De broers Ashton en Caleb Bird vormen het psychedelische stonerduo Tweak Bird, al noemen ze zichzelf liever ‘The Tweak Brothers Of Bird’. Het tweetal timmert al een aantal jaar aan de weg en niet zonder succes: het mag onder andere Mike Patton (Faith No More, Fantomas) en Buzz Osborne (Melvins, Fantomas) tot hun fans rekenen en de platen werden geproduceerd door Deaf Nephews. Wie zegt u? Melvins-drummer Dale Crover en Toshi Kasai (Altamont en Big Business). De band deed in Nederland eerder al Le Guess Who? en het Walk The Line Festival aan, dit jaar staan ze op Incubate. Aan de vooravond van dit festival staan ze zonder voorprogramma in Groningen en mét support van het Britse run,WALK! in Utrecht, wij waren bij de eerste show.
De Groningse Vera is bij aankomst allesbehalve vol, iets wat hopelijk geen voorbode gaat zijn voor de rest van de avond? Mede hierdoor wachten de gebroeders Bird een klein kwartier extra alvorens het podium te betreden. Die twintig bezoekers die hiervan getuige zijn hadden beter hun oordopjes mee kunnen nemen, want al vanaf noot één weten de heren een pokkeherrie de zaal in te slingeren. Denk Japandroids en No Age, maar dan incluis de intensiteit van een acid-trip en de smerigheid die hierbij hoort.
Vooral in het begin van de set voert de stonersound de boventoon, maar steeds meer begint het psychedelische naar boven te komen. Eerst nog vrij subtiel, daarna ligt het er meer en meer op. De repeterende percussie, het stugge gitaargeluid, maar vooral de vervormde vocalen zijn hier een goed voorbeeld van. Het geluid staat hard, vooral de diepe gitaartonen en de snare staan té hard. Dit doet in het begin wellicht afbreuk aan het grote plaatje, naarmate dit bijgesteld wordt vormt de sound toch echt een geheel.
De mannen werken zich in het zweet, de muziek is strak en hard, maar nimmer wordt de melodie uit het oog verloren. Psychedelische rock en ouderwetse stoner gaan dus hand in hand, maar af en toe worden de handjes losgelaten. Dit zorgt voor de erupties waar die inmiddels drukkere zaal voor gekomen is. Toch weet de band af te sluiten met een trage, meeslepende en welhaast filmische geluidsverzameling waar menig drugsverslaafde jaloers op zou kunnen zijn. De band weet met gemak de trommelvliezen uit de oren van de bezoekers te trillen. Prima band, prima show: niets meer aan doen.




















Je kunt geen reactie achterlaten.