State-X New Forms 2011: dag 2

Door Norbert Bakker 12 december 2011 Reageren uitgeschakeld

Het Haagse festival State-X New Forms heeft in het verleden al meerdere legendarische namen op het podium weten te krijgen zoals Aphex Twin, Merzbow en Sonic Youth. Vanavond mag er aan dit rijtje niemand minder dan Glenn Branca toegevoegd worden, iemand die als grootste inspiratiebron wordt genoemd voor laatstgenoemde band en ook als een van de Godfathers van de New Yorkse noise scene gezien kan worden.

Opener van de avond is echter Jad Fair. Hij is bekend geworden met Half Japanese, maar heeft inmiddels zo’n indrukwekkende en onoverzichtelijke lijst met samenwerkingen en andere projecten opgebouwd dat hij op zichzelf al legendarisch is geworden. Vandaag is het slechts Jad op de gitaar en zijn vele pedalen samen met Gilles Rieder op de drums. We weten dat we van Jad van alles kunnen verwachten, maar hij blijft vanavond relatief binnen de lijntjes. We krijgen noise rock voorgeschoteld die vooral leunt op de interessante pedalen die Jads gitaar van fijne distortion weten te voorzien in combinatie met zang die soms meer op verhalen vertellen lijkt dan echt zingen. Het zijn de kortere nummers waarin de met distortion overladen gitaren heersen die het fijnste klinken, maar de lange verhalende nummers die met hun ontzettend aritmische instrumentatie, maar humoristische teksten, het meest memorabel blijken. Een uur lang speelt Jad stoïcijns door voor de toch wat matig gevulde zaal tot de hals van zijn gitaar steeds meer los lijkt te laten. In een overweldigende noise explosie rukt hij uiteindelijk de hals los en verlaat het podium. Uiteindelijk keert hij terug om zonder microfoon, zingend door de zaal te wandelen met achter zich drummer Gilles die met zijn stokjes over de grond tikt. Een intiem en onverwachts einde van een verder relatief brave, maar daarmee nog steeds bizarre en eigenzinnige set.

Even later staan in de grote zaal vier gitaristen, een bassist en een drummer voor hun versterker met de gezichten richting legende Glenn Branca die als dirigent voor zijn experimentele ensemble optreedt. Helaas is de zaal nog steeds niet optimaal gevuld, zelfs niet met het publiek van Dag in de Branding erbij waarmee het concert is gecoprogrammeerd. Maar als een echte schoolmeester spoort Glenn toch zijn ensemble aan zich klaar te maken voor het begin. Wat volgt is een vervolgalbum op zijn magistrale debuut The Ascension genaamd The Ascension: The Sequel. Een dappere onderneming, maar al snel blijkt dat wat we te horen krijgen een waardig vervolg is. Helemaal strak wordt er niet begonnen, maar als de climax in het tweede nummer ‘Carbon Monoxyde’ zijn hoogtepunt bereikt is dit allemaal te vergeven. Steeds sneller, steeds harder, stuurt Glenn zijn manschappen aan. Telkens wanneer je denkt dat de top is bereikt gaat het harder en sneller en als een minutenlang orgasme draaft het ensemble maar door. Ook in latere nummers wordt deze formule tot in perfectie uitgevoerd. Met name het nummer ‘Lesson No 3 (Tribute to Steve Reich)’ weet met zijn noise explosie op het einde de zaal omver te blazen.

