Eurosonic 2015: dag 3

Door Robin Oostrum en Remco Brinkhuis 17 januari 2015 Reacties staat uit voor Eurosonic 2015: dag 3

Tijd voor de laatste dag van Eurosonic. Nog een laatste kans om zo veel mogelijk instores en avondprogramma mee te pikken, en zo een idee van het komende muziekseizoen te vormen. Ook wij tourden weer door de Groningse binnenstad en kwamen met een laatste rijtje hoogte- en dieptepunten.

Het eerste noemenswaardige optreden in de Plato komt van Gengahr. De Britten worden in de Eurosonic-bio in het hoekje van de melodische indie-rock gezet en vergeleken met Vampire Weekend en MGMT. Niet geheel onterecht overigens, maar naast MGMT doet het in de weer goed gevulde platenzaak vooral denken aan de Flaming Lips ten tijde van Yoshimi. Licht verteerbaar en erg poppy, maar de melodietjes zijn slim genoeg om de Plato benieuwd te maken naar het aanstaande debuutalbum.

Via de tegenvallende net-niet-Björk Kate Havnevik en de veelbelovende conceptuele doomfolk van Hilbrandt komen we uit in de Minerva Art Academy. Daar presenteert het Franse vijftal Moodoïd zich voor het eerst aan Nederland. Het vijftal bestaat naast zanger/gitarist Pablo Padavani (ook Melody’s Echo Chamber) uit vier jonge vrouwen en bracht afgelopen jaar debuutalbum Le Monde Möö uit. Een album vol psychedelische rock, tempowisselingen en funky zang, live door de glitterende en geschminkte aankleding nog van wat extra glam voorzien. De invloed van producer Kevin Parker (Tame Impala) ligt er soms wel érg dik bovenop, waardoor Moodoïd nog regelmatig overkomt als een bekwame Tame Impala-kloon. Met meer sterke nummers in het straatje van ‘Je Suis La Montagne’ moet het wel goedkomen met de Fransen.

Je vraagt je soms toch af wie de bandbio’s van Eurosonic heeft geschreven. Zo wordt het Estse Odd Hugo omschreven als een mix van Andrew Bird, Jack White en Beirut. Klinkt op voorhand interessant, maar het blijft helaas een raadsel hoe Jack White in de muziek van dit vijftal terug te horen is. Daar kan de band natuurlijk ook niks aan doen, en zowel de stem als zangtechniek van Rando Kruus heeft inderdaad wel wat weg van Beirut. De tweestemmige zangpartijen worden met subtiele drums, trombone en trompet tot een aangenaam in het gehoor liggend geheel geweven, maar spannender dan wat mooi voortkabbelende folk wordt het niet. Pech voor de wat gezichtsloze Esten: in dit genre kent de gemiddelde Nederlandse studentenstad al meer dan genoeg artiesten.

Dan staat er zowaar een – pas op: gevaarlijke term – Pitchfork-hype in Huis de Beurs. De jonge Spaanse dames (en mannelijke drummer) van Mourn kwamen vorig jaar met een album dat welgeteld 23 minuten duurt. Dat belooft wat voor het toch echt drie kwartier durende tijdslot dat ze op Eurosonic is toebedeeld. Om met de positieve punten te beginnen: de grungepop heeft iets enorm aanstekelijks, vooral te danken aan de stoïcijns bassende Leia Rodríguez en de zich onmiddellijk in het geheugen nestelende krijs-refreintjes. Helaas haalt Mourn de aanvaardbare ondergrens van slordig rammelwerk nog niet. De twee frontvrouwen zijn pas achttien, dus laten we het houden bij een gevalletje te vroeg buiten de eigen landgrenzen.

Speelde Mourn de zaal nog in tien minuten halfleeg, blijkt bij Carmen Villain de Minerva Art Gallery om te beginnen al amper gevuld. We snappen wel snel waarom, want de Noorse masters of delay hebben even geen rekening gehouden met de natuurlijke galm van de ronde, uhm, galerij. De liedjes worden overigens nog vrij aardig opgebouwd met een deken van gitaargeluid en de dromerige warme stem van Carmen Maria Hillestad. Waar het ene nummer ophoudt en het volgende begint is al een stuk lastiger te bepalen, waarna we halverwege het optreden de rest van het publiek volgen op weg naar buiten. Moet nog maar eens terugkomen in een kleiner, rechthoekig poppodium.

In de Vera zien we dan de Denen van Narcosatanicos. Tamelijk melige bandnaam, op eigen verzoek aangekondigd in het Spaans… maar inhoudelijk verantwoordelijk voor een dosis serieuze post-punk. Jammer dat het geluid een paar maten te hard staat om te onderscheiden wat de drie gitaristen nou precies voor hun rekening nemen, want de melodieuze herrie klinkt bij vlagen aangenaam Swans-achtig. Bij wijze van eigen geluid wordt de wall of sound door de zanger opgeleukt met saxofoonsolo’s – die ook heus wel op gitaar hadden gekund, maar vooruit.

Geheel in lijn met de eerdere Eurosonic-dagen blijkt binnenkomen bij een Duitse band (Zentralheizung of Death) opnieuw onmogelijk, waarna we via wat korte concertfragmenten uiteindelijk terechtkomen bij de vikingmetal van Skálmöld. Dat is zo’n genre waarin je als band makkelijker op de kitscherige tour kunt scoren dan op kwaliteit, en na een ernstig clichématig symfonisch opkomst-intro vrezen we even een dergelijk kunststukje. Dat is gelukkg niet het geval. Het is de IJslanders te prijzen dat ze zich verder ontdoen van plat publieksvermaak, maar echt heel goed wordt het nou ook weer niet. En dus blijft het bij een oerdegelijk, clichématig metal-optreden dat niemand zich echt lang zal herinneren.

En dan, terwijl Di-rect een verrassingsoptreden geeft en Weval de Subsonic-kelder op stelten zet, dan zit het er weer op voor dit jaar. De balans opmakend zagen we op Eurosonic weer een aantal veelbelovende acts voor de toekomst: Seinaboy Sey en Moodoïd zijn wat ons betreft de hoop voor komend popzaal- en festivalseizoen.

Tekst: Robin Oostrum
Fotografie: Remco Brinkhuis

Je kunt geen reactie achterlaten.