schrijven

Klaassen is geboren met een pen. “Ik schrijf al langer dan ik me herinner. Als je mij vroeger een A4′tje en een potlood gaf, ging ik een verhaal schrijven in plaats van een tekening maken.” Er is zelfs bewijs van. “Mijn oma heeft een van mijn eerste verhaaltjes bewaard en in een foto album geplakt, heel schattig.” Voor de ervaren schrijfster zit het verschil tussen een kort verhaal en een roman in de titel. “Als ik korte verhalen schrijf begint het meestal met een goede titel, bijvoorbeeld  “De kleine man die zich veilig waande tussen zijn boeken” of “Roken, Neuken en Alfabetboeren”.” Maar Bek Dicht en Dooreten is een roman en is het dus niet allemaal begonnen met een titel. “Ik heb eerst het verhaal geschreven en de titel kwam echt pas op het laatste moment. Mijn werktitel was “the tale of the fairy teeth”, echt vreselijk. Pas op het laatste moment wist ik het ineens: “Shut up and eat!””

Klaassen heeft geen vast voorbeeld. Het is afhankelijk van welk boek ze op dat moment leest. “Iedere dag zou ik een ander antwoord kunnen geven. Op het moment lees ik IJsland, van Ronald Giphart, en is hij dan ook de eerste waar ik aan denk. Ik was al groot fan van hem toen ik op de middelbare school zat vanwege de toon die hij wist aan te slaan. Zijn boeken lazen vloeiend, maakten me aan het lachen en ze zetten me aan tot nadenken. Hij was de eerste schrijver aan wiens boeken ik mijn zakgeld uitgaf.” Ondanks haar liefde voor deze Nederlandse schrijver is Klaassen naar Engeland verhuisd om daar een studie Creative Writing te volgen. Na het behalen van die studie, brengt ze een Nederlandstalig boek uit. Waarom dan een Engelstalige studie volgen? Het antwoord is heel simpel: “De studie wordt simpelweg niet aangeboden in Nederland.”

Eerder geïnterviewde schrijvers John Verdon en Judith Visser schreven nog ‘ouderwets’ met een pen. “Ik schrijf een dagboek en dat doe ik het liefst met de vulpen die ik voor mijn afstuderen heb gekregen van mijn tante.” Klaassen weet zelfs in haar interview spanning op te bouwen. “Maar fictie typ ik bijna altijd direct op mijn netbook. Teksverwerker: Open Office. Microsoft vertrouw ik niet meer, dat is te vaak vastgelopen terwijl ik een nieuw verhaal nog geen naam heb gegeven of nadat ik een dag geredigeerd heb zonder op te slaan. Ik weet dat het mijn eigen schuld is,  maar ja, opslaan tijdens het schrijven is toch een beetje als friemelen met condooms.” Schrijven heeft zijn voordelen, ook de jonge debutante weet dat. “Het fijne van schrijven is dat het overal kan. Je kunt het begin van een verhaal op de fiets of tijdens het hardlopen verzinnen – en het voor jezelf blijven herhalen tot je thuis bent en het op kunt schrijven. Dat is een uitstekende manier om gepolijste passages te schrijven.” Voor Klaassen was het niet moeilijk om te beslissen waar ze zou gaan schrijven. De 26-jarige heeft namelijk een vriendje die in een café werkt en de hele dag gratis koffie schenkt. “Bek dicht en dooreten! heb ik grotendeels in de Portobello Gold, een pub in Notting Hill, geschreven. Ik denk altijd dat het handig is om dingen op het internet te kunnen opzoeken tijdens het schrijven, maar in de praktijk word ik vaak juist alleen maar afgeleid als ik eenmaal begin met surfen. In de pub had ik geen toegang tot het internet en ging het schrijven geweldig.”

Bek Dicht en Dooreten

Een boek over een au pair in Londen die in allemaal zeer vervelende situaties terecht komt. Het boek lijkt erg veel weg te hebben van de grootste angsten van Klaassen zelf. “Ja, dat zou je wel kunnen zeggen. Ik had tijdens het eerste trimester van de master ontdekt dat ik erg goed was in het schrijven van horror scenes, dus toen ik aan mijn roman wilde beginnen heb ik mezelf afgevraagd: wat is het meest gruwelijke dat ik kan verzinnen, wat is er zo erg dat ik het me nauwelijks kan voorstellen? Vervolgens heb ik de rest van het boek daarnaartoe geschreven.”  Het hoofdpersonage is niet zonder reden wie ze is. “Ik heb van de hoofdpersoon ook een Nederlands meisje in Londen gemaakt zodat ik mijn eigen observaties als onderzoek kon gebruiken. Ik had immers maar een paar maanden om het boek te schrijven!”

