Down The Rabbit Hole 2015: dag 2

Door Daan Krahmer 30 juni 2015 1

Het op papier al niet misselijke programma van de DTRH-vrijdag, pakte in de praktijk (net) iets minder goed uit dan gedacht. Dat was mede te danken aan een rumoerig en bij vlagen niet zo’n respectvol publiek, maar op de zonovergoten zaterdag revancheert DTRH zich sterk. Terwijl buiten veel zand aan het opstuiven is en het halve festival zonder shirt loopt, mag hype-in-wording Elias de Fuzzy Lop verblijden. De piepjonge Zweed heeft alvast de single (‘Revolution’) en de stem mee. Een wereldstem, ergens tussen Sam Smith en Gregory Porter in. Daar is ook veel mee gezegd, want de aan James Blake-verwante elektronische R&B is een beetje dertien in een dozijn. Qua productie lijkt zijn muziek een beetje op FKA Twigs. Zijn vijfkoppige beleidingsband speelt wat slordig en gaat hier en daar onnodig over de top. Deze show moet eerst nog even flink rijpen, wil Elias live indruk blijven maken.

Misschien kan Elias nog wat leren van Rhye, dat hier eveneens zijn eerste concert op Nederlandse bodem speelt. Er zijn meer gelijkenissen. Beide acts zijn actief in hetzelfde genre en kennen grofweg dezelfde bezetting. Ondanks dat de Hotot-tent (veel) te groot is komt de mysterieuze sfeer van de gelaagde liedjes uitstekend uit de verf. Dat is niet alleen te danken aan de bijzondere arrangementen, maar eveneens aan frontman Michael Milosh. Hij mag dan vrij gewoontjes ogen, zijn zangtechniek is prijzenswaardig en vol beheersing. Rhye klinkt daarmee zowel gevoelig en intiem als dansbaar, loom en van tijd tot tijd onweerstaanbaar zwoel. De liedjes van debuut Woman komen in uitgesponnen, vaak jazzy uitvoeringen goed tot hun recht. Dat de vele intermezzo’s hier en daar wat te veel worden is Rhye dankzij een overload aan smaakvolle details vergeven.

Verder dansen kan met hipstercollectief Glass Animals, dat live grote stappen heeft gezet. Deze hippe band gaat verder waar Alt-J en Wild Beasts stoppen en blijkt verrassend populair. Eigenlijk is dat zo gek nog niet want Glass Animals heeft niet alleen de looks maar met ‘Gooey’, ‘Hazey’ en ‘Pools’ ook de hits. Het onderkoelde geluid dat deze band naar DTRH brengt functioneert als ultieme soundtrack voor een heerlijke zomerdag als deze. De hele band speelt overtuigender en gecontroleerder dan voorheen. Dat geldt in het bijzonder voor frontman Dave Bayley, die zich met zijn bezielende dansjes manifesteert als de Max Colombie van de zaterdag. Allemaal geheel ten dienste van het liedje, welteverstaan.

Of het jonge, Britse Happyness dat ook doet valt te betwijfelen. Het trio is een ongemakkelijke band om naar te kijken. Dat geldt vooral voor de zingende bassist Jonny Allan, die met zijn uitsloverige en merkwaardige houding veel aandacht opeist. Beyond slacker, maar het publiek geeft er niet zoveel om. Happyness doet gewoon waar het voor gevraagd is; hun aangename, jaren negentig ademende liedjes spelen. In die gruizige gitaarliedjes weerklinken Weezer, Yo La Tengo, Pavement, Wilco en Sparklehorse. Niet de minste namen inderdaad. Tijdens ‘Montreal Rock Band Somewhere’ (met de briljante frase: “I’m wearing Win Butler’s hair / There’s a scalpless singer in a Montreal rock band somewhere”) komt Happyness het beste over. Het kan echter niet verhullen dat we staan te kijken naar een zooitje ongeregeld op het podium, dat wel zorg draagt voor een aaneenschakeling van fijne melodieën.

De tent staat aardig vol voor de zompige muziek van Benjamin Booker. De gepassioneerde liedjesschrijver is niet vies van lange, smerige jams en met zijn karaktervolle stem kan hij uit de voeten met soul, blues en garagerock. Anders dan op Where The Wild Things Are vergeet de grillige Booker geen contact met het publiek te maken, hoewel hij wel vrij in zichzelf gekeerd staat te spelen. Hoewel Benjamin Booker een lastige liveact blijft deert dit vanavond niet; het publiek is enthousiast en de liedjes zijn fijn. Het is op basis van dit optreden eigenlijk gek dat het gelijknamige debuut van dit jaar niet (veel) meer erkenning van pers en publiek heeft gekregen.

