Onder het bombastische geluid van drum & bass en flikkerende lichten (wat allemaal net een tikkie te lang duurt) komt Miles Kane met een zelfverzekerde tred het podium opgestapt. Met de handen in de lucht moedigt hij het aanwezige publiek aan nog harder te klappen. Het moge duidelijk zijn, Miles Kane heeft zich de afgelopen maanden ontpopt tot een uitstekende frontman.
De Brit die via The Little Flames, The Rascals en The Last Shadow Puppets uiteindelijk bij zijn eigen solo project uitkwam, bracht afgelopen jaar zijn debuut album Colour Of The Trap uit. Een alleraardigste plaat waarop de jaren zestig als een echo resoneert. Dat Miles met deze plaat, hoe toepasselijk, uit de schaduw stapt van Arctic Monkeys frontman en The Last Shadow Puppets wederhelft Alex Turner zal een goed uitgedacht plan geweest zijn. In interviews liet Miles al meerdere malen vallen dat hij zich ergerde aan het feit dat zijn bijdragen aan The Last Shadow Puppets plaat onderschat werden.

Waar de zanger op Colour Of The Trap zijn beste tracks verschiet aan het begin van zijn album, is de set vanavond breder opgebouwd. Opener ‘Better Left Invisible’ klinkt ruw en Miles spuugt de woorden bijna uit. Mochten bezoekers twijfel hebben over de capaciteiten van de Brit dan neemt hij deze met single ‘Rearrange’ absoluut weg. Het schelle gitaargeluid en het aanstekelijke refrein, muziek waar je hoofd vanzelf heen en weer van gaat schudden, klinkt live rauwer en minder overgeproduceerd dan op de plaat.

Het gemak waarmee Miles het aanwezige publiek om zijn vinger wind is bijna lachwekkend. Een knipoog naar de meisjes vooraan, met een schuinhoofd zingend naar de mensen op het balkon, de vraag hoe het staat met de mensen bij de bar, de zanger betrekt het gehele aanwezige publiek bij zijn optreden.
De finale vanavond is met recht ‘grand’ te noemen. ‘Quicksand’ met zijn meezing koortjes en het Lennon-eske ‘My Fantasy’ luiden een aaneenschakeling van hoogtepunten in. De Beatles cover ‘Hey Bulldog’ lijkt Miles op het lijf geschreven. Set afsluiter ‘Come Closer’ laat de vloer veranderen in een moshpit, het publiek meejoelend met de “aaaaahs” en “woooahs”. Na een korte en onnodige onderbreking komen band en zanger terug met, hoe kan het ook anders, ‘Inhaler’.

Hoewel het werk van Miles Kane bij tijd en wijlen generiek indie klinkt zet de Brit een meer dan goede show neer. Miles is een uitstekende frontman die zijn vak tot in de details verstaat. In een tijd waar de hype’s in muziekland elkaar snel opvolgen en veel artiesten moeite hebben met het vertalen van hun plaat naar grotere zalen lijkt de Brit zijn hand hier niet voor om te draaien. Miles Kane als solo artiest was al een feit maar na vanavond zijn we er ook volledig van overtuigd, die jongen komt er wel.





















Je kunt geen reactie achterlaten.