Eurosonic 2015: dag 2

Door Robin Oostrum en Remco Brinkhuis 16 januari 2015 Reacties staat uit voor Eurosonic 2015: dag 2

Na de eerste optredens, overvolle wachtrijen en eierballen is het tijd voor de tweede dag van Eurosonic. Het is ook de dag waarop de Plato en CoffeeCompany hun deuren openen voor een hele lading instores. Handig om ’s avonds wat ruimte in het programma te kunnen scheppen, want nog meer dan gisteren is het programma groot en de vraag of je overal binnenkomt nog groter. ROAR ging weer op pad.

In de Plato blijft Sóley met haar fragiele liedjes opvallend knap overeind. Deels is ze het zoveelste meisje met een keyboard, looping station en een breekbare stem, maar de nummers van de ervaren IJslandse zijn sterk genoeg om dat label al na een paar tonen in de prullenbak te gooien. In de aangenaam stille platenzaak presenteert ze bovendien twee nummers van een toekomstige plaat, die beide aanmerkelijk meer uptempo (en minder triphoppig) overkomen dan eerder werk. Wat dat betreft klinken de oudere liedjes een stuk onderscheidender: vanmiddag is murder ballad ‘One Eyed Lady’, aangekondigd met de bemoedigende woorden “this song is slow… I hope you don’t die”, het hoogtepunt.

Gisteren gemist, maar vandaag dan toch: Birds That Change Colour. Bij aanvang van het optreden in de Spieghel-bovenzaal valt de drukte nog mee, wat leidt tot het zelden op Eurosonic gehoorde verzoek om toch wat dichter bij het podium te komen staan. Wanneer het oude jazzcafé vol is gelopen zetten de zwaarbebaarde zanger Koen Kohlbacher en zijn Antwerpse collectief echter een meer dan degelijk country-pop-optreden neer. Werk van soort-van-soloplaat On Recording Birds wordt live opgeleukt door een volledige achtergrondband, achtergrondzangeressen en een orgeltje. Dat levert zoals gezegd een meer dan degelijk optreden op, al horen we in drie kwartier Birds iets te veel gecopy-pastete invloeden (Lynyrd Skynyrd, Band of Horses, The Band) langskomen om de originaliteitsprijs aan de Belgen toe te kennen. Kan zomaar een graag geziene band worden in het countrycircuit.

Meer drukte verwachten we bij Seinabo Sey in het Grand Theatre. De Zweeds-Gambiaanse scoorde met ‘Younger’ haar eerste grote hit, op basis van haar optreden vanavond kunnen we gerust zeggen: er gaan er nog veel volgen. Waar de muzikale presentatie dankzij livepercussie en -synths de poprichting van landgenote Lykke Li opgaat, roept de warme stem van Seinabo zowel hoog als laag associaties op met souldiva’s als Adele. Die soulpop van nummers als ‘Younger’ en ‘Hard Time’ wisselt ze bovendien ogenschijnlijk gemakkelijk af met langzamere r&b. Vooruit, die backing vocals uit een kastje klinken wat blikkerig en maken van datzelfde ‘Younger’ nota bene het zwakste nummer van de set, maar zelfs zonder album solliciteert ze hier nadrukkelijk naar grotere podia. We zagen op Eurosonic nog geen grotere blikvanger, betere zangeres, boeiender optreden dan dit.

Tot onze spijt is de zaal bij Annenmaykantereit dan al vol en de rij lang, waarop we besluiten een kijkje te nemen in bij The Riptide Movement in Huize Maas. Categorietje “dat hadden we beter niet kunnen doen”, want het Ierse negental (vluchtig geteld) blijkt uit te blinken in een soort nietszeggende stadionpoprock die niet rockt en al zeker geen stadions zal vullen. Snel weg dus. Met moeite komen we in de Spieghel binnen bij Acid Baby JesusUnique selling point van de Grieken is het combineren van het bekende psychrockgeluid met traditionele Griekse muziek. In de overvolle Spieghel blijkt het lastig om al deze accenten te kunnen onderscheiden van een muur aan psychedelica, laat staan van de extreem rumoerige zaal. Jammer, want zo blijven de op momenten aangenaam dronende Grieken nu vooral veroordeeld tot achtergrondband.

Na het muzikaal wat lastige uurtje mogen we ons inmiddels verheugen op Kiasmos, het zoveelste project van neo-klassiek wonderkind Ólafur Arnalds. Maar de IJslander is inmiddels 28 en prima in staat om wat kritiek te verwerken. Het vorig jaar uitgebrachte Kiasmos deed het goed als achtergrondmuziek bij nachtelijke schrijfopdrachten, haalde hier en daar wat jaarlijstjes en krijgt het Grand Theatre aardig vol vanavond. Wat blijkt nou? Als je er geconcentreerd naar moet luisteren blijft er weinig over van de klassiek-elektronische crossover uit de aankondiging. “Klassiek” blijkt te bestaan uit wat piano-akkoorden uit een iPad en goedkope vioolpartijen uit datzelfde apparaat. Partner Janus Rasmussen gooit er inderdaad “elektro” overheen met – voorspelbare – opbouwen naar clicktracks, bass-beats en afbouw tot hetzelfde riedeltje opnieuw kan beginnen. Het leidt tot een soort achtergrond-synthpop die tamelijk spanningsloos voortkabbelt, ondersteund door visuals van bospaadjes, wolken en nog meer bospaadjes. De sophisticated air die vooral Arnalds bijdraagt aan het project zorgt uiteindelijk vooral voor een wrange, pretentieuze smaak aan het geheel.

Tot slot proberen we binnen te komen bij The Picturebooks. De combinatie van het grote aantal aanwezige Duitsers met de onhandige indeling van De Spieghel maakt dat helaas andermaal onmogelijk, waarna het bij een rondje eierballen en een tocht naar huis blijft. Zo zal dag twee vooral herinnerd worden om het (doorbraak?)optreden van Seinabo Sey en de tegenvallende IJslanders van Kiasmos. Morgen weer een dag.

Tekst: Robin Oostrum
Fotografie: Remco Brinkhuis

Je kunt geen reactie achterlaten.