Incubate 2011: dag 7

Door Maartje Buise, Marco Muhring en Norbert Bakker 21 september 2011 Reageren uitgeschakeld

Incubate is alweer bijna ten einde. De kater is heviger dan ooit, en daarom is een aanvangstijd van 15:00 voor veel mensen waarschijnlijk een stuk te vroeg. Slechts een mannetje of twintig is aanwezig bij Peter J Taylor’s New Works For Guitar: het project van de gitarist van Action Beat, die in 2010 op Incubate stonden. Maar liefst 11 gitaristen (exclusief Taylor zelf, inclusief bassist) en een drummer heeft hij om zich heen verzameld, die slechts twee uur voor het optreden in kwestie voor het eerst samen met elkaar speelden. Wat volgt is een uur lang gitaarnoise. Er is wat bladmuziek beschikbaar, maar veel ruimte voor improvisatie. Eerst volgen composities, waarbij Taylor met zijn vingers aangeeft welk akkoord wordt gespeeld, waarna de groep volgt. Na twee nummers/composities is het tijd voor een improv. Dit is het hoogtepunt van het optreden en meest interessante onderdeel: iedereen mag, nadat de bassist een goede grondlaag heeft neergelegd, beslissen wat hij of zij speelt. Taylor dirigeert zijn gitaristen: hij geeft ze met een kort handgebaar ‘toestemming’  om te spelen en geeft enkele maten later ook weer aan wanneer ze moeten kappen. Een erg luid optreden en vooral daardoor een puik begin van de dag. (MM)

Als een band op last.fm nog geen vierhonderd luisteraars heeft is het logisch dat je vaak als eerste band ingeprogrammeerd wordt. Zo ook Flying Horseman in de kleine zaal van de 013. Wanneer je dit Belgische collectief echter hoort spelen gaat dit compleet je pet te boven. De band maakt muziek die in het straatje gevonden kan worden van Wovenhand, maar toch ook net niet helemaal. Het is namelijk iets minder bezwerend en spiritueel, maar compenseert dit volledig met dynamiek en muzikaliteit. De geluiden die frontman Bert Dockx uit zijn gitaar weet te persen zijn namelijk bij vlagen onnavolgbaar, maar ook verder staat de band als een huis. Daarnaast weten ook de sporadische vrouwelijke vocalen het geheel naar een hoger plan te trekken. Met de uiterst sfeervolle muziek die het collectief laat horen is het onmogelijk dat ze nog langer klein zullen blijven. (NB)

In de Batcave mag Wheels On Fire het matig toegestroomde publiek proberen te vermaken met hun punky garage rock. Opvallend is het gebrek aan bassist, maar in plaats daarvan een schattige blondine op de keyboards. Maar naast leuk eyecandy voegt ze niet heel veel toe aan de muziek, die sowieso als te braaf gekenmerkt kan worden. Bij vlagen zijn er wat catchy hooks terug te horen, maar over het algemeen klinkt dit als iets wat al vele malen eerder en vele malen interessanter is gedaan. (NB)

Op de laatste dag van het Tilburgse festival mag onder meer het Engelse Holy Roar label op komen draven. De indie maatschappij, met Alex Fitzpatrick aan het roer, heeft al een aantal jaar een innige band met de zuidelijke stad. Fitzpatrick’s band Pariso opent vandaag de Little Devil. Ontstaan uit het as van screamo band Cutting Pink With Knives en met invaller Jackson op de vocalen. Pariso’s originele frontman Mazz, zit nog tot november in Australië. De crushers uit Londen zijn het vieze equivalent van The Dillinger Escape Plan. Boos en snoeihard. Vandaag hebben ze maarliefst 45 minuten om te knallen. Zoals Fitzpatrick na de show al zegt: “We hebben alles gespeeld wat we weten”. Alsnog was het kwartet al na een krap half uur klaar. Geen probleem natuurlijk, zeker niet als je er zo hard doorheen ramt. Het geluid in de kleine zaal staat haarscherp afgesteld. De jonge Jackson blijkt een waardige vervanger te zijn. Hij staat midden op de dansvloer en schreeuwt de longen uit zijn lijf. Nummers als het geweldige ‘Lonqvist’ (met de enige cleane zin in in heel het repertoire) en de onherkenbare Crystal Castles cover ‘Birds’ gaan er in als koek. Er wordt langzaam bewogen door de Tilburgers. Het is nog vroeg, maar wat een lekkere opening. (MB)

