Op de tweede dag van Pukkelpop zijn het vooral veel Britse artiesten die opvallen. Zo staan onder andere Blood Red Shoes, Maxïmo Park, Two Door Cinema Club, Keane en reünieband The Stone Roses op de Main Stage, maar ook in de Castello is het een Britse avond met dj-sets van Joy Orbison, James Blake en de Hessle Audio dj-set. Hessle Audio is een Brits basslabel opgericht door dj’s Ben UFO, Pearson Sound en Pangaea. Vandaag wisselen zij elkaar af in een twee uur durende dj-set, waarin natuurlijk UK Bass centraal staat. Ook gezien: Willis Earl Beal, O’Brother, The Walkmen, Lykke Li, The Tallest Man On Earth en Every Time I Die.
De dag wordt geopend met Willis Earl Beal in de Club. Deze uit Chicago afkomstige artiest bracht zijn debuutalbum Acousmatic Sorcery nog maar een maand of vier geleden uit, terwijl men voor die tijd amper van hem had gehoord. Het leverde de man al optredens samen met SBTKRT op en daarnaast was de zanger al te zien op London Calling. Daar werd hij uitgeroepen tot één van de grootste ontdekkingen van het festival. Kortom, de verwachtingen voor het concert op Pukkelpop liggen hoog.
Optreden doet hij in zijn ééntje, waarbij hij begeleidt wordt door een grote, ouderwetse taperecorder, waarop de instrumentatie van zijn muziek staat opgenomen. Tussen nummers door zet Beal de band even stil, om kort met het publiek te praten over zijn muziek en optreden. En daarmee laat hij één van zijn sterkste punten zien. De zanger is een zeer charismatische man. Het leek wat gedurfd van de organisatie om Beal op de vroege morgen een volledig uur te geven. Vooral omdat hij alleen op het podium staat, zonder band om de muziek op te voeren. Daarbij ligt natuurlijk het gevaar op de loer dat het optreden voor veel mensen zal gaan vervelen. Het is aan Beal’s charisma te danken dat dit niet gebeurt. En niet alleen tussen nummers door weet de zanger het publiek te vermaken, gelukkig niet. Tijdens nummers laat hij zien dat hij enorm gepassioneerd is over zijn muziek. Zo is het een waar genot om naar Beal te blijven kijken. Hij zingt, danst, kruipt, gaat zitten en staat weer op, zonder dat ten koste te laten gaan van zijn zang. Zo blijft die ene man op het podium een uur lang boeien en kan hij na afloop rekenen op een groots applaus van een publiek dat tijdens zijn nummers doodstil stond te luisteren. Zo weet Beal de hoge verwachtingen volledig waar te maken. (AO)
Erg vernieuwend is een show van Blood Red Shoes niet meer te noemen. Het Britse duo speelt zich drie slagen in de rondte en doet dat al enkele jaren. Het is hun vierde passage op Pukkelpop. Eerder dit jaar kwam het derde album In Time To Voices op de markt, een schot in de roos, ondersteund door een nieuwe Europese tour. Laura-Mary Carter en Steven Ansell staan dit jaar erg vroeg geprogrammeerd op het immense hoofdpodium en blijken daar nog niet geheel klaar voor te zijn. De band oogt vermoeid. Naarmate de speeltijd vordert verschijnen er gelukkig langzaam glimlachjes op hun gezichten en op de technische prestatie is niets af te dingen. Een goede show, maar wel eentje van een band die zoveel beter kan. (MB)
