De laatste grote Europese tour van het Canadese Cancer Bats miste een Nederlandse datum. Enkele weken later komen de mannen dat gelukkig goedmaken. Meerdere malen per jaar zijn ze hier te vinden als support van allerhande acts, maar vanavond headlinen ze een vette hardcore package in Ekko.
De eerste gegadigde van vanavond is het Nederlandse El Camaro. De punkband staat lekker te rammelen vanaf half acht, terwijl het publiek wat heen en weer loopt. Veel mensen blijven aan de bar buiten de zaal hangen, wat je ze eigenlijk niet kwalijk kan nemen. El Camaro is duidelijk de minst ervaren groep van vanavond. Niettemin een gezellige opener. De paar fans vooraan hebben het prima naar hun zin, terwijl de rest van de bezoekers buiten van de zomerzon geniet.

El Camaro
My City Burning maakt deel uit van een nieuwe generatie Nederlandse hardcorebands. De Amsterdammers brachten onlangs hun tweede plaat uit. De bijhorende releaseshow in Panama was een feestje, waarbij de band zelf bewees alleen maar strakker en vetter geworden te zijn. Vet zijn ze vanavond nog steeds, maar bij vlagen is het strakke aspect ver te zoeken. De zaal reageert dan ook gemengd. Het staat redelijk vol en er zijn aardig wat fans aanwezig, maar de actie reikt niet verder dan die paar jongens vooraan. De band heeft het verder wel naar zijn zin en maakt er een lekkere show van, waarbij wel degelijk wordt bewezen dat de potentie er wél is. De originaliteit is echter ver te zoeken, de invloed van No Turning Back druipt er vanaf, wat eigenlijk alleen te compenseren is met het spelen van een superstrakke set. Dat laat My City Burning vanavond na. Komt wel weer. Leuke band.

My City Burning
Het is gedaan met de acts van eigen bodem. Onze zuiderburen van Campus brachten vorig jaar het geweldige Oh, Comely op de markt, maar lijkt nog niet echt aan te slaan in Nederland. Vanavond spelen ze voor het eerst zonder gitarist Nick, die “geen zin had om mee te gaan”. Wegens problemen met hun bus is de band per openbaar vervoer naar Utrecht afgereisd. Campus maakte gisteren bekend dat Nick na dit weekend geen onderdeel meer uitmaakt van de band. Opvallend genoeg valt het ineens missen van een bandlid pas op als de heren het zelf melden na een aantal nummers. Een groot compliment aan de overige vier. Ze spelen strak en bevlogen, terwijl het Utrechtse publiek toch langzaam zijn neus weer laat zien in de nu behoorlijk lege zaal. Campus houdt de aandacht van de aanwezigen wel vast. De Belgen spelen strak en de emotievolle hardcore komt ook vanavond heerlijk tot zijn recht. Een grote belofte, die het verdient om de Nederlandse fanbase snel te zien groeien.

Campus
Het publiek pendelt heen en weer tussen de Utrechtse gracht en de zaal tijdens de drie supports van vanavond. Maar als Cancer Bats zelf rond tien uur het podium betreedt, krijgen ze een toch heel behoorlijk gevulde Ekko voor de kiezen. De Canadese band mixt hardcore met metal, screamo en ouderwetse rock-’n-roll, aangevoerd door de energieke voorman Liam Cormier. Opener ‘Lucifer’s Rocking Chair’ is direct raak. De vuisten gaan de lucht in, terwijl er naar voren gerend wordt voor sing-alongs. Zowel de mannen op het podium als de fanatiekelingen vooraan hebben er zin in. Cancer Bats zorgt in Nederland op eigen houtje nooit voor uitverkochte zalen, maar heeft zo ondertussen toch een lekkere livereputatie opgebouwd.

Cancer Bats
De setlist van vanavond is behoorlijk omgegooid. Grootste hit en anthem ‘Hail Destroyer’ wordt voor de verandering in plaats van als afsluiter, halverwege de show al ingezet. Net op het moment dat enkelen wat in begonnen te dutten, worden we weer keihard wakker geschud. Beastie Boys cover ‘Sabotage’ komt voorbij, het furieuze ‘Scorceress’ en Cormier’s persoonlijke favoriet en doorbraak ‘Pheunomia Hawk’ zetten Ekko in vuur en vlam. Cancer Bats is een van de meest actieve bands, altijd onderweg, wat zijn vruchten nu eindelijk af lijkt te werpen. Volgende keer een kleine uitverkochte zaal. Dit is muziek voor liefhebbers, maar na drie fantastische albums en dito shows kan niemand meer om Cancer Bats heen.
Foto’s: Tim van Veen



