Tourmaatjes Kerouac nemen het stokje over. Deze mannen hebben hun eerste album al in de schappen liggen. Cold and Distant, Not Loving is een van de sterkste hardcorealbums van 2010. Vandaag zijn er dan ook enkele meebrullende fans in de zaal. De sfeer is, na Pariso als opwarmer, goed. Zanger Thom Denson deed ooit auditie voor de rol van Harry Potter, maar lijkt zijn echte roeping nu gevonden te hebben. Meer dan “I’ve got a fucking headache” en “This song is about the perfect handjob” komt er in eerste instantie alleen niet uit. De band speelt echter andermaal erg strak. Als de heren ‘Fiends’ inzetten, dat over het verliezen van vrienden aan harddrugs gaat, gaat het echt los. Er wordt kort gemoshed en de emotie is voelbaar. Kerouac zet een indrukwekkende set neer. Qua dynamiek zijn ze verder dan Pariso en de band werd niet voor niets al gepost op vele muziekwebsites. Na twee split EP’s, met The Long Haul en Pariso, is het weer tijd voor een eigen plaatje. Om de definitieve stap naar grote zalen te zetten. (MB)

Na het hardcoregeweld is het tijd voor wat nuance. Vreemde eend in de Holy Roar bijt, is Gallops. De mathrockers rekenen onder meer Fugazi en Aphex Twin als hun invloeden. Een berg synthesizers én gitaren dus. Eerder dit jaar maakten ze al indruk op het Amerikaanse SXSW festival. De Little Devil is dus al aardig gevuld bij aanvang. De Welshe band opent voorzichtig, met een drummer die regelmatig een slag mist. De gezichten staan daardoor al vlug wat geërgerd, maar de muziek is erg vet. De nummers klinken afwisselend opzwepend en repeterend. Als Gallops er lekker in aan het komen is en het publiek, hoe lelijk het ook klinkt, meeneemt op hun reis, loopt de set alweer ten einde. Met de nodige technische haperingen van dien. Maar dit wordt wel wat. (MB)

De timing voor onze entree in de Pauluskerk voor Peter Broderick had niet beter gekund. Op het moment dat we de kerk instappen zien we op een projector Peter met zijn arm elleboogdiep in de anus van een koe staan graven. Vervolgens zien we in volle glorie de geboorte van een kalfje en zien we vervolgens het volledige slachtingproces van een stel varkens. Dit alles heeft natuurlijk te maken met het feit dat Peter Broderick eerder dit jaar een week op een biologische boerderij heeft voortgebracht en hier een korte film van heeft gemaakt die voor aanvang van het concert getoond wordt. Eerder van de dag heeft hij op deze desbetreffende boerderij ook een lunchconcert gegeven, maar nu is de setting verplaatst naar de Pauluskerk. En een betere plek is niet te verzinnen, want met de prachtige akoestiek komt zijn sfeervolle muziek van de multi-instrumentalist veel voller naar voren. En ondanks dat hij in zijn eentje is weet hij dit volle geluid ook van meerdere lagen te voorzien door aan het begin van zijn nummers een stukje muziek op te nemen, dit te loopen en vervolgens met een ander instrument verder te gaan, dit uiteraard met prachtige soundscapes tot gevolg. Dit in combinatie met zijn zachtmoedige persoonlijkheid en zijn geestige opmerkingen tussendoor maken dit tot een heerlijk rustgevend, vredig, maar bovenal erg mooi concert. (NB)

