Best Kept Secret 2015: dag 3

Door Robin Oostrum 23 juni 2015 Reacties staat uit voor Best Kept Secret 2015: dag 3

De laatste dag van Best Kept Secret heeft dit jaar op papier het sterkste programma. We trappen af met Steve Gunn in de Three, waar we onder het zeil nog even negeren dat de zomer is begonnen met een stevig buitje. Steve Gunn is er eentje uit de school, dan wel band, van Kurt Vile en dat mag er dik bovenop liggen. Mits zo sterk uitgevoerd als hier is dat geen enkel probleem: na een dertien minuten durend nieuw nummer als set-opener ligt de nadruk op het sterke Way Out Weather van vorig jaar. Zoals het een Vile-adapt betaamt is het gitaarspel van hoger niveau dan de zang, maar stiekem is die lekker lage, van een lome galm voorziene stem van Gunn uitstekend geschikt voor zijn muziek. Hoogtepunt halverwege de set is ‘Milly’s Garden’, waarbij Gunn even zijn klasse toont door – naast de zang – de gitaarlick in het refrein én de daaropvolgende solo voor eigen rekening te nemen. De op zijn voorhoofd vastgeroeste frons is echt nergens voor nodig: prima optreden.

Marmozets

Marmozets

Wat beats per minute betreft kan de overstap van Gunns uitgesponnen gitaarsound naar het speedy Marmozets nauwelijks groter. De poppunk slash mathrock is precies poppy genoeg om na een half refrein mee te kunnen zingen, en punky genoeg om daarmee niet voor een veredeld Paramore te hoeven doorgaan. Die lijn is hier en daar nog wel wat dun overigens: waar bassist en drummer met tempo en maten spelen blijft Marmozets het interessantst, want van de teksten als “hit the wave pull me under / cleanse this soul and make it better / ‘cause I’m afraid of being nothing / so take this life and make it something” moet het vijftal uit Bingley (UK) het niet hebben. Prima ouderwets wakkerschudden op zondagmorgen, dat een flink aantal toeschouwers hier door de regen heendanst mag Marmozets in zijn zak steken.

Marmozets, Gengahr, Waxahatchee… het is vanmiddag bandnamenbingo in Hilvarenbeek. Die laatste komt met drie uitstekende albums op zak naar de Three. Laatste plaat Ivy Tripp is daarvan de eerste op het grote Merge Records, maar is gelukkig net zo doorspekt met lo-fi grunge-pareltjes als voorganger Cerulean Salt. Op die twee platen ligt ook vanmiddag de nadruk, in een onnodig wisselvallige set. Zangeres Katie Crutchfield begint nog in your face met het ijzersterke ‘Under A Rock’, waar zodra de overige vier bandleden halverwege de tweede zin invallen, één van de sterkste set-openers van Best Kept Secret genoteerd kan worden. Meer van dat soort hoogtepunten zijn er vervolgens ook zeker, met onder meer ‘LA Loose’, ‘<‘ (die koortjes!) en ‘Peace And Quiet’. Des te meer zonde dat er af en toe ook zoveel misgaat: technische problemen met een microfoon verpesten song-van-het-jaar-kandidaat ‘Air’, maar ook Katie zelf valt te vaak op een valse noot te betrappen, als ze al niet wordt overstemd door de veel te luid gemixte gitaarnoise. Ons vastklampend aan de sterke momenten tussendoor verheugen we ons alvast op de najaarstour met Steve Gunn, die ook Nederland aandoet.

First Aid Kit

First Aid Kit

Van de Ikea-folk van Of Monsters And Men (gisteren) door naar de H&M-country van First Aid Kit. De zusjes Johanna en Klara Söderberg staan hier als een soort gestylede billboardvarianten van Joni Mitchell en Carole King op het podium, geëxcuseerd door het – inmiddels snel vergeten – feit dat hun vorig jaar verschenen Stay Gold helemaal geen onaardig folkpop-album was. Ai ai, wat een pastiche krijgen we voor onze kiezen. “I’ll be your Emmylou and I’ll be your June / if you’ll be my Gram and my Johnny too” zingen ze in het afsluitende ‘Emmylou’. Het is nota bene het enige nummer dat enigszins overeind blijft op de One, maar met Emmylou Harris en June Carter Cash heeft deze zielloze commerciële imitatiepop weinig te maken. Een vermelding waard: de lapsteelgitarist die ergens achterop het podium druk zit te schuiven, maar zelden boven het zoete gesnik van Klara en Johanna uitkomt. En, uhm, die bizarre Black Sabbath-cover (‘War Pigs’) halverwege.