Het Amerikaanse O’Brother werd eerder dit jaar door Thrice op sleeptouw genomen tijdens diens afscheidstournee, maar de vijf Amerikanen mogen het nu aan de andere kant van de Atlantische Oceaan proberen. De Marquee is zo vroeg op de dag nog lang niet vol, maar de Amerikanen weten ons een prima setlist voor te schotelen. De heren spelen een groot deel van het vorig jaar verschenen debuutalbum Garden Window, een prachtige combinatie van post-hardcore, post-rock en indie. Single ‘Lo’ en tweeluik ‘Machines Part I’ en ‘Machine Part II’ vormen de hoogtepunten van de setlist, maar het gehele optreden was van hoge kwaliteit. Met de tegelijkertijd overdonderende als dromerige sound laat O’Brother zien dat het klaar is voor de erfenis van Thrice. (JZ)
Waar Maxïmo Park na vier studioplaten nog precies hetzelfde klinkt als debuutalbum A Certain Trigger, maar enkel andere teksten heeft geschreven over hetzelfde thema, is het verstandiger om ons heil bij een andere band te zoeken. Helaas is het in de Wablief?! veel te warm om de postcore van Reiziger te aanschouwen, waarna maar weer terug gaan naar de Marquee. We zijn precies op tijd voor het New Yorkse The Walkmen. De heren spelen op het warmste moment van de dag, maar vocalist Hamilton Leithauser staat volledig in pak op het podium. Het vijftal bracht onlangs zijn zevende studio-album Heaven uit, een plaat de net niet voorganger Lisbon weet te overtreffen. De show van vandaag staat in het teken van de nieuwe plaat en gelukkig klinken de nieuwe nummers in de livesetting stukken rauwer. Hoogtepunt van het optreden is zonder meer klassieker ‘The Rat’, die vanmiddag op een fenomenale wijze ten gehore wordt gebracht. (JZ)
Keane, wat is daar nou nog over te zeggen? Afgedaan als ‘huisvrouwenmuziek’ en Sky Radio-band zou je het viertal misschien wel op Pinkpop verwachten, maar niet meer echt op Pukkelpop. Is dit terecht? Afgaande op het optreden dat de heren vandaag geven luidt het antwoord volmondig ‘nee’. De muziek mag dan extreem radiovriendelijk zijn, maar wie bepaalt dat dit een slechte eigenschap is? Vijftig minuten lang mag het publiek schaamteloos meezingen met de welbekende nummers van de vier platen die Keane ondertussen heeft uitgebracht. Want dat is wat Keane op de eerste plaats is; een meezingband. Het gaat dan ook vanzelf, zelfs de grootste cynicus zal zich niet in kunnen houden om mee te zingen met klassiekers als ‘Everybody’s Changing’ en ‘Bedshaped’. De band is geweldig op dreef; Tom Chaplin haalt (nagenoeg) al zijn noten en entertaint tegelijk het publiek, terwijl de andere bandleden heer en meester zijn over hun instrumenten. Keane zal nooit hun imago van brave popjongens ontgroeien, maar waarom zouden ze ook? Wat ze doen werkt en als ze zulk werk af blijven leveren, zal het altijd blijven werken ook. (TvM)
Na een klein half uurtje van een meer dan fijne Joy Orbison in de sauna die de Castello heet, wijkt een deel van ons team weer af naar de Mainstage om verbaasde gezichten te tellen wanneer Lykke Li haar eigen versie van ‘I Follow Rivers’ speelt, in plaats van de doodgedraaide en veel te simpele remix van The Magician (waarvan in ieder geval een deel van het Nederlandse publiek denkt dat het het origineel is). Eerlijk is eerlijk; zonder deze remix (en de cover van Triggerfinger), zou Lykke Li waarschijnlijk niet eens op Pukkelpop 2012 hebben gestaan, laat staan op de Main Stage. De aankleding van het podium zou eigenlijk bij menig bezoeker al een lichtje moeten laten branden en de opkomst zou dit nog meer aanwakkeren; zwarte doeken hangen van boven naar beneden en rook vult het hele podium. Als Lykke Li vervolgens zelf ook in volledig zwart op komt lopen, zie je de eerste verbaasde blikken al; is Lykke Li dan niet het vrolijke, verliefde meisje van ‘I Follow Rivers’? Verliefd wel, zo blijkt uit onder andere het live net iets minder lieflijk