Het mooie van Incubate is dat je door het enorme aanbod nogal eens wat tegen kunt komen wat je aangenaam weet te verrassen. Zo kan het zijn dat je een bord voor een café ziet staan waar je favoriete biertje voor een schappelijke prijs aangeboden wordt. Je loopt het café in, bestelt het biertje en hoort dat er ook nog muziek wordt gespeeld. En laat je dan nou net het geluk hebben Talking to Turtles tegen het lijf te lopen. De Duitsers maken met hun gebroken accent, warme uitstraling en lieflijke liedjes namelijk de schattigste indie/folk die je je kan voorstellen. In een klein maar vol café worden de liedjes als een zacht deken over het publiek heen gedrapeerd en is het onmogelijk om niet met vlinders in je buik en een grote glimlach toe te kijken. Het publiek doet dan ook gretig mee als de band vraagt de refreintjes mee te zingen van het nummer ‘Beam Me Up Scotty’. Maar het mooiste moment is wel het duet van de zanger met het kleine verlegen meisje van achter de keyboards. Zes oktober is de band weer te vinden in het Patronaat: gaat dat zien en laat je verrassen! (NB)

Zondag is naast een dag met hardcore ook een dag met veel ambient/drone. Zo staat in de Pauluskerk Main. Dit ambientcollectief werd ooit begonnen door Robert Hampson en Scott Dawson. Dawson is inmiddels gestopt, maar Hampsn heeft met de Duitse Stephan Mathieu aan zijn zijde het project weer leven ingeblazen. Vandaag doen zij een liveset van drie kwartier, en niet een uur, zoals in het schema staat. En om eerlijk te zijn is die drie kwartier ook wel voldoende. Het geluid is erg goed, de gekozen geluiden zijn mooi en op sommige momenten waan je je even helemaal ergens anders, maar af en toe is de set wat saai en aan de taaie kant. In de Dommelschzaal van 013 kan :zoviet*france: de aandacht ook niet helemaal vasthouden. Zij warmen op voor Lustmord, die een optreden weggeeft dat gelukkig wél imponeert. Alhoewel, optreden, wat doet Brian Williams, de man achter Lustmord nou eigenlijk? We zien hem achter een laptop zitten, maar van hem moet je geen show verwachten. Nee, de visuals achter hem: dat is een belangrijk onderdeel van de show. De duistere beelden, in een stijl die we vrijdag bijvoorbeeld al zagen bij Demdike Stare, dragen bij aan de sinistere muziek en maken deze alleen maar onheilspellender. Een uur lang wordt de grote zaal van 013 meegesleept. Erg indrukwekkend. (MM)

In het MIDI theater draait Julio Bashmore voor een helaas weinig volle zaal. En dat voor een van 2011 meest gehypte producers, met name dankzij wereldhit ‘Battle For Middle You’, een track die Bashmore vanavond lekker eigenwijs níet draait. Wat we wel horen? Een funky set, met platen van onder andere Boddika, Hyetal en Joy Orbison. Hoogtepunt en afsluiter van zijn set is dus niet ‘Battle For Middle You’, maar ‘Bax’ van Mosca. Zou het komen omdat het vandaag maar tot 22 uur doorgaat of omdat alle feestbeesten na vrijdag en zaterdag nu halfdood in bed liggen? Hoe dan ook, tijdens Jackmaster, die de boel afsluit, wordt het helaas niet vol en gaat het ook niet los. Dat kan ook komen doordat Jackmaster heeft besloten back to back te gaan met Space Dimension Controller, die eerder de middag draaide. Los van elkaar twee fantastische dj’s, maar samen werkt het toch niet helemaal. Net als Jackmaster bezig is een lijn in zijn set te verweven gooit SDC er een een aantal acid-achtige platen in die niet aansluiten op Jackmasters voorbereidende werk. Hierdoor komt niemand – Jackmaster niet, SDC en zeker het publiek niet – er geen enkel moment lekker in. Zonde. Incubate 2011 had absolute een betere afsluiting verdiend. Want laten we eerlijk zijn, naar The Fall ga je ook niet voor je plezier. (MM)

Je kunt geen reactie achterlaten.