Sigur Rós @ Paradiso, Amsterdam

Door Arthur Matze 29 augustus 2012 Reageren uitgeschakeld

De verwachtingen zijn zeer hooggespannen op de eerste van de twee avonden dat deze IJslandse band in Paradiso speelt. De live-reputatie van Sigur Rós is een grote, en het is daarom ook niet voor niets dat twee avonden in de grote zaal van Paradiso binnen enkele minuten waren uitverkocht. En misschien juist vanwege die enorme reputatie en verwachtingen lijkt er alvorens het concert een ietwat sceptisch sfeertje te hangen in de zaal. Het publiek kent de verhalen, maar wil eerst zien en horen, dan pas geloven: Sigur Rós, welkom in Nederland!

De band begint met het redelijk onbekende ‘Í Gær’, afkomstig van het compilatiealbum Hvarf-Heim. Het nummer heeft een rustige start, een start waarin het publiek nog steeds vol verwachting staat te kijken naar de band, in de hoop verbijsterd te worden deze avond. En net op het moment dat de aandacht lijkt te verslappen barst het fragiele, rustige nummer los tot een megalomaan pandemonium. Sigur Rós pakt het publiek vast en de ferme greep zorgt voor open ogen en open monden. Van het zachte bijna folkachtige begin zijn we ineens in een bijna doom metal-achtig gat gegooid. Na dit eerste nummer volgt dan ook een applaus wat probeert net zo overweldigend te zijn als de opkomst van de band.

Vervolgens wordt het publiek meegenomen op een reis waar de band al achttien jaar mee bezig is. Van ieder album komt er wel een nummer voorbij, maar Ágætus Byrjun en Takk krijgen vanavond de voorkeur. Er is niets aan te merken op het geluid of samenspel, alles staat precies goed afgesteld en de band is perfect op elkaar ingespeeld. Het enige foutje van de avond doet zich voor tijdens de toegift. De pianist zet een nummer in wat al gespeeld is, en wordt daarom ook weer stilgelegd. Een goed moment voor het publiek om de spanning van zich af te lachen. Deze fout maakt ook zichtbaar dat de band, in al hun perfectie, ook maar doodgewone jongens zijn. Ze moeten lachen om het foutje, en de mensschuwe leadzanger Jónsi Birgisson probeert zelfs iets tegen het publiek te zeggen. Iets wat helaas overstemd wordt door het geklap, gejoel en gelach uit de zaal.

Een van de hoogtepunten is gek genoeg misschien wel de minuut durende stilte die midden in het nummer ‘Viðrar Vel Til Loftárása’ wordt aangehouden. De zaal is geluidloos in afwachting en de band lijkt bevroren op het podium. Een minuut lang ongeveer 2000 man vrijwillig zo stil te laten zijn getuigt van het grootse respect wat deze band bij haar publiek weet af te dwingen.

Al vanaf het eerste nummer is dit een unieke avond waar slechts een klein aantal mensen bij kan zijn. De sfeer in de zaal is perfect, en om deze droomrock in Paradiso te mogen aanschouwen lijkt een bijna onwerkelijke gebeurtenis. Beter dan dit zal je het niet gauw meemaken.

 

Je kunt geen reactie achterlaten.