Tijdens de eerste twee dagen telden we al genoeg Foo Fighters-fans, maar hun dag is dan eindelijk aangebroken. Door de gestegen temperaturen zal het wachten op de Amerikanen gevoelsmatig nóg langer zijn en deze bijna tropische toestanden hebben ervoor gezorgd dat de organisatie maatregelen neemt: er zijn twee drinkwater-eilanden geplaatst op het terrein en voor één bon krijg je inmiddels twee flesjes mineraalwater in plaats van slechts eentje. Behalve ‘De Grote Amerikaanse Afsluiter’ is het vandaag ook de dag van onder andere Dry The River, OFWGKTA, Four Tet en Refused.
Bij het krieken van de dag staat Dry The River in de Marquee. Hoewel het in feite al middag is, namelijk 12uur, vinden de bandleden het behoorlijk vroeg. ‘Normally we’re still in bed at this time of day. Or still awake from the night before,” zegt frontman Peter Liddle. Behoorlijk rock’n’roll dus, deze Britse band. Iets wat ze ook laten zien bij het energieke optreden vandaag. Het podium wordt goed gebruikt door vooral Liddle en zijn langharige compagnon, basgitarist Scott Miller. Dry The River speelt fenomenaal. Het prachtige ‘Demons’ en ‘No Rest’ worden krachtig gespeeld en het gitaarwerk knalt de tent in. Violist Will Harvey geeft de nodige dramatiek mee met zijn strijkinstrument. Tot slot natuurlijk ook het mooi opgebouwde ‘Lion’s Den,’ dat zo rustig begint dat je niet zou kunnen bedenken dat het opbouwt tot zo’n geweldige geluidsexplosie. Met slechts één studioalbum op hun naam hebben ze helaas geen materiaal voor meer dan 40 minuten aan speeltijd en dus mag de band al vrij snel het podium weer verlaten. Het was in ieder geval heerlijk wakker worden. (CK)
Na het veel te korte optreden van Cloud Nothings op de eerste dag van het festival is er ook op de derde dag van Pukkelpop al snel een kleine tegenvaller. Het Britse UK Bass-duo Disclosure zou een liveoptreden moeten geven, zoals ze dat een paar weken daarvoor al ijzersterk deden op het Duitse Melt! Festival. Wanneer we aankomen bij de Dance Hall zien we echter maar één van de Disclosure-broers op het podium staan, en deze staat ‘slechts’ achter een dj-booth, in plaats van een heel arsenaal aan instrumenten. Deze broer is al begonnen aan de dj-set, die als goedmakertje wordt gegeven voor het feit dat het volledige duo geen liveoptreden geeft. In deze veertig minuten durende set laat de slechts twintigjarige dj een aantal behoorlijk goede nummers horen uit het genre waar ook Disclosure zelf in thuis is. Daarmee lijkt deze set een klein vervolg op de prachtavond die op de tweede dag in Castello werd gehouden. Tussen de nummers door vertelt de dj zo nu en dan iets, maar een reden voor de afwezigheid van zijn broer wordt niet gegeven. Ook de organisatie heeft het publiek hier niet over ingelicht. Zo verwachtten wij eigenlijk opnieuw de briljante show van Disclosure te zien maar moesten wij genoegen nemen met een wat simpele dj-set. (AO)
Eén van de grote nieuwe muzikale beloftes van dit jaar is de charmante zangeres Jessie Ware. Deze 27 jaar oude Britse bracht onlangs haar debuutalbum Devotion uit, waarvan de singles ’110%’ en met name ‘Running’ inmiddels al goed worden opgepikt door de radio. Het levert de zangeres ondanks de hitte een goedgevulde festivaltent op. Dat de meeste mensen hiervan eigenlijk de tent hadden opgezocht om te ontsnappen aan de zon is daarbij mooi meegenomen. Het geeft haar de kans om ook mensen die haar muziek niet kennen te overtuigen. Helaas weet ze dit slechts ten dele te doen.
Ware is absoluut een goede zangeres, en bovendien een sterke songwriter. Live weet ze dit echter niet altijd over te brengen. Het grootste nadeel daarbij is dat in veel nummers de zangpartij van het refrein al met een bandje meespeelt. Ware zingt daar lang niet altijd overheen, wat een kleine smet werpt op de verder uitstekende live-performance van de band.
