Nicolas Jaar, éénentwintig lentes jong en nu al een uitverkocht Paradiso. Deze jongen uit New York, die de eerste helft van zijn korte leven in Chili doorbracht nam een stukje van dat land mee naar de States, namelijk de muziek van zijn grote voorbeeld, minimal techno DJ Ricardo Villalobos. Niet dat de muziek van Jaar’s hand automatisch in dat hoekje past. Nicolas doet namelijk iets nieuws. Hij combineert deephouse beats met fragmenten van oude Franse chansons, field recordings, hip-hop beats en jazzy sounds. Juist, dit moet je beleven.
En Amsterdam heeft het beleefd. Met ruim 1400 gasten is Paradiso nog nooit zo vol geweest. Misschien een beetje té vol. De ellebogen-en-blik-naar-voren-manoeufres van sommige gasten gaat niet zonder irritatie in het publiek. Iedereen wil zo dicht mogelijk bij het podium staan om de volle experience mee te krijgen. Terwijl Thomas Martojo van Dekmantel het nu al warme publiek nog meer klaarstoomt staat er een uil op het podium naar ons te staren. Decoratief of functioneel, daar komen we straks achter.
Nicolas Jaar heeft vanavond een band meegenomen en met zijn vieren staan ze in een cirkel met de gezichten naar elkaar toe. Niet alleen vormt het een mooie eenheid, ook komt het met live geproduceerde electronische muziek aan op goede timing, en zo kan iedereen dirigent Jaar goed volgen. Met een spacy intro hebben ze vijf minuten nodig om de volledige aandacht van het publiek te krijgen. Maar wanneer Nicolas er een dikke beat onder gooit en het aantal beats per minute opvoert, geeft hij hiermee het teken dat de Jaar ervaring kan beginnen. Nieuwe tunes worden afgewisseld met liedjes van het debuut-album Space Is Only Noise, en met de top-hits op YouTube, zoals ‘El Bandido’. Wanneer iedereen in het publiek een beetje dansruimte voor zichzelf heeft gecreëerd of de wilddansende lijven van zijn buren heeft geaccepteerd, gaan we samen een memorabele ervaring tegemoet. De eerste bekende klanken zijn van ‘Too Many Kids Finding Rain In The Dust’, waarbij de saxofoon flink hard wordt gezet en menig bezoeker kippenvel bezorgt.
Het publiek geniet, en het is duidelijk dat de jongens op het podium dat ook doen. De grote glimlachen op hun gezichten benadrukt de goede dynamiek tussen Nicolas en zijn band. Nicolas moet het niet van zijn zangkwaliteit hebben, maar de lyrics in zijn verrassend lage stemgeluid zorgen voor een mysterieuze sfeer. Ritmes worden regelmatig afgewisseld, en verschillende muziekstromingen worden feilloos gecombineerd; van zwoele sexy house naar harde dubstep. Mensen op het bovenste balkon pakken op afstand hun portie Jaar liefde mee, terwijl andere mensen nog dichter bij Nicolas willen komen en het podium opklimmen. De podiumuil wordt een paar keer hard geslagen en produceert een zwaar geluid.
Plotseling loopt de band weg en vraagt het publiek natuurlijk om een toegift. Jaar komt alleen terug en donker Paradiso voelt ineens intiem aan. Een speech van Jimi Hendrix en enkel wat pianoklanken klinken door de speakers. Als de band ook weer tevoorschijn komt worden de tunes weer dieper en gaan de handen opnieuw de lucht in. Nicolas sluit af met de titeltrack van het album ‘Space Is Only Noise If You Can See’ en geeft daarmee een duidelijke boodschap af; dit wordt het jaar van Nicolas Jaar. De organisatie van PITCH festival denkt hetzelfde en voegt op de valreep Jaar toe aan de line-up. Over iets meer dan een week zal deze getalenteerde jongen dus terugkeren naar Amsterdam, iets waar elke bezoeker van vanavond ongetwijfeld naar uitkijkt.



















