Dour Festival 2013: Dag 3

Door Norbert Bakker 29 juli 2013 1

Waar je bij de meeste festivals op dag drie aan de laatste dag begint ben je bij Dour pas net over de helft. Dat betekent enerzijds dat er nog twee dagen overleefd moet worden in de hitte, maar anderzijds dat er nog twee volle dagen van Dour genoten kan worden. Met de line-up die vandaag weer op het programma staat is het niet moeilijk om voor het tweede perspectief te kiezen. De Balzaal is geweid aan een retrospectief programma voor dubstep, de Cannibal Stage houdt een breakcore-avond en verder zijn er vele andere acts die de moeite waard zijn, waaronder Simian Mobile Disco, Flying Lotus, Jurassic 5 en Comeback Kid.

Met een naam als Brutality Will Prevail is het niet vreemd om aan te nemen dat je naar een lompe beatdown hardcore zal gaan luisteren. In zekere zin is dat ook zo, maar op plaat weet de band dit cliché geluid wel degelijk te ontstijgen. Live komen alle clichés echter weer volledig naar voren. De bandleden lijken meer tijd in de sportschool te hebben gezeten dan in de studio en de opgefokte zanger blijft maar heen en weer rennen over het podium. De desbetreffende zanger is nieuw in de band en zijn hij heeft duidelijk nog wat te leren, want zijn ‘vocal range’ is heel erg matig waardoor de rauwheid van de plaat wegvalt. Het is dus vooral deze zanger die de show de middelmatigheid in trekt, want muzikaal klinkt het nog wel aardig.

Dour is voor een groot deel ook een reggaefestival, maar over het algemeen lopen we met een grote boog om de reggae heen (wat erg lastig is gemaakt door de toevoeging van een speciale dubcorner). Voor Lee Scratch Perry maken we toch even een kleine uitzondering, aangezien de man best een legende genoemd mag worden. Hij heeft in de jaren zestig namelijk met niemand minder dan Bob Marley gewerkt. In de jaren zeventig ging het echter wat minder en in 1980 zou hij naar verluidt zijn eigen studio hebben afgebrand. Wat er inmiddels is overgebleven is een apart hoopje mens. Met knalrode baard en paarse outfit zingt hij liedjes over hoe hij ‘poopoo’ doet in de ‘bathroom’ en dat hij eigenlijk een unicorn is. Toegegeven, de man is inmiddels 77 dus het is al prijzenswaardig dat hij überhaupt op het podium staat, maar het is toch voornamelijk tergend vals en veel te traag. Eerste en laatste reggae voor dit jaar.

Waar Dour een jaar geleden nog vol stond van het type dubstep met scheurende bass en vuige wobbles is er dit jaar voor gekozen om de balzaal deze dag in het teken te zetten van de oudere, originele dubstep; de dubstep die zo’n tien jaar geleden ontstond in de Britse underground en daadwerkelijk nog op dub leek. Voor deze line-up zijn onder andere namen als Loefah, Pinch en Digital Mystikz (bestaande uit Mala en Coki) opgetrommeld. In eerste instantie nemen we een kijkje bij Kahn die het publiek al aardig op gang weet te brengen met wat rustige dubstep. Ondanks dat hij zelf niet van de oude garde is past de muziek die hij draait wel degelijk in het rijtje namen dat later nog zal komen. Vervolgens zien we hoe Loefah laat zien hoe het echt moet. Met hitjes van onder andere Skream, Distance, de oude Dizzee Rascal en James Blake wordt het publiek zonder overmatig gewobbel toch heel hard in beweging gebracht. Het is een hele fijne keuze geweest van Dour om de oude dubstep weer eens terug te brengen, want hoe snobistisch het ook mag klinken, de meeste mensen associ?ren dubstep inmiddels louter nog met Skrillex, en dat is jammer.