De producer van dat debuut is niemand minder dan Brittany Howard, die hier vanavond als frontvrouw van Alabama Shakes als een echte diva op het podium staat. Howard is een sterke podiumpersoonlijkheid geworden – in schril contrast met haar vorige loopbaan als doodgewone postbode – zonder arrogant te ogen. Belangrijker: ze heeft nog altijd een strot waar je u tegen zegt. Een belachelijk groot bereik en veel soul. De nieuwe liederen van Sound & Colour blijken met afstand de beste in de set. ‘Don’t Wanna Fight’, het epische ‘Gimme All Your Love’ en met kopstem gezongen ‘Future People’ kun je gerust festivalanthems noemen. Het maakt van Alabama Shakes een populaire act. Ter illustratie: Rice speelde vrijdag voor een stuk minder man in de Hotot. Nu maakt Alabama Shakes ook meer traditionele muziek, waar veel mensen mee uit de voeten kunnen, zowel jong als oud. Toch draait praktisch alles om Howard. ‘Haar’ band heeft veel soul, maar de acht man om Howard heen ogen vooral anoniem. Deze band heeft zo’n frontvrouw echt nodig, maar kan haar ook maar moeilijk bijhouden. Het geheel blijft daarom over de gehele linie akelig veilig. Dat Alabama Shakes ‘op safe’ speelt is niet erg, maar op basis van Sound & Colour had je toch een iets vlammendere show verwacht.

Roísin Murphy leek met Overpowerd (2007) de nieuwe queen of pop te worden. Het liep anders: de plaat leidde niet tot een échte doorbraak en was evenmin een commercieel succes. Acht jaar gingen er vervolgens voorbij, maar begin 2015 keerde Murphy terug. Dat deed de voormalig Moloko-zangeres met Hairless Toys, een eigenzinnig discopop-album. Die eigenzinnigheid staat ook centraal in haar co-headliner optreden van de zaterdag. Hits worden grotendeels vermeden, op Moloko inkoppertje ‘Familiar Feeling’ na. Vanaf dit moment wordt de show eigenlijk steeds ontoegankelijker. En beter. Wat heeft Murphy namelijk een straffe band meegenomen, inclusief de flink dwingende bassist. Het is knap hoe de computergestuurde liedjes volledig live worden gebracht. Het nieuwe materiaal mag dan minder radiovriendelijk zijn, het swingt van tijd tot tijd flink de pan uit. De makkelijke weg wordt vermeden, maar Murphy slaagt met vlag en wimpel. De zangeres heeft ontzettend veel stijl en na ieder nummer volgt een modieus verantwoorde verkleedpartij. Tel daar een karakteristieke popstem bij op en iedereen is een beetje verliefd op deze artistieke ‘mislukte’ popster.

Meer verkleedpartijen vervolgens bij het Zweedse GOAT, dat als altijd compleet in kostuum aantreedt. Alle zeven staan ze gemaskerd op het podium met de twee bont geklede zangeressen als belangrijkste gezichtspunt. De mix van psychedelische wereldmuziek maakt dit een act die zijn gelijke niet kent. De zangeressen praten vrijwel niet, maar zoeken via wilde dansbewegingen contact met het publiek, dat binnen de kortste keren helemaal in extase verkeert. Zij slaan ook aan het dansen dankzij de buitengewoon ritmische composities van GOAT. Kan ook niet anders met zulke monsterlijke grooves. Een prettig gestoorde gewaarwording is dit verantwoorde carnaval wel, maar op deze tamelijk briljante show valt niks aan te merken.

Bij FKA Twigs draait het eveneens om de uniciteit van de show en om de ervaring. De liedjes van debuut LP1 mogen dan veelal uit de computer komen, Twigs flirt op het podium door middel van geluid, zang en dans virtuoos met het publiek. Tahliah Debrett Barnett, zoals haar echte naam luidt, is een buitengewoon goede zangeres. Zo sexy en zelfverzekerd als ze danst, zo kinderlijk fragiel is haar zangstem. Het optreden staat als een huis. Twigs is live een intense en sensuele ervaring die meer indruk maakt dan op plaat.

Iggy Pop is niet eens op tournee, maar staat toch op DTRH. Een levende legende die zo ongeveer alles heeft gedaan wat God verboden heeft, en met zijn baanbrekende band The Stooges aan de wieg van de punk stond. Praktisch elke rabbitholler wil een glimp van hem opvangen. En verdomme, wat vliegt Pop er vól gas in, met achtereenvolgens ‘No Fun’, ‘I Wanna Be Your Dog’ en ‘The Passenger’, die goed zijn voor de meest uitzinnige menigte van het weekend. Een gewaagde keuze om zijn bekendste nummers meteen aan het begin te spelen. Maar, om Pop te citeren: “fuck”, wat lekker. Tijdens het eerste nummer gaat zijn leren jasje al uit en staat hij shirtloos over het podium te rennen als een jonge hond. “I wanna make love with everybody! Even if they don’t!” schalt hij door de Hotot. Hoeveel mensen komen daar op hun 68-ste nog mee weg? Hoewel het kruit vroeg verschoten is, blijkt dit headlinerslot al snel een gewonnen wedstrijd. Pop is goed bij stem en heeft een uithoudingsvermogen waar zelfs Patti Smith niet bij in de buurt komt. Hoewel Pop zijn creatieve bloeiperiode alweer geruime tijd achter zich heeft gelaten, ademt hij nog pure rock-‘n-roll. Wie had dat nog verwacht?

Eén reactie »