Pinkpop 2014: dag 2

Door Julien L'Ortye 10 juni 2014 Reacties staat uit voor Pinkpop 2014: dag 2

Met alle oude rockers die speciaal een weekendkaart aanschaften om op zaterdag de Stones te bewonderen, is het bij het betreden van het terrein op zondagmiddag maar de vraag hoeveel er van de drukte van de avond ervoor over is. De eerste tekenen beloven weinig goeds, want bij aankomst in de Brand Bier Stage staat Portugal. The Man, een van de meest verrassende boekingen deze Pinkpop, voor nog geen duizend man een set te spelen die veel meer aandacht verdient. Niet in de laatste plaats vanwege het vorig jaar verschenen Evil Friends, een door Danger Mouse geproduceerde plaat die vol staat met verschrikkelijk goede liedjes. Dat blijkt wel wanneer opener ‘Purple, Yellow, Red & Blue’ klinkt, waarbij gelijk het idioot hoge bereik van zanger John Gourley opvalt. Je bent zo nu en dan onverhoopt op zoek naar een vrouw op het podium die de vocalen verzorgt, maar dat blijkt toch steeds Gourley te zijn. Het is even wennen, zoals de mannen hun liedjes live brengen. Het piept, het kraakt en het schuurt zelfs een beetje, maar dat geeft de show alleen maar meer charme. En zo speelt Portugal. The Man speelt in klein uur de kater van de eerste Pinkpopnacht naar huis.

Een paar minuten later zien we dat het eindelijk weer de goede kant op gaat met The Kooks-zanger en voormalig cokeverslaafde Luke Pritchard, iets dat ook zijn uitwerking heeft op de muziek die de Britten tegenwoordig maken. Toegegeven: nieuw werk als ‘Down’ en ‘Around Town’ heeft wat meer luisterbeurten nodig om te vallen dan bijvoorbeeld ‘Ooh La’ en ‘Naive’, maar de ietwat veranderde weg die het viertal is ingeslagen, lijkt vooralsnog dik in orde en belooft wat voor het in september te verschijnen Listen. We horen verrassend veel werk uit de begintijd van het viertal, zoals ‘Eddie’s Gun’, ‘Sofa Song’ en ‘See The World’, die stuk voor stuk behoorlijk scherp gebracht worden. The Kooks ogen fris en hongerig naar het succes dat ze dankzij die nummers groot heeft gemaakt en lijken goed op weg naar een herhaling daarvan.

Monsterhit ‘Feel The Love’ ligt inmiddels alweer zo’n twee jaar achter Rudimental, maar blijkbaar is dat geen reden om er nog vrolijk op te teren. En dat is maar goed ook. De groep uit de Londense wijk Hackney is een gevarieerd gezelschap, maar zeker geen bij elkaar geraapt zooitje. Vaste tourzangeres Ella Eyre, op debuutplaat Home onder meer verantwoordelijk voor het sterke ‘Waiting All Night’, blijkt te beschikken over een fantastische strot waarmee ze iedere uithaal redt, terwijl Amir Amor een hele verdienstelijke partij blijkt te kunnen rappen. Daarbij komt dat het muzikaal ook nog eens dik in orde is, want hoewel drum ’n bass de basis is en blijft, speelt de band heel veelzijdig zodra het daar de mogelijkheid toe krijgt. Deze manier van elektronische muziek live spelen heeft de toekomst en dat heeft dit bonte Engelse collectief maar wat goed begrepen.

De formule van Ed Sheeran – in zijn eentje met een gitaar en een rits (loop)pedalen op het podium – is inmiddels een bekende en lijkt zijn glans langzaam te verliezen. Desondanks lopen de meisjes van Pinkpop massaal voor hem uit en daar maakt hij dankbaar gebruik van. Hij vertelt dat hij vlak voor het optreden hoorde dat zijn nieuwe single ‘Sing’ zijn eerste nummer 1-hit in het Verenigd Koninkrijk is en laat het publiek haar shirts uit trekken en daar mee zwaaien, iets waar de weide gewillig gehoor aan geeft. Aan hen ligt het dan ook niet en aan het enthousiasme van Sheeran zelf evenmin, maar na de vlammende opening in de vorm van ‘You Need Me, I Don’t Need You’ kakt de boel drastisch in. De Nina Simone-cover ‘Be My Husband’ is nog even een alleraardigste opleving, maar over de hele lijn is de rossige Brit vooral heel saaiig. Het eeuwige geloop van de gitaren gaat vervelen en het gros van de liedjes zijn niet boeiend genoeg om daar iedere keer op die manier op voort te borduren en vervolgens het publiek maar mee te laten blèren.

