Julian Spilsbury – Rampzalige Veldslagen

Door Natasja ter Voert 23 augustus 2012 Reageren uitgeschakeld

(Uitgeverij Omniboek) Wie kent ze niet? Napoleon Bonaparte, Alexander de Grote, Hannibal, Julius Caesar, Djenghis Khan, en Jeanne d’Arc. Het zijn allemaal mannen (en een verdwaalde vrouw) die hun vak als legeraanvoerder buitengewoon goed verstonden. De heroïsche verhalen over heldenmoed en slimme tactieken liggen voor het oprapen. Uit de moderne media leren we echter al dat oorlogen helemaal niet zo mooi zijn. Onderbroken goederenstromen, ook naar de indirect betrokken burgers, mensen die onnodig de dood vinden… Laatst nog plaatste een veelal door jongeren gelezen dagblad een foto van een Syrisch kindje, bedolven onder het puin na een bombardement.

Heel verfrissend gaat Rampzalige Veldslagen dan ook weer eens niet in de eerste plaats over zegevierende helden, maar over een kant van de oorlogsmythe die veelal onderbelicht blijft. Een belangrijke les ligt namelijk vaak in de wisselwerking tussen de overwinnaar en de overwonnene. Wat zorgde er voor dat die heroïsche generaals zulke verpletterende nederlagen afdwongen? Vaak was het niet alleen een kwestie van inventief denken en uitmuntend leiderschap aan de ene kant, maar net zo goed van falen aan de andere kant. En dat is zuur. Tenzij de overwonnen tegenstander wordt gezien als een rasechte slechterik, blijft deze echter meestal vrij anoniem. Een figurant bijna.

Julian Spilsbury speelt dat spelletje niet mee. Het is dan ook niet toevallig dat hij een verslagen veldheer quote in de introductie van zijn Rampzalige Veldslagen. De Britse krijgshistoricus, script-schrijver, en thriller-auteur zet die anonieme verslagen figuranten namelijk eens flink in de spotlight. Twintig veldslagen worden beschreven, welke stuk voor stuk de ondergang betekenden voor legers die daarvoor nog onverslaanbaar leken. Hoe dat kan wordt in de introductie aangestipt. Daarna wordt het één en ander mooi onderstreept door de verhalen, die trouwens verrassend vlot en leesbaar geschreven zijn. Dat zal iets met Spilsbury’s achtergrond als populair schrijver te maken hebben.

Toch kan ook zijn vlotte pen niet verhullen dat het allemaal knap ingewikkeld kan zijn, zo’n veldslag. Als de Atheners en Syracusanen maar muren blijven bouwen in de oorlog om de boven Syracuse gelegen hoogvlakte, wordt het al snel wat onoverzichtelijk. Er wordt dan uiteindelijk wel een historische bron aangeboden als verduidelijking, maar iets meer voorkauwen had hier best gemogen. Dit is namelijk verder wel echt een boek voor in de trein, op de bank, en in het zand. Voor op vakantie ook, zeker als je eens bij zo’n voormalig strijdtoneel mocht belanden. Het is niet voor in de schoolbanken. Verwijzingen naar bronnen zijn niet in de uitgave opgenomen en Spilsbury verzandt nergens in de kleine details. Wel lijdt de collectie aan het in de academische wereld welbekende eurocentrisme, waarbij Europa en haar westerse theorieën en ideeën centraal worden gehouden. Dat hij weet waar hij het over heeft, wordt dan weer wel overduidelijk.

Hoe goed we het ook allemaal weten, blijkbaar leren we het nooit. Dat die grote conflicten altijd al plaats hebben gevonden, of dan toch in ieder geval tussen 1125 v. Chr. en 1954, leert Rampzalige Veldslagen ons namelijk ook. Het lijkt ook wel alsof ieder land wel eens in oorlog is geweest met elk ander land, al worden de kleinere landen en conflicten geschuwd. Dat zal er ook iets mee te maken hebben dat die geen enorme strijdkrachten op de been hebben kunnen brengen die verpletterende nederlagen met grote aantallen slachtoffers hebben geleden. Wel beschrijft het boek veldslagen gevoerd door de Germanen, Romeinen, Schotten, Engelsen, Fransen, Italianen, Russen, Duitsers, Amerikanen, indianen, Zoeloes, Vietnamezen, en zo nog een paar naties. Al met al is Rampzalige Veldslagen daarmee een mooi document van, inderdaad, rampzalige veldslagen. Goed leesbaar, maar niet simplistisch is dit een prima keuze voor de in krijgsgeschiedenis geïnteresseerde lezer.

Je kunt geen reactie achterlaten.