gebrachte ‘Little Bit’. Vrolijk iets minder (“Zong ze nou echt I’m your prostitute?!”). Wat ze neerzet is een sterke set; beide albums komen voorbij, samen met een cover van het instrumentale deel van The Knife’s ‘Silent Shout’. Het publiek wordt goed opgezweept en Lykke Li is goed bij stem. Toch knaagt er wel iets. Slechts een deel van het publiek lijkt gekomen te zijn voor Lykke Li, het andere deel is ofwel meegesleept, ofwel eigenlijk gekomen voor The Magician. Als ‘I Follow Rivers’ dan eindelijk wordt ingezet beleeft de set dan ook wel zijn hoogtepunt. Het Lykke Li-publiek is blij omdat ze haar beste nummer speelt en het Magician-publiek is blij omdat ze eindelijk mee kunnen zingen. Volgende keer toch liever in een kleinere tent, zonder al te veel hitjespubliek. (TvM)
Ondertussen heeft de Brit Joy Orbison in de Castello zijn deck afgestaan aan drie andere Britten. Het is tijd voor de twee uur durende set van Hessle Audio. Dit is een feestje ter ere van UK Bass, die niet alleen door Hessle-dj’s Ben UFO, Pearson Sound en Pangaea wordt gevierd, maar ook door Joy Orbison, die gewoon op het podium blijft staan tussen zijn landgenoten. Dat het een feestje is, wordt al snel duidelijk. De vier heren hebben achter de dj-tafel een flinke fles wodka staan, en flesjes bier worden tussendoor meerdere keren gehaald door één van de dj’s. Daarbij wisselen de drie dj’s van Hessle Audio elkaar af op de deck. Ondanks de drank wordt er op het muzikale vlak geen moment aan kwaliteit ingeboet. De drie dj’s hebben elk een karakteristieke eigen stijl, maar vinden elkaar in de bass, het overkoepelende element van de muziek. Zo wisselt de muziek continu van stijl, maar blijft voor de liefhebber toch heel de tijd boeien. De heren van Hessle Audio hebben alledrie zichzelf al bewezen als geweldige dj’s, en vandaag tonen ze aan dat ze met zijn drieën ook een meer dan uitstekende set weggeven. Dat daar lekker bij wordt gedronken maakt het geheel alleen nog maar leuker. De mannen op het podium hebben het namelijk uitstekend naar hun zin, en voor het publiek werkt dat alleen maar aanstekelijk. Zo wordt deze avond inderdaad een feestelijke ode aan UK Bass, waarbij achtereenvolgens Joy Orbison, Hessle Audio en later ook nog James Blake (waarover later meer) een geweldige set weggeven. Misschien wel het leukste feestje van het festival. (AO)
Ondertussen kan ook worden gekozen voor The Tallest Man On Earth, voor de folkfans, en Every Time I Die, voor liefhebbers van hardere muziek. ROAR E-Zine heeft The Tallest Man On Earth al vaker zien optreden en was hier meestal enthousiast over. Daarom staan we ook met hoge verwachtingen te wachten op Kristian Matsson, die vanavond in de Club in zijn eentje (maar natuurlijk mét gitaar) het podium betreedt. De kleine Zweed gaat rustig van start en tokkelt rustig op zijn gitaar zijn liedjes de tent in. Doordat deze liedjes zo rustig zijn, lijkt het niet helemaal over te komen op het publiek. Een groot deel van de menigte babbelt er dan ook rustig op los, zodat geroezemoes een duidelijke tweede geluidsbron is. Bij ‘King of Spain’ komt het publiek iets losser, waarschijnlijk door het opzwepende karakter van deze track. Maar hierna zakt het toch weer wat in. Of dit nu komt door de warmte, het tijdstip of door Matsson zelf is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk had de Zweed wat meer vrolijke tracks kunnen spelen, in plaats van de melancholiek van nummers als ‘I Won’t Be Found’ en misschien had dit zijn optreden een boost gegeven, want vanavond was de show niet zo spectaculair als we hadden gehoopt. (CK)
