Cross-linx Eindhoven 2016

Door Robin Oostrum 27 februari 2016 Reacties staat uit voor Cross-linx Eindhoven 2016

Aan het concept van Cross-linx is al jaren weinig veranderd, maar voor de nieuwkomers: één of meerdere artiesten cureren vier avonden waarbij de grenzen van popmuziek worden opgezocht. Meestal schuift die grens met name richting de klassieke hoek: in voorgaande edities bleken vooral de singer-songwriter-met-orkest (Patrick Watson, José González) populair, alsmede bands die van zichzelf al pop met klassieke invloeden vermengen (Efterklang, The National) en neo-klassieke componisten die popliedjes maken (Ólafur Arnalds, Yann Tiersen). Daarom mag 2016 op papier alvast een gewaagde keuze heten: curator is namelijk Glenn Kotche, drummer van Wilco.

Een voor de hand liggend gevolg is dat we vanavond in Muziekgebouw Frits Philips – traditioneel de eerste avond in de reeks – veel op percussie gestoelde muziek tegenkomen. En vooral Kotche zelf: zo begint het programma in de Kleine Zaal met On Fillmore, één van Kotche’s oudste projecten buiten Wilco om. Het duo (contrabassist Darin Gray is ook van de partij) maakt een soort experimentele jazz waarin het tempo doorgaans hoog ligt en geluidseffecten variëren van tsjirpende eekhoorns tot minder aards klinkende xylofoons. Dat klinkt alvast als de minst toegankelijke show van vanavond en dat zal het ook blijken te zijn, niet geholpen door de wat onhandige podiumopstelling waardoor enkel de hoger gezeten toeschouwers een indruk krijgen van wat er eigenlijk gebeurt.

Minder gewaagd is het om 75 minuten lang The Notwist in de Grote Zaal te programmeren, hoewel daar pakweg vijftien jaar geleden wellicht anders over werd gedacht. De Duitse indietronics komen hier integraal Neon Golden (2002) spelen, het doorbraakalbum dat fans maar al te graag beschouwen als de onderbelichte evenknie van Radioheads Kid A. Tel daar het geringe aantal concerten dat The Notwist tot twee jaar terug in ons land gaf bij op, en je begrijpt het warme onthaal dat ze al ontvingen op de festivals (Best Kept Secret 2014, Motel Mozaïque 2015) en in het clubcircuit (Melkweg 2014, Doornroosje 2015) toen ze eindelijk hun buurland weer gevonden hadden. Terecht, want het leverde spannende shows op van een band die moeiteloos in het eerder genoemde rijtje past van bands die zelf de grenzen van de popmuziek opzoeken. Des te vreemder dat ze hier voor het cliché van de integrale plaatvertolking kiezen.

Het begin is ronduit matig. Zelden was The Notwist zo niet-spannend als tijdens het afgewerkte openingstrio van vanavond, waarbij hooguit opvalt dat hier begonnen wordt met achtereenvolgens nummer één, drie en zeven van de plaat. Toch groeit het zestal – tegenwoordig zonder de prettig gestoorde en node gemiste Martin Gretschmann – in het optreden. ‘This Room’ beukt voor het eerst de steriele zaal wakker, de al jaren live aan elkaar gemixte techno-krautrock van ‘Neon Golden’ en ‘Pilot’ zorgt nu voor een heerlijke tegenstelling met de melancholische afsluiters ‘Off the Rails’ en prijsnummer ‘Consequence’. Opvallend is dat er in de toegift geen ruimte blijkt voor jarennegentigplaten als Shrink en 12, die nog sterk bijdroegen aan shows van de voorbije jaren. Dat is na afsluitende fan-favoriet ‘Gone Gone Gone’ ook de conclusie van het optreden: wie altijd al eens Neon Golden wilde horen ziet vanavond een prima show, maar de lat die The Notwist met eerdere optredens legde wordt vanavond niet gehaald.

