Vraag aan een willekeurige groep muziekliefhebbers of er iemand gelukkig werd van de laatste White Lies-plaat en de handen zullen stijf omlaag blijven. Dat het vorig jaar verschenen Ritual weinig harten sneller laat kloppen, daar is vanavond in 013 vrij weinig van te zien. Dat de show werd verplaatst van het Klokgebouw naar de Tilburgse popzaal was, ondanks het heel behoorlijke jaar dat de Britten beleefd hebben, niet zo’n enorme verrassing. Een luttele veertig euro per kaartje voor een groep zonder een al te fenomenale live-reputatie, da’s geen kattenpis.
Het befaamde handje van Harry McVeigh, we zien ‘m al na een seconde of vijftien. Dat wil zeggen: bewegen alsof het lichaamsdeel zelf niet wil en als het even kan de duim op de wijsvinger leggen. De frontman lijkt hierin te volharden, eerder dit jaar zagen we het aparte trekje ook al in de Heineken Music Hall. Waar zijn neurotische fratsen weinig veranderd zijn (het publiek opzwepen gaat evenwel nog steeds op dezelfde manier), blijkt de verdere podiumpresentatie te zijn gegroeid. Hoewel de band bij vlagen nog steeds op een stel veredelde marionetten lijkt, oogt het allemaal wat minder schuchter dan we gewend zijn.

En dat is het niet enige dat ten opzichte van de show eerder dit jaar veranderd is. De doorgaans matige nummers van de laatste plaat weten vanavond veelal wél te boeien. ‘Strangers’, ‘Is Love’, ‘Streetlights’, het zijn stuk voor stuk niet bepaald nummers die een prijs verdienen, maar leunend op de stem van McVeigh – die vanavond verrassend zuiver klinkt – komen ze heel behoorlijk uit de verf. Het werkt bovendien mee dat je bij een optreden van White Lies (dankzij de fantastische debuutplaat) geen anderhalf uur op ‘die ene hit’ staat te wachten, maar dat het meerendeel van ‘To Lose My Life..’ schoten in de roos zijn.
White Lies
We horen in eerste instantie nog een vrij vlakke versie van ‘To Lose My Life’, maar even later wordt dat met ‘Fairwell to the Fairground’ en een ietwat geagiteerd klinkende versie van ‘Death’ ruimschoots gecompenseerd. Waar de nieuwere nummers het stuk voor stuk moeten hebben van (de opbouw naar) het refrein, is het oudere werk veel constanter.
Ondanks het feit dat de band zich langzaam een weg naar boven ploetert, blijft de vraag die al jaren rond White Lies hangt ook vanavond met een vraagteken beantwoord. Wanneer zetten ze nu eens de stap die ze naast een hedendaagse grootheid als Editors plaatst? Het drietal lijkt zich vooralsnog onvoldoende te ontwikkelen om dat, door hen zelf gestelde doel, te halen. Tot die tijd is het gewoon een middenmoter. Niets meer, niets minder.




















Je kunt geen reactie achterlaten.