A Place To Bury Strangers – Transfixiation

Door Michiel van de Weerd 20 februari 2015 Reacties staat uit voor A Place To Bury Strangers – Transfixiation

aptbs-transfixiation(Album – Dead Oceans / Konkurrent)  Transfixiation is het vierde studioalbum van de New Yorkse kraut- en noiserockers van A Place To Bury Strangers. De band achter frontman/ gitarist Oliver Ackermann zegt voor deze opnames instinctiever te werk te zijn gegaan dan op eerdere platen. Transfixiation, het debuut als producer van eigen drummer Robi Gonzalez, zou daarmee de band onvoorspelbaarder en puurder dan ooit laten klinken. De plaat is er in elk geval gevarieerd mee geworden. Waar de mannen van APTBS op eerdere platen vooral teruggrijpen naar noise, laat Tranfixiation blijken dat de band ook andere geluiden wil laten horen.

Opener ‘Supermaster’ maakt een wat matte indruk. Het nummer, waarin zanger Ackermann ingetogen zingt over een zichzelf continu herhalende baslijn en een snerpende gitaar, lijkt nooit echt op gang te komen en klinkt bovendien wat gedateerd. Dit hebben bands in de jaren tachtig ook gedaan, maar dan beter. Extra verrassend is dan ook het tweede nummer ‘Straight’. Weliswaar is het recept hetzelfde; de doorlopende baslijn en de noisy gitaar zijn weer terug, maar dan met veel meer vaart en expressie. De tekst en zang lijken meer in de muziek te liggen, waardoor je een synergetisch geheel hoort en dat klinkt lekker en opzwepend.

De band heeft dus een punt, de plaat is inderdaad onvoorspelbaarder dan wat we van APTBS gewend zijn, maar dat heeft wel een negatieve invloed op de kwaliteit van Transfixiation als geheel. Later op de plaat volgen meer geniale nummers, maar deze worden even vaak afgewisseld met meer matige nummers die niet beklijven en dat is zonde. De band klinkt in zijn geheel minder gevaarlijk en bedreigend dan op Worship, de vorige plaat, en die spanning mis je. Op de tweede helft van Transfixiation revancheert de band zich enigszins. Met als absoluut hoogtepunt ‘We’ve Come So Far’, een vuig shoegaze-nummer dat maar door lijkt te gaan, dat betovert en hallucineert, maar de band weet die kwaliteit niet tot het eind van het album vast te houden. Al met al lijkt het experiment van de meer afwisselende plaat voor APTBS niet helemaal geslaagd te zijn. Misschien kan de band nu niet beter of misschien is dit de ‘tussenplaat’ op weg naar een mooi en nieuw tijdperk. Laten we het laatste hopen.


Je kunt geen reactie achterlaten.