Zoals Klaassen eerder al uitlegde, bedenkt ze de titel voor een roman meestal achteraf. “Toen ik mijn eindscriptie bijna moest inleveren begon het tijd de worden dat ik de belabberde werktitel “the tale of the fairy teeth” door iets pakkends zou vervangen. Ik heb er een leeg vel papier bij gepakt en begon zo veel mogelijk titels op te schrijven die een of andere manier bij het boek pasten. Het werd geen net lijstje maar een soort tag cloud. Sommige titels werden groter dan anderen, sommigen stonden expres ver uit het midden… echt een ongeregeld zootje. Toen het vel vol stond met kreten en er geen woord meer tussen paste was het me eigenlijk al duidelijk welke het zou worden: Shut up and eat!” Dit brengt ons meteen bij het belangrijkste thema van Bek Dicht en Dooreten: de tanden van Laura. Om de horrorschrijfster aan de tand te voelen, vroeg ik haar wat zij zelf met tanden heeft. “Ehm, ik poets de mijne twee keer per dag en ik let erop dat ze niet in dierlijk weefsel terecht komen. Ik heb al ongeveer veertien jaar geen vlees gegeten.”  Ze heeft haar woordje klaar en staat zeker niet zomaar met haar mond vol tanden, maar wat Deborah Klaassen echt met tanden heeft, zal waarschijnlijk voor altijd een goed bewaard geheim blijven.

Voor Klaassen zelf waren de gruwelijkheden Bek Dicht en Dooreten! ook gruwelijk. “Ik stond er zelf ook vaak versteld van. Als je een goed gesprek met iemand voert, vertel je vaak allerlei dingen die je van te voren niet bedacht had, en ook als je ruzie hebt roep je dingen waarvan je niet weet waar ze vandaan komen. Met schrijven is het voor mij net zo,” legt de ex-Londenaar uit. “Het verhaal ontrolt zich gewoon. Soms willen dingen gebeuren waarvan ik denk: nee, niet in mijn boek! Maar als ik het dan wil tegenhouden sta ik als schrijver met mijn bek vol tanden.” Naast de horror is ook het Jodendom een belangrijk thema in het boek en tijdens de boekpresentatie werd zelfs Joodse muziek gespeeld. “Leuk was dat, he, die klezmer muziek?” reageert debutant Klaassen over de muziek op haar boekpresentatie. “Zelf ben ik niet Joods, maar een van mijn beste vriendinnen is wel zo opgevoed. Laura’s grootste probleem is dat ze zich een buitenstaander voelt. Om die situatie te creëren was deze Joodse familie het ideale gastgezin, want wat je ook doet, als je niet Joods geboren bent zal je ook nooit echt opgenomen kunnen worden door deze cultuur.”

Hoofdpersonages zijn altijd erg belangrijk in een verhaal. Als schrijver bouw je (bijna) een band op met deze fictieve personen. De naam die je het middelpunt van je verhaal toedicht is daarom een redelijk belangrijke keuze. Debutant Klaassen is echter niet heel kieskeurig wat betreft namen. “Omdat ik het boek oorspronkelijk in het Engels schreef, maar de hoofdpersoon een Nederlandse is, zocht ik naar een normale naam die goed klonk in beide talen. Verder wilde ik haar niet naar mezelf of een van mijn vriendinnen vernoemen.”

De passage die Klaassen het leukst vindt, heeft ze voorgelezen tijdens de uitreiking van de Nieuwegeinse Literatuurprijs. “Toevallig heeft iemand daar een filmpje van op YouTube gezet. Laura komt op een feestje in Londen een andere Nederlander tegen. Door het gesprek dat ik voorlees komen we er precies achter wat voor mens hij is en hoe zijn verhouding met Laura ligt.” Het filmpje dat gemaakt is van de voordracht staat op het internet.

Super Kracht

Ook Klaassen vraag ik de vraag die ik iedereen stel: welke super kracht zou je willen hebben? “Ik zou graag de tijd kunnen manipuleren. Het lijkt me geweldig als ik een paar uur extra zou kunnen nemen wanneer dat mij uitkwam, terwijl de rest van de wereld stil stond. Of als ik de tijd kon vertragen, zodat het lijkt alsof ik keihard kan rennen.” Klaassen ziet zichzelf echter niet als een tijdreizigster. “Terug in de tijd kunnen gaan en het verleden veranderen – nee, dat zou ik niet willen kunnen. Daar zou ik aan kapot gaan.”