Jaren geleden zag uw recensent Roosbeef voor het eerst aan het werk, op een bijpodium van een bevrijdingsfestival. Kleinkunstige liedjes, die nog niet ‘af’ voelden en een meisje dat zich verstopte achter de microfoon en het liefste in het keyboard wilde kruipen. Maar dat kan natuurlijk niet. Jaren gingen voorbij, Roosbeef werd vaker live aanschouwd en ze groeide. Die groei etaleerde ze in Paradiso, tijdens haar verjaardag.
Voorprogramma Het Zesde Metaal werd vakkundig overgeslagen, de Belgen wisten in het verleden ook al geen potten te breken. De zaal is vol, je kan over de hoofden lopen. Opvallend zijn de rode kleden op het podium, zowel gebruikt als backdrop en onder drumstel en synthesizer. De geluidsman draait Sigur Rós weg als Roos en haar mannen het podium oplopen, hij lijkt nog in z’n eigen wereld. Zeker wanneer de bas veel te luid staat afgesteld de eerste twee nummers, waardoor Roos nauwelijks te horen is.
Ze is tussen de nummers vaker nauwelijks te horen, maar als de bastonen zijn bijgesteld zijn haar zanglijnen wel hoorbaar. Roos anno 2012 kenmerkt zich met vele gekke bewegingen. Al heupwiegend en benenschuddend brengt ze de nummers ten gehore. Ze praat als een alcoholist en zingt bij vlagen zelfs onverstaanbaar, maar het publiek vooraan eet uit haar hand. De meisjes staan klaar met de fotocamera’s om de volgende gekke dansjes vast te leggen, terwijl er woord voor woord meegezongen wordt.
Veel nummers van die nieuwe plaat, Omdat Ik Dat Wil, zoals ‘Schone Schijn’, ‘Twijfelaar’ en ‘Niet Uitmaken’ passeren de revue. Muzikaal maakt de band nergens foutjes, maar kleurt het wel erg netjes binnen de lijntjes. Slechts af en toe wordt het gitaargeluid opgeleukt met effecten, maar echte scherpe randjes levert dit nooit op.
Roos is vandaag jarig en daarom worden er allemaal rode ballonnen vanaf het hoogste balkon de zaal ingegooid, waarna felicitaties volgen en het publiek een kek liedje mag zingen. Leuk, maar onze hoofdpersoon lijkt het blijkbaar weinig te boeien: de ballonnen moeten stuk en erg gelukkig kijkt ze niet.
Ook haar pianokunsten, Roos doet meer dan alleen zingen, komen prima naar voren, maar het podium is vooral voor de autist in haar. Natuurlijk wordt er geklapt na de nummers, maar er wordt vooral gelachen om de uitspraken van de frontvrouw. Al is het meer een verzameling brabbelende woorden zonder enige rode lijn. Ach, er is natuurlijk niets mis met een beetje gek, maar het staat haaks op de instrumentatie, deze ontbeert elke vorm van gekte. Jammer dat Roos het dan nét iets teveel van haar eigen gekkigheid moet hebben.


















Je kunt geen reactie achterlaten.