Snel weer terug naar de Three voor één van de grootste Britse hypes van het moment. Daar beukt de 29-jarige Kate Tempest in één klap alle nare herinneringen aan First Aid Kit opzij. Een dichteres/toneelschrijver die rapper wordt, dat leest al lekker weg, maar het blijkt ook een meesterlijke zet. Bij landgenoot The Streets mochten we (en hijzelf ook) tussen de felle beats nog wel eens naar adem happen in een grijpbaar melancholisch refreintje, niks daarvan bij Kate: in sneltreinvaart voert ze haar raps – met dat heerlijke cockney-accent – en grimebeats af op de inmiddels uitpuilende Three. Haar poëtische achtergrond horen we in een scherpe observerende tekst als ‘The Beigeness’, de toneelkunsten in een a capella-preek als ‘The Truth’. Als er ergens nog terrein te winnen valt, dan toch op het muzikale gedeelte waar de grimebeats weinig onderscheidend – laat staan vernieuwend – te noemen zijn. Op Kates inhoudelijke en vocale performance staat vandaag echter geen maat.

Over vocale performance gesproken, daar heb je Samuel Herring al. De frontman van Future Islands staat wel heel prime-time op de One geprogrammeerd. We weten inmiddels wel dat hij (niet) kan grommen en (niet) kan dansen, maar mogen ook niet vergeten dat album Singles meer was dan ‘Seasons (Waiting On You)’, en dat Future Islands daarvoor ook al prima platen maakte. Maar Samuel Herring heeft inmiddels donders goed door hoe het werkt: ze staan hier niet voor die ‘prima platen’, ze staan hier omdat Samuel Herring als een idioot over het podium staat te springen en zichzelf zo hard op de borst slaat dat we het door zijn microfoon kunnen horen. Waarom dan elk nummer in het ‘Seasons’-sausje is gegoten (dreunende synths, dreunende bass, saaie drums, gruntende Samuel) is niet helemaal duidelijk. De eens zo subtiel van new wave naar post-punk hintende nummers zijn nu stuk voor stuk inwisselbare festivalknallers, met één probleem: er staat maar één festivalknaller op de setlist. Het vermakelijkst is nota bene het einde, wanneer Samuel met een sprong over het hek de One verlaat. De rest van de band moet daar toch iets van vinden, hoop je.

Reigning Sound

Reigning Sound

Via het lekker freaky Ariel Pink en het suffe Royal Blood eindigen we deze Vaderdag bij de dad-rock van Reigning Sound. Zanger Greg Cartwright, in de jaren negentig op zijn relevantst als frontman van de Oblivians en Compulsive Gamblers, loopt zo’n vijf minuten voor aanvang maar eens het podium op. Beginnen dan maar? Beginnen dan maar. Waar bij Oblivians eerlijke liedjes in punk en R&B verpakt waren, zitten diezelfde eerlijke liedjes bij Reigning Sound in een jasje van rootsy garagepop. Hier en daar liggen de invloeden (The Band, Them) er wel érg dik bovenop, maar vaker zien we juist een frisse speelsheid rondom – was het altijd maar zo makkelijk – hele goede liedjes. Als band-afsluiter van de Three valt hier alles op zijn plaats: die soulvolle croonstem van Greg Cartwright, het orgel van Dave Amels, de getweeën achter één microfoon gezongen koortjes van Mike Catanese en Benny Trokan. Gedeeltelijk onbewust geeft een vrouw uit het publiek het startschot voor een reeks ijzersterke nummers door ‘North Cackalacky Girl’ al zingend aan te vragen. Even wisselt Greg een glimlach uit met orgelspeler Dave, om hem onmiddellijk in te zetten: deze stond al als volgende nummer op de setlist. Met ‘Falling Rain’ en ‘Stormy Weather’ provoceert Greg nog tevergeefs de weergoden, om via het onderkoeld tragische popliedje der popliedjes ‘Never Coming Home’ (zonder strijkers zelfs nóg harder binnenkomend dan op plaat) richting toegift te werken. Die wordt uiteindelijk door de organisatie voorkomen als de tijdlimiet al tien minuten is overschreven. Wat een heerlijk optreden.

Headliner Alt-J geloven we dan wel, die zagen we voorbije jaren al vaak genoeg in ons land. De zondag bleek inderdaad de sterkste dag te zijn, en typerend voor deze editie: waar in het eerste jaar nog flink werd gescoord door headliners (Damien Rice met diens eerste Nederlandse optreden in jaren, een waanzinnig Arctic Monkeys, een huilend veld bij Sigur Rós), was het dit jaar juist de opvulling die BKS moest doen glanzen. Dat lukte regelmatig, maar dat neemt niet weg dat deze editie over de gehele linie als minder sterk aanvoelde dan de eerste twee, en minder onthulde ‘secrets’ kende dan voorheen. Desondanks blijft het fijn toeven in de Beekse Bergen, waar de rijen voor de early early bird tickets alvast weer genoeg gezelligheid voor volgend jaar voorspellen.

Tekst: Robin Oostrum
Fotografie: Melanie Marsman (Marmozets), Chris Stessens (First Aid Kit, foto homepagina) en Kasper Vogelzang (Reigning Sound) via Best Kept Secret

Je kunt geen reactie achterlaten.