Het feit dat het zo heet is in de tent lijkt nog eens een extra barrière op te werpen voor Ware, want zo nu en dan lijkt ze gewoon uitgeput te zijn als ze haar zangpartijen moet geven. In de tent is er niemand die het haar kwalijk neemt en dat is ook logisch. Het grootste deel van het publiek ligt uitgeteld op de grond. Het zijn de charmes van de zangeres die haar uit de brand helpen. Op dezelfde manier waarop ze al veel fans voor zich heeft gewonnen, valt ook vandaag het volledige publiek voor haar. Ondanks haar ietwat slappe inzet zo nu en dan smult iedereen. (AO)
Het is snikheet in The Shelter als het Engelse Pulled Apart By Horses aan de show begint en heet zal het ook wel blijven. De heren gaan als een trein en weten tracks van de self-titled debuutplaat moeiteloos te combineren met opvolger Tough Love. Natuurlijk kotst vocalist Tom Hudson weer van het podium af, maar dit is het enige voorspelbare in deze zwetende rockshow, die met ‘High Five, Swan Dive, Nose Dive’ tot een hoogtepunt komt. Ondanks dat het buiten de tent koeler is, stroomt deze tent langzaam vol en dat is bij een optreden als deze meer dan terecht. (JZ)
OFWGKTA behoeft eigenlijk al geen introductie meer. Het hiphop-collectief, ook wel bekend als Odd Future en voluit Odd Future Wolf Gang Kill Them All, kwam uit het niets opeens in de schijnwerpers te staan. De aan punk grenzende shows, de strakke beats en de scherpe teksten; Odd Future leek een nieuw tijdperk van hiphop in te lassen. We zijn nu echter al weer dik een jaar verder en de buzz rondom het collectief is alweer een beetje gaan liggen. Toch staat het collectief dit jaar weer (in 2011 zouden ze ook moeten optreden) op het podium van de Marquee. Van de show waar Tyler, the Creator en de zijnen zo bekend mee zijn geworden is vandaag weinig te zien; geen stagedives, geen moshpits, alles blijft eigenlijk keurig tussen de lijntjes. En dat is jammer, want zonder het shockeffect blijft er eigenlijk weinig over. Het wordt pijnlijk duidelijk dat Tyler en Mike G in feite als enige van de aanwezige rappers (niet heel Odd Future is meegekomen) kunnen rappen. De rest staat er eigenlijk meer bij voor opvulling als dat ze ook daadwerkelijk wat toevoegen, als ze niet hoeven te rappen staan ze vooral het publiek te entertainen door achter elkaar aan te rennen met een waterpistool. Ook het aanzetten van een simpel mp3-bestandje om als beat te gebruiken is niet erg professioneel. Waarom we dan toch de hele show blijven staan is dan ook een raadsel. De heren hebben toch een zekere aantrekkingskracht en ondanks dat het niveau vrij laag is, willen we toch niet weg. Daarbij komt dat het optreden op zekere momenten ook goed omhoog wordt getild, zoals bij Tyler’s ‘Yonkers’ en zijn nieuwe nummer en bij de improvisatie van Mike G. Het ontbreken van de echte show is dan ook een gemiste kans; misschien nog eens een herkansing in een kleinere tent? (TvM)
Tegen de tijd dat de schaduw geen hoge nood meer is, staan de mannen van The Antlers op het podium in de Club. De band heeft vier albums uit, maar waarschijnlijk kent het grote publiek enkel Hospice en Burst Apart. Twee albums met pareltjes als ‘No Widows’ en ‘Two’ die vanavond het publiek zullen betoveren. Dat doet de band wel op hun bekende methode: Niet te veel fratsen, keurige instrumentatie en bijna vlekkeloze zang. Het wordt nergens echt spannend of bijzonder, maar is zeer zeker degelijk en mooi te noemen. Zo zittend of liggen in het gras is het dan ook heus genieten. (CK)
