Into The Great Wide Open 2015: dag 2

Door Julien L'Ortye 9 september 2015 Reacties staat uit voor Into The Great Wide Open 2015: dag 2

En óf we een drogere nacht beleefden. Sterker nog, zodra we op het Sportveld voor allemansvriend Kenny B aanbelanden, breekt de zon zowaar door. Dat doet ‘ie tijdens ‘Parijs’, dat na ‘Drank & Drugs’ toch gerust de zomerhit van dit jaar genoemd mag worden, doodleuk nog een keer om vervolgens even te blijven schijnen ook. Om muzikaal gezien echt een uur lang te boeien is het oeuvre van de Surinaamse Nederlander nog iets te slap voor, maar zijn band – en dan met name de gitarist – maakt bij vlagen veel goed. Daar komt bij dat dit, in combinatie met het plotselinge fraaie weer, de juiste man op de juiste plek is, waarmee je gerust mag zeggen dat de zomerzegetocht van Kenny B er na vanmiddag weer een nieuw hoofdstuk bij heeft gekregen.

We blijven vervolgens op het Sportveld hangen om even later Gabriel Rios aan het werk te zien, hier eens echt gepresenteerd als een grote naam. En dat is de van oorsprong Puerto Ricaans-Belgische dertiger natuurlijk ook niet echt meer. Inmiddels ligt zijn meest voorname wapenfeit, de alleraardigste single ‘Gold’, al zo’n twee jaar achter ons en is het album waar het nummer op stond, The Marauder’s Midnight (2014), behoorlijk in de vergetelheid geraakt. Rios wilde zijn muziek graag ontdoen van alle franjes en terug naar de basis, maar blijkt te zijn vergeten dat je live dan (vaak) stukken harder moet werken om te blijven boeien. Dan mag de zon nog wel zo schijnen en de mensen zo content zijn, maar Rios en zijn band verzuipen hier op het hoofdpodium jammerlijk. En dan redt zelfs reclamehit ‘Broad Daylight’ je niet meer.

Snel er vandoor naar de Fortweg dan maar, waar een van Nederlands beste bands, Alamo Race Track, het helaas niet zo goed doet als bijvoorbeeld een jaar of drie geleden. Ralph Mulder en de zijnen zijn hier in principe kind aan huis, maar lijken er vandaag wel heel weinig zin in te hebben. Rug naar het podium, weinig interactie en uiterst verplicht voelende afsluiting maken het wel heel duidelijk dat de mannen hier vandaag niet voor hun plezier staan. Jammer, want daardoor komt het optreden geen seconde echt van de grond. ‘Unicorn Loves Deer’, de titeltrack van hun sterkste album, weet nog wel een beetje potten te breken en het publiek in de duinen – waar het weer eens heerlijk waait – is behoorlijk stil, maar verder gaat deze show niet de boeken in als een memorabele. Het kan ook niet altijd feest zijn.

En dus weer terug naar het Sportveld, waar Oddisee al snel de verrassing van het festival blijkt. De uit Washington D.C. afkomstige rapper, voormalig lid van hiphopgroep Low Budget Crew, een weinig voorstellende crew die vooral een aantal jaren geleden wat aandacht kreeg, besloot voor een eigen carrière te gaan. En tsja, we kunnen getuige dit optreden niet meer zeggen dan dat het een meer dan uitstekend besluit was. Amir Mohamed el Khalifa, zoals de Amerikaan oorspronkelijk heet, heeft een fantastisch muzikaal collectief om zich heen verzameld, dat er toe leidt dat deze full band hiphop belachelijk goed voor de dag komt. Zelfs in de stromende regen voert het festivalpubliek (regen)dansen uit en schuilt zij sporadisch onder de schuilopties, terwijl El Khalifa ondertussen de ene na de andere vloeiende rap uit zijn mouw schudt. Het is ook niet zo verbazingwekkend dat de beste man Vlieland zo’n waardevolle setlist voor de kiezen schuift; hij was afgelopen jaar tenslotte al toe aan zijn achtste(!) album. Klaarblijkelijk is dit precies waar Into The Great Wide Open na alle metereologische ellende aan toe was: fantastisch ondersteunde hiphop, uitgevoerd door een een rasartiest en performer die precies aanvoelt wat er moet gebeuren.

John Cooper Clarke zegt vervolgens middels vrij vage bewoordingen af, waardoor we toch weer vrijwel genoodzaakt zijn om te blijven hangen bij de – inmiddels geliefde – wijnbar, waar we onder meer All You Need Is Love –en Lotto Weekend Millionairs-presentator met de nodige regelmaat tegen het lijf lopen. Het levert een mooie plek voor Leon Bridges op, die met een heuse jaren zestig-dandy-outfit op het podium verschijnt. Fraaie jas, prachtige jas, geweldige uitstraling en charisma, je kent het wel. En zo oogstrelend als zijn verschijning is, zo saai is de uitvoering van zijn aardige nummers. Prijsnummer is natuurlijk ‘Coming Home’, een pathetisch liefdesliedje en bovendien Bridges’ single, waarmee hij hier heus harten zal breken dan wel vullen. Toch gebeurt er voor een act als deze, terug grijpend op de vibe van het eerder genoemde decennium, veel te weinig op het podium om te kunnen blijven boeien, helemaal wanneer je daarbij op telt dat het gros van Bridges’ nummers grotendeels in de middelmaat blijven dobberen. De Amerikaan heeft het in zich om op zijn minst een redelijke naam in zijn genre te maken, maar moet daarvoor wel nog heel wat aan zijn show gaan sleutelen.

Helaas besluiten omstandigheden dat we ‘maar’ moeten afsluiten bij Seun Kuti & Egypt 80, die nog geen etmaal voor hun optreden nog in het Nigeriaanse Lagos zaten, maar uiteindelijk, ondanks veel gedoe en gezeik, middels een Waddentaxi op Vlieland wisten te belanden. Het blijkt allesbehalve overbodige moeite, want de jongste zoon van de aanstichter van de afrobeat blijkt meer dan de moeite waard. Het blijft een genre waarbij een optreden valt of staat bij de intensiteit en insteek van de show, maar gelukkig weet Kuti precies hoe de vork in de steel zit. De Nigeriaan was al eens in ons land voor onder meer Felabration – waar ook vrienden van het eiland Jungle By Night een wezenlijke rol in speelde – en blijkt goed aan te voelen waar dit festival op zit te wachten. Geen gedonder met bovengemiddeld ingewikkelde ritmes, maar simpelweg dondersgoed jammen en een ijzersterke show weg geven. Dat daardoor een en ander in het avondprogramma verzet dient te worden, wordt ze dan ook vlot vergeven.

Je kunt geen reactie achterlaten.