Nee, dan Paolo Nutini. De Schot met Italiaanse roots doet onder meer dankzij een fenomenale nieuwe track (‘Iron Sky’) weer helemaal mee en heeft dit jaar liefst vier shows op Nederlandse bodem in zijn agenda. Het MC Theater en het nieuwe TivoliVredenburg – beide uitverkocht – zijn inmiddels achter de rug en later dit jaar volgt nog een show in de Heineken Music Hall. Dat ook dat optreden het verdient om uit te verkopen, bewijst Nutini en zijn sterke begeleidingsband in een klein uurtje op de 3FM Stage. En daar heeft ‘ie niet eens zijn twee bekendste nummers, ‘Jenny Don’t Be Hasty’ en ‘New Shoes’, voor nodig. Die worden deze middag namelijk in een soort opmerkelijke mash-up gespeeld. Zonde? Ja, dat wel. Maar des te belangrijker zijn nummers als ‘Candy’, de geweldige single van zijn voorlaatste plaat als afsluiter en het mooie, nieuwe ‘Better Man’, dat met bijzonder veel gevoel gebracht wordt. Veel kan de twintiger – ja, hij is nog steeds pas 27 jaar oud, met z’n oude mannenstrot – niet fout doen met die fantastische nieuwe plaat op zak en dat gebeurt dan ook niet. Hoewel hij dat stukje theater in ‘Iron Sky’, met daarin Charlie Chaplin’s speech uit The Great Dictator, gerust eruit mag laten. We moeten toch iets te zeuren hebben.

Of hoewel, misschien ook niet. Want daar op het hoofdpodium is Editors, dat deze avond als een soort co-headliner dienst doet. Geen vuurwerk tijdens ‘Papillon’ dus, maar de band – met Tom Smith nog steeds als onbetwiste blikvanger – heeft zulks ook niet nodig om de zoveelste weergaloze festivalshow neer te zetten. Het is inmiddels al de vierde keer dat de Engelsen op Pinkpop staan en het begint langzaam naar een greatest hits-show te neigen. ‘The Racing Rats’, ‘And End Has A Start’, ‘Munich’, ‘Smokers Outside The Hospital Doors’, ‘A Ton Of Love’, ze worden allemaal stuk voor stuk intens gebracht én beleefd. Pure schoten in de roos, met duizenden keeltjes die de nummers woord voor woord mee zingen. Zelfs de gebaartjes van Smith, die in het verleden nog wel eens als vervelend en geforceerd werden ervaren, dragen deze avond bij aan een fenomenale set. Er zullen dit weekend weinig bands te zien zijn die zo erg op één man leunen, maar in het geval van Editors en Tom Smith is dat allesbehalve een schande. Maar mogen ze de volgende keer alsjeblieft ‘gewoon’ als headliner op het affiche?

In de Brand Bier Stage zijn we een paar minuten later onderdeel van het volgende hoogtepunt van vandaag, dat op papier ook de sterkste dag van het weekend is. Dat hoogtepunt luistert naar de naam John Newman, die met zijn opzwepende soul-popplaat Tribute en mateloze enthousiasme hier deze avond hele hoge ogen gooit. Niet voor niets staat het vanaf begin af aan afgeladen vol bij de Brit, die bewijst dat hij deze festivalspot hartstikke verdiend heeft. Gesterkt door een band die van wanten weet, werkt hij zich van begin tot eind in het zweet – ha, rijmpje – en is zijn theatrale divogedrag, dat we ook al eerder dit jaar in een uitverkochte Melkweg zagen, heerlijk om eens op een festival te zien. En die stem… Newman beschikt over een stem die klinkt alsof ‘ie al dertig jaar mee draait en alles in het leven al heeft meegemaakt, en dat op zijn 23e. Daardoor kan hij de toch al veelal sterke liedjes net die extra kracht bijzetten die ertoe leidt dat de stampvolle tent hem keer op keer met een enorm applaus beloont, om aan het einde van de show als kers op de taart minuten lang ‘Love Me Again’ door te zingen terwijl John Newman inmiddels al lang en breed van het podium verdwenen is. Een volledig verdiende geste.

De verwachtingen voor headliner Arctic Monkeys waren vooraf vrij hooggespannen. Menigeen heeft tenslotte wel iets meegekregen van de feilloze show die Alex Turner en de zijnen iets minder dan een jaar geleden op Best Kept Secret weg gaven, maar toen was AM nog niet bepaald geland. Dat is nu wel het geval, dus dan zou er, met de show van toen in het achterhoofd, wel eens een historisch goed optreden inzitten. Setopener ‘Do I Wanna Know’ fungeert nog steeds als paardenmiddel om alle neuzen de juiste richting op te krijgen, iets waar ze vanavond ook weer glansrijk in slagen. Echter ‘Snap Out Of It’, de meest poppy song die de band ooit schreef en ‘Arabella’, beide prijsnummers van de jongste plaat, zorgen niet voor de instant euforie waar vooraf op gehoopt was. Waar het aan ligt? Lastig te zeggen. De omstandigheden zijn tenslotte prima: Alex Turner glanst weer in zijn rol als frontman, het geluid is dik in orde – de moddervette bassen, zo typerend voor de R&B-achtige sound die de vier op de nieuwe plaat hanteren, voorop – en er zijn zelfs helblauwe rookfakkels in de voorste rijen te vinden. Toch wil de vlam geen seconde echt in de pan slaan. Wellicht komt het doordat er zo nu en dan wel heel veel tijd tussen de nummers zit of doordat Turner enigszins afwezig oogt, maar daar zou je met zoveel kwaliteit in de songs wel weg mee moeten kunnen komen. Het probleem lijkt ‘m vooral te zitten in het gebrek aan energie en de vrij matige presentatie die de mannen deze avond tentoon spreiden, daar laten de Monkeys flink wat punten liggen. Gelukkig weten we dat ze beter kunnen.

Je kunt geen reactie achterlaten.