Every Time I Die werd vooraf met de grond gelijk gemaakt door de Humo, die de band als ‘Amerikaanse clichémetal’ omschreef. De heren rockers weten vanavond het tegendeel te bewijzen: de metalcore met southern rock invloeden staat als een huis en voelt door de intense liveshow, waar het onlangs verschenen Ex Lives een prominente rol vertolkt, nergens cliché aan. Frontman en voormalig Engels docent Keith Buckley vraagt – nadat hij de hele dag de kartonnen bierhouders door de lucht heeft zien vliegen – of het publiek deze houders op het podium wil mikken, waar het publiek dan ook massaal op antwoordt. Het geluid in The Shelter staat als een huis, nieuwe Vans worden door Buckley enthousiast verwelkomd en mogen meteen de mosh in. Every Time I Die doet precies wat het moet doen.(JZ)
Jamie Woon speelt om kwart voor elf in een volle Marquee. Veel mensen hebben zich buiten in het koele gras genesteld om zo de zwoele vocalen en kalme melodieën van deze Brit te beluisteren. Tot nu toe is Mirrorwriting nog steeds zijn enige plaat en dit zijn dan ook de tracks die hij vandaag ten gehore brengt. Het bekende en soulvolle ‘Night Air’ en ‘Lady Luck,’ dat iets meer tempo heeft, worden hierbij natuurlijk niet overgeslagen. Jamie Woon speelt degelijk, maar daar is eigenlijk alles ook wel mee gezegd. Na een lange, warme dag is het publiek toe aan wat energie, maar Woon weet dit niet te realiseren. Mirrorwriting kent vooral lome en rustige tracks, die het publiek een beetje in slaap sussen. Het was in de ochtend misschien een prima optreden geweest, maar nu weet het ons helaas niet genoeg te boeien en we stappen dan ook al op voordat Woon zijn gehele set heeft afgewerkt.
Is de set van het trio van Hessle Audio nu langer door aan het gaan? Heeft Joy Orbison weer plaatsgenomen achter de dj-booth? Gebaseerd op enkel ons gehoor zou het allebei kunnen, maar hoewel de vier er nog allemaal staan, is het toch echt James Blake die plaats heeft genomen achter de draaitafels. In het begin van de set is er nog weinig verschil te horen tussen de twee sets ervoor en die van het Britse wonderkind, maar vanaf het moment dat hij zijn eigen ‘Unluck’ in de mix verwerkt drukt hij er duidelijk zijn eigen stempel op. Diepe bassen afgewisseld door bekendere (Burial’s ‘Archangel’ of ‘Diva’ van Beyonce) en minder bekende (Salem’s ‘Trapdoor’) samples, langzame doch dansbare post-dubsteptracks, alles waar de EP’s van Blake vol mee staan passeerde de revue. Het is dan ook niet vreemd dat het publiek uit volle borst kenbaar maakt dat de set nog een vervolg moet krijgen, nadat de stagemanager nadrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat het nu echt tijd is. Of hij nou zijn werk van zijn album en zijn uitgebreide Enough Thunder EP live speelt, of anderhalf uur lang plaatjes draait; James Blake is een held. (TvM)
En zo is ook dag twee van Pukkelpop 2012 achter de rug. Op papier de minst interessante dag van het festival, ondanks, of misschien juist dankzij, de vele al gevestigde namen. De grootste verrassing kwam toch wel uit de Engelse elektronische hoek. Waar de ‘grote’ Engelse bands weinig verrasten of zelfs een tikje tegenvielen, stond het vijftal dat de laatste vijf uur in de Castello mocht vullen als een huis. Toch jammer dat dit zo overschaduwd moet worden door het harde dubstepgeweld waarmee de line-up gevuld is.














Je kunt geen reactie achterlaten.