Sleater-Kinney – No Cities to Love

Door Leonie Poot 18 maart 2015 Reacties staat uit voor Sleater-Kinney – No Cities to Love

(Album – Sub Pop / Konkurrent) Als er éSleater-Kinneyén band is met een torenhoge cool-factor is dat het uit Olympia, Washington afkomstige Sleater-Kinney. Een coole band waar de pauzeknop de afgelopen tien jaar ingedrukt stond. Daar leek eind vorig jaar voorzichtig verandering in te komen met de bekendmaking van de 7-LP tellende box-set Start Together met daarin het geremasterde ouvre van de band.  

Sleater-Kinney werd in 1994 opgericht door Carrie Brownstein en Corin Tucker. Toen beide actief in andere bandjes. Brownstein in Excuse 17 en Tucker in Heavens to Betsy. Het self-titled debuutalbum uit 1995 klinkt als een product van haar tijd. Een 22 minuten durende schreeuwpartij tegen alles wat mis is met de wereld en specifiek tegen hen die van het mannelijke geslacht zijn. Pas na het debuutalbum van de band trekken de dames de stekker uit hun andere projecten en richten ze zich volledig op Sleater-Kinney. Dit is terug te horen op het tweede album van de band Call The Doctor. De band klinkt vanaf dit punt scherper en lijkt haar focus gevonden te hebben. Het geluid van de de band wordt gekenmerkt door het vibrato stemgeluid van Tucker, de door sixties rock-‘n-roll gevoede hooks van Brownstein, het aantrekken en afstoten van zowel vocalen als riffs.

Inspiratie komt uit verschillende hoeken, feminisme, politiek, relaties. De rode draad door de albums is de urgentie waar de nummers mee gespeeld worden. Of dit nu is op ‘How To Play Dead’ van hun debuut, het nummer over de verbroken relatie van Browstein en Tucker ‘One More Hour’ van Dig Me Out, of ‘#1 must have’ van hun vijfde album All Hands On The Bad One, het trio sommeert je te luisteren.

De band kent succes maar met mate. Ongetwijfeld zelf geregisseerd want van grote labels en commercie lijken ze niets te willen weten. Met Hot Rock belanden ze in de Bilboard top 100, de opvolgende albums All Hands On The Bad One, en One Beat waarin ze afrekenen met de aanslagen van 9/11, brengen de dames steeds iets meer bekendheid.

Op het zevende en laatste geremasterde-album ‘The Woods’ klinkt de band niet bepaald als een uitgeblust trio. Sterker nog, het drietal klinkt energiek en vurig, rauwer en een tikkeltje cynisch. Op ‘Entertain’ zingt Brownstein “You come around looking 1984 / You’re such a bore, 1984 / Nostalgia, you’re using it like a whore.” Het 11 minuten durende door distortion gevoede gitaren ‘Lets Call It Love’ is episch en geeft veel bandjes van diezelfde generatie het nakijken.

De box-set geeft een mooi beeld van de loopbaan van Sleater-Kinney. Waar het trio op hun eerste albums wilde provoceren en de confrontatie opzocht werd dit door de jaren heen minder. Maar ook op hun latere albums bleef Sleater-Kinney instaat de nietsvermoedende luisteraar knock-out te slaan.

Sleater-KinneyDe hoed kan afgenomen worden voor diegene die achter Sleater-Kinney’s marketing zit. Want met de aankondiging van de box-set waren de dames, pats-boem, ineens overal. Dat de band hierop voort zou borduren met een album is met terugwerkende kracht wel te bedenken maar waar menig popartiest afgerekend zou worden op zo’n slim uitgedacht plan komt Sleater-Kinney er lachend mee weg.

Op No Cities to Love zijn de dames nog altijd strijdbaar. Album-opener ‘Price Tag’ uit kritiek op de consumptiemaatschappij: “We never really checked, we never checked the price tag / The cost comes in, it’s gonna be high / We love our bargains, we love the prices so low / With the good jobs gone, it’s gonna be rough.” Geen zelf respecterende Sleater-Kinney-fan durft hierna nog een voet over de drempel van een prijsvechter te zetten. Toch?

De dames laten op No Cities to Love geen steekje vallen, alles klopt. Waar de band een pauze inlaste omdat ze niet meer het onderste uit de kan konden halen en kwalitatief gezien niet meer de albums konden maken die ze wilde maken, lijken ze zich op hun achtste album volledig herpakt te hebben. Het album klinkt dynamisch, vers, melodieus, maar tegelijkertijd vertrouwd.

Met de title-track ‘No Cities To Love’ levert de band wellicht het meest toegankelijke nummer af van hun carrière, maar weet met de synths op ‘Fangless’ ook te verrassen. Sleater-Kinney vliegt misschien niet meer zo uit de bocht als op Dig Me Out maar met een gemiddelde leeftijd van 43.6 jaar is dat ook helemaal niet nodig. Wat ondergetekende betreft: Game. Set. Match. voor Sleater-Kinney.


 

 

Je kunt geen reactie achterlaten.