Door naar de ongunstigste plek van het festival: de foyer op de tweede verdieping. Daar staat de klassiek geschoolde Ryan Lott met zijn driemansformatie Son Lux, die op zijn vier studioalbums de vergelijking oproept met populaire electrosoul-acts als James Blake, SOHN en Majical Cloudz. Het blijkt helaas onmogelijk om voorbij de eerste drie rijen hier fatsoenlijk het optreden te kunnen aanschouwen. We horen boven het foyer-kabaal uit nog wel flarden van pompeuze drums, melodieuze zang en subtiele gitaarakkoorden, maar een coherente mix erin ontwaren blijkt teveel gevraagd. Dat verwijt geldt hier maar in beperkte mate voor de artiest zelf, doch vooral de idiote locatie. In naam van iedereen die livemuziek liefheeft, laat 2016 het laatste jaar zijn waarin er optredens op gehoorsafstand van een drukke bar plaatsvinden.

Het biedt wel de mogelijkheid om een groot deel mee te pikken van Kotche’s volgende optreden, die met de Amerikaanse top-percussionisten van Third Coast Percussion andermaal het experiment opzoekt. Dat experiment is de niet alledaagse podiumopstelling van twee drumtoestellen, twee marimba’s en twee vibrafoons, met daaromheen vier heren die – oneerbiedig gezegd – her en der op slaan. Te oneerbiedig eigenlijk, want dit is het meest Cross-linx-waardige optreden dat we vanavond te zien krijgen: een samenwerking van twee werelden die resulteert in iets dat noch extreem gezocht, noch overdreven ontoegankelijk is. Composities van Reich met vier man achter de marimba worden afgewisseld met drumsolo’s van Kotche zelf, om te eindigen met een soort drum-off tussen Kotche en een Third Coast-lid. Niet overal even spannend, maar voor velen wel een interessante kennismaking met de cross-over tussen klassiek en percussieve popmuziek. Precies waar je op hoopt met Kotche als curator.

Wat volgt is een van de opvallendere boekingen in de Cross-linx-geschiedenis. Neil Finn, die van Crowded House en Split Enz inderdaad, staat in de Grote Zaal voor een mix van solowerk en oude hits, en wordt ook nog eens bijgestaan door een orkest. Glenn Kotche heeft er nog steeds zin in en zit zelf vijf kwartier lang achter de drums, terwijl gastbijdragen van Andrew Bird (met viool) en Son Lux er een soort algehele samenvatting-van-de-dag van moeten maken. Het moet even benoemd worden: het geluid is hier beroerd. Er staan regelmatig veertien man en vrouw op het podium, maar zelfs op momenten van subtiele instrumentatie klinkt het geheel als een eendimensionaal laptopspeakertje waaruit de stem van Finn maar moeilijk te onderscheiden valt.

En het optreden zelf? Dat is prima, een tikkeltje braaf zoals je dat ook wel van Neil Finn verwacht. Mooie luisterliedjes waarbij de Nieuw-Zeelander zichzelf afwisselend begeleidt op gitaar en piano. Twee nummers van Andrew Bird passen moeiteloos in het ingetogen begin van de set, waarna Finn er slim meteen ‘Four Seasons in One Day’ tegenaan gooit om te voorkomen dat het publiek al vroeg indut. Zo is ook de rest van de set opgebouwd: mooie, trage luisterliedjes waarop je zittend in de zaal al even traag blijft knikkebollen tot Finn met de volgende ‘verrassing’ uit de hoed komt. Son Lux komt andermaal – nu met orkest – zijn hits ‘Easy’ en ‘Lost it to Trying’ spelen, Finn bewaart grootste hits ‘Message to my Girl’ en ‘Don’t Dream It’s Over’ voor het laatst, en in de toegift volgt er nog een eerbetoon aan David Bowie middels diens ‘Space Oddity’ – gezongen door Ryan Lott. Een optreden dat zeker niet de vooraf aangekondigde grenzen opzoekt, door het beroerde geluid moeilijk uit de verf komt, maar desalniettemin een prima voldoende scoort.

Het meest gewaagde aan deze Cross-linx zijn dan ook vooral de keuze voor Kotche als curator, en de optredens waarin Kotche zelf het experiment opzoekt. Veiligere keuzes als The Notwist en Neil Finn scoren ‘gewoon’ een voldoende, al is de keuze om beide een tijdsslot van vijf kwartier (zonder enig gelijktijdig alternatief) te geven wellicht wat optimistisch. Aan de curator voor 2017 – in de wandelgangen komt al een mooie naam voorbij – de taak om aan te tonen dat het inmiddels vertrouwde concept nog altijd interessant genoeg is voor een vierdaags festival.

Je kunt geen reactie achterlaten.