Hierna laten we de dubsteptent even links liggen voor wat andere sferische muziek. DIIV is een shoegazebandje dat met hun debuutplaat Oshin vorig jaar ineens flink omhoog is geschoten. Frontman Zachary waarschuwt ons om vandaag genoeg water te drinken, maar toch ook vooral genoeg drugs te nemen. Advies dat de meeste mensen zeker niet links zullen laten liggen. Deze volbloed hippies maken zomerse muziek die makkelijk in het oor ligt en daarom een perfecte programmering voor dit uur. Lekker om even kort op weg te dromen, maar zodra het over is ben je deze set eigenlijk alweer vergeten.

Het is niet zo handig om een artiest als Devendra Banhart om tien uur ’s avonds te programmeren. Natuurlijk is het een grote naam en wil je dat er genoeg mensen op het terrein zijn, maar tegen tienen willen de meeste mensen toch wel iets energiekers dan Devendra’s rustige folkliedjes. Toch is de tent goed afgeladen met mensen die even een een kijkje komen nemen. Wat extra geduld is wel vereist, want er zijn wat technische problemen die de show wat vertraging geven, maar een kwartier na de geplande tijd komt Devendra dan eindelijk het podium opgelopen. Het is even wennen, want wie verwacht een langharige hippie te zien komt bedrogen uit. Devendra is volwassen geworden; netjes gekleed en met een verzorgde baard en kapsel opent hij zijn set met ‘Golden Girls’ van het nieuwe album Mala. Dit nieuwe album is niet meer de freak-folk van weleer, maar wel degelijk een hele goede plaat en dat deze dan het best vertegenwoordigd in de set is dan ook geen probleem. Voor de oudere fans komen daarnaast onder meer ‘Lover’ en ‘Seahorse’ langs. Devendra lijkt plezier te hebben met het spelen en dit enthousiasme slaat ook over op het publiek die volledig uit zijn hand eet. Met een allure die alleen echt grote artiesten uitstralen speelt Devendra een uitgebalanceerde set die voor elke fan een genot moet zijn geweest.

Het was een tijdje onduidelijk, maar inmiddels is het zo klaar als een klontje dat Captain Murphy een side-project is van Flying Lotus. FlyLo zelf komt daar nu ook eindelijk voor uit, want tijdens zijn show zien we op de prachtige projectie die voor zijn draaitafel staat meerdere malen het hoofd dat op de cover van de Captain Murphy plaat pronkt geprojecteerd staan. Uiteraard gaat dit gepaard met het rappen van FlyLo zelf en dit gaat hem wonderwel goed af. Dat hij altijd al een fascinatie had met rap en ook erg close is met de leden van het Californische rapcollectief Odd Future was al bekend, maar meer nog dan vorige sets ligt de nadruk op hiphop. FlyLo zou FlyLo echter niet zijn als dit wel op een hele fijne manier gebracht zou worden. Keiharde bangers, waaronder weer TNGHT, gemixt met wat subtieler werk maken dit tot een klein hoogtepuntje van de dag.

Waar de Cannibal Stage voornamelijk het hoofdpodium is voor metal en andere harde vormen van gitaarmuziek is het op zaterdagavond het podium voor een terugkomend verschijnsel op Dour, de breakcore avond. Manu Le Malin en Hellfist treden op, maar met wie anders dan Venetian Snares kan je zo’n avond openen? De ongekroonde koning van de breakcore, Venetian Snares, weet altijd een goede show af te leveren. Wat dat betreft is hij een soort elektronische Amenra. Ook vandaag weet hij alles en iedereen weer te overklassen als het gaat om gefreakte breakcore. Wel houdt hij de echte extremen voor zich, want zowel zijn rustige nummers, die soms klassieke muziek bevatten, als de echte noise en speedcore komen niet voorbij in de set. Toch kan je niet zeggen dat het niet extreem is, want Snares is altijd een zekerheid als het gaat om zijn bizarre gebruik van breaks, glitches en kicks die enerzijds muzikaal briljant is, maar anderzijds ook keihard doorbeuken. Voor het publiek is het hakken en met de oren klapperen tegelijk. Tijd voor dag vier.

Eén reactie »