Het is ook vooral op dit soort momenten dat de meerwaarde van Glenn als dirigent duidelijk wordt. Dit zijn de momenten dat hij zijn muzikanten opjaagt en ook de nuances aan kan brengen door bepaalde muzikanten aan te wijzen. Want eerlijk is eerlijk, in de beginstukken zijn de muzikanten toch met name bezig de noten op hun bladen na te spelen. Tijdens het begin van het laatste nummer betrappen we Glenn zelfs op het uitgebreid poetsen van zijn bril. Gelukkig weet hij er voor de rest wel een show van te maken met zijn overdreven gebaren en wazige uiterlijk. Op het einde worden we zelfs even verrast wanneer Glenn ineens alle houders en het drumstel omver gooit en driftig het podium afstormt. Toen de avond door de presentator al van tevoren op ambitieuze wijze als legendarisch werd bestempeld is hier toch niet teveel gezegd. De liveshow van Branca’s ensemble is een unieke ervaring die in luidheid en explosieve kracht door weinig overtroffen zal worden.

Van de ene dirigent naar de andere: Yuri Landman is in de kleine zaal bezig met een optreden waarin hij veertien man op zijn zelfgemaakte instrumenten begeleid. Zijn manier van werken verschilt echter flink van die van Branca. Als een warhoofd loopt hij heen en weer over het podium en probeert overal iedereen een beetje bij te sturen terwijl hij ook zelf af en toe een misvormde gitaar ter hand neemt. De instrumenten die Yuri gemaakt heeft zijn voornamelijk snaarinstrumenten op een tafel waar een hoop mee gepingeld kan worden, maar ook zien we nog ergens een boor terug en loopt er een snaar over de lengte van de zaal waar Yuri af en toe met drumstok op slaat. Wat we in het begin horen is vooral een kakofonie van geluiden die een duidelijke eenheid lijkt te missen. Vervolgens lijkt dit iets opgeknapt te worden, maar wordt het geheel verstoord door veel te gepolijste zang van de gitarist die helaas jammerlijk uit de toon valt. Wanneer Jad Fair echter het podium opkomt voor zijn gastoptreden komt het geheel goed los. Het klankgedicht dat Jad opleest uit zijn boekje combineert ontzettend goed met de nauwkeurig opgebouwde muziek die uit de pak-em-beet veertien instrumenten komt. Landmans concert mag dan misschien een geval lijken waarin het concept leuker is dan de uitwerking, toch blijkt uiteindelijk met de hulp van Jad Fair dat wanneer de nummers goed uitgewerkt zijn dat dit gigantische stel experimentele muzikanten een heel overtuigende set neer kan zetten.

Na de afronding van het avondprogramma is het even wachten op de overgang naar het nachtprogramma. Langzaamaan zie je de gemiddelde leeftijd van het publiek veranderen, want de doelgroep van de elektronische programmering zit hem meer in de jeugd. King Midas Sound opent de nacht en doet direct een gooi naar meest luidruchtige act van de avond. Oorverdovende, industriële basslines, volgestopt met distortion vullen de zaal en jagen daarmee ook een groot deel van het publiek weg. Jammer voor hen, want de waarschijnlijk illegaal harde muziek is overdonderd indrukwekkend. Aan radio DJ Mary Anne Hobbs van BBC Radio One de ondankbare taak om na deze oorverdovende set door te gaan. Met makkelijke zomerse muziek en rustige dubstep nummers op een veel lager volume kan het contrast niet groter zijn. Toch is het een lekkere afwisseling na de zware set van King Midas Sound en ondanks dat de mixkwaliteiten van Mary Ann Hobbs niet om over naar huis te schrijven zijn is dit toch een vermakelijke set. De man waar de meeste mensen voor gekomen zijn is echter SBTRKT (uitgesproken als subtract). Zoals altijd is Aaron Jerome uitgedost in zijn karakteristieke Afrikaanse masker. Het lijkt alsof SBTRKT een flinke populariteitsboost heeft gehad de laatste tijd en niet voor niets, want de verschillende stijlen als garage, dubstep en andere elektronica sluiten naadloos aan elkaar aan door de mixkwaliteiten van Aaron, waarin ook voor hitjes van Modeselektor, Mr. Oizo en eigen werk als ‘Wildfire’ de hand niet wordt omgedraaid. Een waardig afsluiter van State-X’s tweede dag.

Je kunt geen reactie achterlaten.