Terwijl het veld voor de Mainstage voller en voller loopt voor de combi The Black Keys/Foo Fighters, staat Miike Snow in een halfvolle Marquee. Het is misschien dan ook een ondankbare spot; vraag honderd willekeurige bezoekers op deze bloedhete dag waar ze voor gekomen zijn en negen van de tien keer zal The Black Keys en/of Foo Fighters het antwoord zijn. Het is dan ook aan de Zweeds/Amerikaanse band om het aanwezige publiek te overtuigen dat ze de juiste beslissing hebben gemaakt. Hier slaagt de band deels in. Hoewel zanger Andrew Wyatt goed bij stem is en vol energie zit (hij gooit zijn microfoonstandaard zo vaak op de grond, dat zijn roadie niets anders dan geïrriteerd kan zijn), zijn de zangpartijen niet van hetzelfde niveau als op de twee platen. Dit valt vooral op bij ‘Sylvia’. De studioversie van dit nummer is het hoogtepunt van hun untitled debuutalbum, maar live wordt er teveel energie ingeleverd. Waar het op het album uitmondt in een groots nummer met stemvervorming, wordt de zang op het podium ‘gewoon’ onveranderd en uiteindelijk zelfs achterwege gelaten. Toch stellen ze niet teleur, want met hits als ‘Animal’ en ‘Paddling Out’ wordt er een heerlijk feestje gebouwd, zowel door de band als door het publiek. Instrumenteel is er dan ook niets aan te merken op het hele optreden, enkel de zang van Wyatt zou wellicht wat verbeterd kunnen worden. Voor degenen die baalden dat ze The Black Keys moesten missen was er nog een pleister op de zere plek; publieksfavoriet ‘Lonely Boy’ wordt ingezet wanneer iedereen de tent net verlaat. (TvM)
Tussen de twee grootste publiekstrekkers in wordt er door weinig mensen afgeweken van de Mainstage, maar degenen die het toch doen hebben veel keuze. Enter Shikari, Wilco, Amatorski, Diplo en Sleigh Bells staan allemaal grotendeels tegelijk. Allemaal niet zo groot als Foo Fighters, maar toch niet de minste namen. Naar aanleiding van de ‘ijzersterke’ set van laatstgenoemde in de Oude Zaal van de Melkweg wijken wij af naar de Club om te kijken of Alexis Krauss ook in deze warmte haar energieke zelf blijft. Als de hiphop-introsong door de speakers galt is het aantal aanwezigen nog op twee handen te tellen. Dit wordt gaandeweg gelukkig steeds meer, maar toch is het nog niet vol genoeg. Het publiek blijft wat mak en van de gekte die aanwezig was in de Melkweg is hier in de verste verte geen sprake. Dit valt niet te wijten aan de band, op een aantal wijzigingen in de setlist is er namelijk geen verschil met de show een aantal maanden eerder. De magie zat hem toentertijd echter in de wisselwerking van het publiek en de band. Hoewel Krauss haar uiterste best doet om dit opnieuw voor elkaar te krijgen, lukt dit slechts voor een klein deel. Jammer, want het optreden zelf doet niet onder aan de vorige keer. ‘Klassiekers’ als ‘Infinity Guitars’ en ‘Straight A’s’ en nieuwe favorieten als ‘Comeback Kid’ worden met veel enthousiasme gespeeld, maar ook met andere albumnummers zakt de set nergens in. Het enige wat rest na het optreden is de eeuwige vraag bij Sleigh Bells; waarom toch nog steeds geen live-drummer? (TvM)
Al ver voor aanvang van de absolute hoofdact is het dringen geblazen op het grote Mainstage-veld. Foo Fighters mag het boek Pukkelpop 2011 definitief helpen dichtslaan. Dit doen ze met verve. Al vroeg in de set begint ras-entertainer Dave Grohl herinneringen op te halen aan zijn eerste show op het Belgische festival. Zijn eerste festivalshow ooit zelfs, rond een uur of twaalf ‘s middags, als jonge drummer van Nirvana. Als we hem moeten geloven stonden er indertijd tweehonderd man te kijken, vanavond zijn het er ongeveer driehonderd keer zoveel. Het siert Grohl dat hij elk optreden een persoonlijk tintje mee weet te geven. Zeker gezien de podiummachine die Foo Fighters de afgelopen jaren is geworden. Avonden met hen zijn nooit meer slecht of zelfs gemiddeld, maar het vergt wat extra inzet om een concert van de Foo’s écht memorabel te maken. Op Pukkelpop weten alle bandleden de motivatie daartoe aan te boren. Vanaf het begin al, met het altijd vlammende ‘All My Life’, tot aan het harde ‘Monkey Wrench’ en het wonderschone duo ‘These Days’ en ‘Everlong’ in het toegift. Het bekende ‘These Days’ is echter het onbetwiste hoogtepunt. Niet alleen van dit concert, maar eigenlijk ook van heel Pukkelpop 2012. Met een prachtige speech brengt Grohl nog eenmaal ode aan de slachtoffers van vorig jaar, om het gemeende applaus daarna zelf de pas af te snijden door te gaan spelen. Het is de muziek die Pukkelpop een tweede adem geeft. (MB)
