Between the Buried and Me @ Melkweg, Amsterdam

Door Jeffrey Zweep 28 september 2015 Reacties staat uit voor Between the Buried and Me @ Melkweg, Amsterdam

Met een nieuwe plaat op zak én met wéér een verandering qua sound doet Between the Buried and Me tijdens de Europese tour ook Nederland aan. Nieuwe plaat Coma Ecliptic staat andermaal bol van de concepten, tempowisselingen en genre-huwelijken, maar kent gelukkig wat meer ademruimte. Dit maar geen allesvernietigende en leegzuigende tour de force, maar een soort metal-opera powertrip deluxe. We zijn héél benieuwd hoe dit live in de Oude Zaal van de Melkweg gaat uitpakken.

De geruchten dat de heren Coma Ecliptic integraal zouden spelen kunnen gelijk de prullenbak in, want de band opent met ‘Selkies: The Endless Obsession’ van Alaska, de plaat die deze maand haar tiende verjaardag viert. Het eerste feestje van de avond is het in elk geval wel.

Between the Buried and Me komt het eerste kwartier wat afstandelijk over en dat is best knap, in de volgepakte zaal. Zowel band als publiek moeten nog even inkomen, alsof opener ‘Haken’ z’n werk niet heeft gedaan. Daarna gaat het echter los, mede door de goede mix van vorige plaat The Parallax II: The Future Sequence en de juli uitgebrachte nieuwe plaat. Van die nieuwe plaat echter ‘slechts’ drie nummers, maar wel de meest logische: eerste single ‘The Coma Machine’ kon natuurlijk niet ontbreken, tweede single ‘Memory Palace’ eigenlijk ook niet en wat te denken van ‘Famine Wolf’, met die diepe riffs en het heerlijke drumwerk?

Écht los gaat het bij werk van klassieker Colors. Maar niet voordat we een liedje hebben gezongen voor jarige bassist Dan Briggs (nog meer feest!) en we gitarist Paul Waggoner ‘spetterpoep’ hebben laten uitspreken na een lang verhaal over falafel en diarree. Enfin, Colors dus. Het vijftal sluit de reguliere set af met het duo ‘Ants of the Sky’ en ‘Prequel to the Sequel’ en wat een fantastische keuze gelet op de reactie van het publiek. De focus tijdens de jazzy solo en publieksparticipatie tijdens de bluegrass breakdown van eerstgenoemde en de energie van laatstgenoemde, waar vocalist Tommy Rogers all over the place is. Muzikaal is het heel sterk, maar de band heeft het moeilijk met de Melkweg: zoals vrijwel altijd staat de bass te hard en zijn de solo’s slecht te horen. Behalve dat, én de tenenkrommende backing vocals (vooral clean!) van Waggoner, is er weinig aan te merken op de band. Na een korte pauze komen de heren terug om de avond af te sluiten met een cover van Queens ‘Bohemian Rhapsody’. Wat begint als een wat flauwe gimmick eindigt in een moddervette versie van deze klassieker. Een bijzonder einde van een sterke show.

Je kunt geen reactie achterlaten.