Het bombastische intro van Some Nights, de tweede plaat van Fun., is veelzeggend. De Amerikaanse band met voormalig The Format-zanger Nate Ruess als frontman is in feite niets minder dan een afgeslankte versie van Queen. Veel bombastische elementen, langgerekte noten, uithalen te over en simpele, doch treffende melodieën. Er zijn echter twee wezenlijke verschillen: Ruess is geen Freddie Mercury en één nummer van Queen heeft zowel muzikaal als tekstueel meer inhoud dan het complete Fun.-oeuvre bij elkaar. Ja, het is plat en ja, het is makkelijk scoren met al die instant meezingrefreintjes. Maar ook dat is een kunst, en die bewijst de band vanavond in een uitverkochte Melkweg uitstekend te beheersen.
Met de stampende intro van openingsnummer ‘One Foot’ is het duidelijk dat de Amerikanen (en Ruess in het bijzonder) er vanavond geen gras over laten groeien. De frontman heeft na één nummer al kennisgemaakt met iedere hoek van het podium en blijkt die excessieve hoeveelheid energie de rest van het optreden ook vol te kunnen houden. Tijdens het fraai opgebouwde ‘Carry On’ wordt eens te meer duidelijk dat dat niet de enige eigenschap is waarover Ruess beschikt. Hij kan namelijk ook een hele behoorlijke noot zingen. Nu is dat an sich niet heel noemenswaardig, ware het niet dat zijn stem op plaat doordrenkt is met de nodige effecten (lees: autotune). Toppunt van deze fratsen is het zes-en-een-halve minuut durende ‘Stars’, dat vanavond –godzijdank- niet op de setlist staat.
Na een aardig edoch vrij ongeloofwaardig praatje waarbij Ruess op bedachtzame wijze de link legt tussen zijn (zogenaamd) Nederlandse vader, van wie hij zijn zangkunsten wel haast gekregen moet hebben omdat de keeltjes in de Melkweg zo mooi klinken, draagt de frontman ‘The Gambler’ op aan iedereen die vanavond van de partij is. “This is as fucking awesome as it gets.” Het is een van de weinige echte ballads die de avond rijk is, afkomstig van debuutplaat Aim and Ignite, dat begrijpelijkerwijs vrijwel volledig onbelicht blijft.
En zo bouwt het drietal, dat tijdens liveoptredens aangevuld wordt door drie andere muzikanten, langzaam op naar een drie nummers tellende apotheose, die zeker niet tegenvalt. Zo valt de magische lading tijdens ‘We Are Young’ (dat doodeenvoudig door anderhalf duizend man wordt meegeschreeuwd) niet te ontkennen en wanneer deze wordt gevolgd door een vrij verrassende cover van The Rolling Stones is de euforische stemming vrijwel compleet. Ruess komt met zijn aparte stemgeluid erg dicht bij de koorversie van ‘You Can’t Always Get What You Want’ en levert zo een hele behoorlijke prestatie. Wanneer dan ook nog een loepzuivere uitvoering van het groteske ‘Some Nights’ ten gehore gebracht wordt, gebiedt eerlijkheid ons simpelweg te zeggen dat Fun. de laag gespannen verwachtingen ruimschoots overtroffen heeft. Weer eens wat anders.
















Je kunt geen reactie achterlaten.