Kitty, Daisy & Lewis @ Melkweg, Amsterdam

Door Natasja ter Voert 15 september 2011 Reageren uitgeschakeld

Rockabilly is nou niet direct een muziekstijl die je op een willekeurige dinsdagavond in de Melkweg verwacht aan te treffen, zeker niet als het gaat om de variant zoals deze bestaan moet hebben in het meer experimentele circuit aan het begin van de jaren vijftig. Doorspekt met invloeden uit de klassieke country (drie akkoorden is meer dan genoeg in één nummer), swing, ska en rhythm & blues brengt Kitty, Daisy & Lewis het soort muziek dat het best te beluisteren is op plaat. Wie het niet zo nauw neemt met de tijdlijn zal zelfs kunnen beamen dat de creaties van dames en heer niet eens zouden misstaan op een grammofoon – zo’n platenspeler met een toeter die helemaal analoog werkt.

Toch is jongste zusje Kitty pas net volwassen, en is ook Daisy, de oudste van de drie, nog maar begin twintig. Aan mama Durham kan deze voorliefde voor de jaren vijftig en rootsmuziek niet echt liggen, want die was drumster in The Raincoats, misschien wel één van de eerste post-punk bandjes ooit. Aan papa Durham kan het hoogstens een beetje liggen, want hij was behalve gitarist ook degene die voor Island Records in Jamaica platen masterde voor onder andere ene meneer Marley en ene mevrouw Jones. Dat de drie Durhammetjes mede door papa’s expertise de beschikking hebben over een prima opnamestudio in thuisbasis Londen lijkt ze verder weinig uit te maken. Liever bouwde Lewis een geheel uit vintage-apparatuur bestaande studio in hun ouderlijk huis, waar debuut Kitty, Daisy & Lewis helemaal zonder digitale technieken werd opgenomen. Bij papa’s studio werd daarna wel het vinyl gesneden. Door Lewis zelf.

Veel authentieker dan dit vind je ze vandaag de dag dus duidelijk niet meer. Gestoken in respectievelijk een ouderwets, ruimvallend pak (Lewis) en schattige jurkjes (Daisy en Kitty) betreden de drie Durham-telgen het podium. Papa zal de hele set een beetje anoniem links op het podium zijn gitaar bespelen, terwijl mama energiek tekeer gaat op de door haar toedoen heen en weer zwaaiende contrabas. De podiumpresentatie doet verder in eerste instantie nogal statisch aan, maar daar heeft het publiek weinig problemen mee. Rechtsvoor gaan de handjes vanaf het eerste nummer dan ook erg on-jaren-vijftig de lucht in en de boppende hoofdjes gaan helemaal door tot de tweede set pilaren in The Max.

Kitty Daisy Lewis @ Melkweg Amsterdam Photo01c Kitty, Daisy & Lewis @ Melkweg, Amsterdam

Na het eerste nummer houdt de ene donkerharige schone op met het bespelen van de mondharmonica en neemt plaats achter het drumstel. Ditzelfde drumstel werd net nog bespeeld door de andere jongedame, welke nu opschuift richting piano. Dit blijkt pas de eerste van vele instrument-wisselingen te zijn, want alle drie de bandleden zijn oprecht multi-instrumentalisten te noemen. Wat verder opvalt is dat wat Kitty minder heeft aan het volle, rauwe, ‘rootsy’ stemgeluid waarover Daisy beschikt, ruimschoots goed wordt gemaakt met haar kunnen op de mondharmonica. Later in de set volgt op haar solo dan ook wat een staande ovatie was geweest bij een zitconcert.

De set bestaat vanavond uit een aardige dwarsdoorsnede van de twee albums die intussen uit zijn gebracht. Oudere nummers als ‘Mean Son of a Gun’, ‘Ooo Wee’ en ‘Polly Put the Kettle On’ worden afgewisseld met nieuwer werk van Smoking in Heaven, waaronder ‘Tomorrow’ en singletjes ‘Don’t Make a Fool Out of Me’ en ‘Messing with My Life’. Dat dit laatste nummer klinkt alsof het van The Kooks is, maar dan in een jaren vijftig-arrangement, stoort niet. Sterker nog, samen met de trompettist die als gastmuzikant op het podium verwelkomd wordt en grossiert in jazzy flutters, tremolo’s en buzz, is het Louis (Armstrong) & Ella (Fitzgerald)-plaatje helemaal compleet.

Zuurpruimen zouden op kunnen merken dat de gestileerde act vreselijk gedateerd is en bovendien schaamteloos gejat van sterren uit het tijdperk waarin deze muziek nog wél relevant was. Daarnaast dreunen de bassen als vanouds weer eens veel te hard door op het balkon en bestaat de toegift eigenlijk uit één grote jam, waarin enkel de trompettist zingt. De vraag is of dit er toe doet als een ensemble het voor elkaar krijgt om een hele zaal ‘Going Up the Country’, nu ook bekend van Welcome to the Rileys, mee te laten zingen zonder hierom te hoeven vragen. De continu meedeinende en óók op commando meezingende mensenmassa, het swing-dansende oudere paar op het balkon, de met zijn vriendinnetje dansende jongen-met-petje, de tevreden gezichten na afloop… het is iets waar de gemiddelde band eigenlijk alleen maar van kan dromen. In muziek- en ook indie-land, waarin iedere succesvolle formule vrijwel meteen tientallen keren (vaak veel minder succesvol) gekopieerd wordt, is de hommage die Kitty, Daisy en Lewis toch op eigen wijze weet te brengen aan een lang vervlogen tijd eigenlijk heel verfrissend.

Je kunt geen reactie achterlaten.