Het toetje van Pukkelpop 2012 vindt echter plaats tijdens het hoofdgerecht, want Refused begint aan de set als de Foo Fighters net drie kwartier onderweg zijn. We weten het allemaal, maar toch even een kleine geschiedenisles: de legendarische Zweedse hardcore punkers gaven in 1998 vlak na de release van The Shape Of Punk To Come de pijp aan maarten, met de boodschap nooit meer samen te komen. Dit jaar kondigde de band toch een reünie aan, eentje die in tegenstelling tot de reünie van At The Drive-In niet in het teken van geld stond. Nee, Refused ziet dit als kans om eindelijk de tracks van The Shape Of Punk To Come live te spelen en grijpt dit met beide handen aan. De band klinkt overdonderend en weet ons een machtige live show voor te schotelen. Vocalist en slangenmens Dennis Lyxzén danst als een idioot op het podium, maar hij is een formidabele frontman. Hij draagt ‘Rather Be Dead’ op aan Pussy Riot en voegt er aan toe dat als hij twee jaar zou krijgen voor elke keer hij tegen de kerk en de staat protesteerde, niemand hem de komende duizend jaar zou zien. Hoogtepunt is echter het spelen van achtereenvolgens ‘New Noise’ en ‘Tannhäuser / Derivè’. De band weet wat het moet doen: de beste show spelen van dit festival en slaagt dan ook met verve. (JZ)
Terwijl Foo Fighters rustig de tijd nemen om de Mainstage van het festival af te breken, is het aan electronicaheld Four Tet de eer om de vaak veel interessante festivaltent Castello af te sluiten. Twee jaar geleden stond hij nog in de Chateau, de voorganger van deze tent, die vorig jaar om bekende redenen is gesneuveld. Toen trad hij live op, waarbij hij vooral veel werk van zijn album There Is Love In You liet horen. In de twee jaar tijd die sindsdien zijn gepasseerd, heeft Four Tet veel singles uitgebracht op zijn eigen Text Records. Dit waren niet alleen eigen nummers, zoals de singles ‘Locked’/'Pyramid’ en ‘Jupiters’/'Ocoras’, maar ook het nummer ‘Nova’, dat hij met collega Burial heeft geproduceerd is verschenen op het label. Daarnaast werkten Four Tet en Burial samen met Thom Yorke voor de nummers ‘Ego’ en ‘Mirror’. Veel van die singles uit de afgelopen twee jaar zijn inmiddels gecompileerd op Four Tet’s nieuwe album Pink, dat enkele dagen na dit optreden op Pukkelpop uitkomt.
Ook vanavond geeft Kieran Hebden, zoals de producer eigenlijk heet, een liveoptreden weg. Op voorhand roept dit wel wat vragen op. Op veel van zijn nieuwe nummers, zoals ‘Locked’, zijn zoveel instrumenten en samples te horen dat het haast onmogelijk lijkt dat één man dit live exact na kan spelen. Al snel wordt duidelijk dat dit dan ook niet de bedoeling is. Op het podium staat simpelweg een tafel met een laptop en een paar midi-instrumenten die voor het publiek niet te zien zijn. Wat Four Tet wel degelijk live doet, wordt al snel duidelijk als hij begint. Het grootste deel van de tijd is hij niet bezig met het spelen van bekende, eigen nummers. Four Tet bouwt langzaam ritmes, melodieën en baslijnen op. Daarbij is deze liveset dus vooral heel veel improvisatie, en dat toont gelijk aan hoe ontzettend talentvol Four Tet wel niet is. Met een subliem gevoel voor timing neemt hij het publiek een uur lang mee in een muzikale trip. Waarbij slechts enkele keren een flard van een bestaand nummer te horen is. Eén keer is dat een groot deel van single ‘Pyramid’, op het eind van de set is dat misschien wel zijn bekendste nummer ‘Love Cry’, afkomstig van zijn album There Is Love In You. Het publiek geniet duidelijk het meest van die laatste tien minuten, maar dat wil niet zeggen dat Four Tet in de vijftig minuten die daaraan vooraf gingen geen aandacht kreeg. De producer heeft een uur lang de volledige Castello aan het dansen gekregen. Dit terwijl hij de muziek ter plekke opbouwde en het publiek er amper iets van kon herkennen. Als je dan een uur lang zó blijft boeien dat het publiek na afloop uit frustratie bekertjes bier naar de podiummedewerkers gooit, ben je gewoon steengoed. (AO)















Je kunt geen reactie achterlaten.