Pinkpop 2016: dag 1

Door Julien L'Ortye 11 juni 2016 Reacties staat uit voor Pinkpop 2016: dag 1

‘Friet is op dit moment helemaal hot’. Zo trapt Jan Smeets ‘zijn’ Pinkpop in het interview met 3VOOR12 voorafgaand aan het festival min of meer af. Verse friet is er dit jaar, rechtstreeks van de boer. Voorgesneden, dat wel, want om dat op het terrein zelf nog te moeten regelen, valt niet te doen, aldus de grote baas van het Landgraafse festival. Ook dit jaar kreeg-ie weer veel over zich heen wat de programmering betreft. Termen als ‘bejaardenpop’ vielen en wanneer je naar de drie headliners kijkt, snap je waar dat vandaan komt. Hoe dan ook is de line-up in de breedte ook dit jaar best aardig; er valt voor iedereen wel iets te zien.

Om te beginnen met Storksky, dat als winnaar van de muziekcompetitie Nu of Nooit traditiegetrouw het festival mag openen. Het tweetal – eenmaal zang en gitaar, eenmaal drums – met nog een achtergrondzanger(es?, moeilijk te beoordelen met zo’n snavel op je kop) doet dat best redelijk, hoewel de subtiliteit van de aardige liedjes op de titelloze debuutplaat live een beetje wegvalt. Dat is ook gelijk het voornaamste probleem, want waar bijvoorbeeld een genregenoot als Royal Blood – ook eenmaal zang/gitaar en eenmaal drums – die verhoudingen precies op orde heeft en daardoor ook scoort, voelt het hier een beetje als een zooitje. Het helpt ook niet echt dat de stroom bij de frontman wegvalt en we een aantal minuten naar een drumsolo moeten luisteren. Het vlamt wel heel eventjes wanneer Triggerfinger-drummer Mario Goossens de strijd aangaat met zijn Limburgse evenbeeld; hij weet namelijk wel hoe het werkt, zo’n tent opzwepen. Maar als dat je voornaamste wapenfeit is, heb je het er eigenlijk niet zo heel goed vanaf gebracht.

Hetzelfde geldt voor The Common Linnets, waarvan je je vooraf al mag afvragen of ze hier nou wel echt op hun plek zijn. Het antwoord is snel gegeven, want je kan (nog wel tweede zijn geworden op het Songfestival en) zoveel aardige tot goede liedjes hebben, op zo’n immens podium komt deze muziek simpelweg voor geen meter uit de verf. Ilse DeLange is dolblij dat ze hier – eindelijk – mag staan, zoveel is duidelijk, maar ondanks dat mateloze enthousiasme redden zij en haar band het niet. Aan het materiaal ligt het niet, maar om nou te stellen dat ze hier het hoofdpodium even overtuigend openen, nee. De songs lenen zich vooral voor een semi-dutje in het gras, of om ergens op het veld even lekker aan je teint te werken. Dat kan af en toe ook prima zijn, helemaal op dag twee of drie, als je zo brak en versleten bent dat je de eerste uren amper kan bewegen, maar niet als eerste (grote) act. En dan redt zo’n Songfestivalhit je ook niet meer, helaas.

Snel door naar de Maastrichtse zusjes van Clean Pete dus, in die leuke en sfeervolle Garden of Love, die vorig jaar in het leven geroepen is om één act twee keer per dag de kans te geven om het Pinkpop-publiek te overtuigen. Dat kun je wel aan de twee knappe blondines overlaten: Loes en Renée pakken de aanwezigen met zoveel gemak en charme in, dat je je afvraagt hoe het kan dat deze band nog geen grote(re) fanschare heeft. Toegegeven: de liedjes zijn veelal heel lieflijk en af en toe zelfs mierzoet, maar het zijn wel oprecht goéde liedjes. De combinatie van enerzijds Loes op gitaar en Renée op cello, samen met de haast perfect afgestemde tweestemmigheid, zorgt ervoor dat het doodeenvoudig is om een ruim halfuur volledig geboeid te blijven. Tussen al die muzikale, ietwat slome zoetigheid door is een wat meer up-tempo nummer als ‘Zet Me Uit’, inclusief geweldig refrein, een aangename afwisseling. Je mag dan ook gerust stellen dat het tweetal haar plek op het festival ruimschoots verdiend heeft.

Van wie je dat ook kan zeggen, is Lukas Graham. De Deen – die overigens wel wat weg heeft van Roy Donders – toont maar weer eens aan dat je aan één monsterhit genoeg hebt om een tent compleet vol te trekken. Het is namelijk onvoorstelbaar druk bij de Brand Bier Stage, waar het tot ver, ver buiten de tent rijen dik staat en er haast geen doorkomen aan is. Maar het is zo verschrikkelijk verdiend: Graham is naast een uitstekende entertainer een meer dan begenadigd zanger, hij beschikt bovendien over een ijzersterke band (die veel ruimte krijgt) en dan heeft-ie ook nog eens een rits catchy liedjes waar een tent als deze helemaal wild op gaat. Sterker nog: waar andere acts van dit formaat compleet drijven op die ene hit, heeft Lukas Graham ‘7 Years’ eigenlijk niet eens nodig. Het mag af en toe dan wel een beetje gladjes en gejat voelen, maar het werkt allemaal zo onvoorstelbaar goed, dat je niks anders dan respect kan hebben voor de show – want dat is het, een show – die hij en zijn band hier weg geven. Deze act had niet misstaan op het hoofdpodium, zoveel is duidelijk.

Dat geldt dan weer niet voor Bastille, dat gezien hun staat van dienst op zich op haar plaats is voor zo’n grote menigte, maar afgezien van het nieuwe werk zien we weinig verschil met twee jaar geleden, toen ze in de tent stonden. De stem van voormalig singer-songwriter Dan Smith is het enige dat muzikaal gezien nog een beetje interessant is, maar qua begeleiding is het allemaal zo mat en matig dat er weinig te genieten valt. ‘Pompeii’ is inmiddels verworden tot een (festival)anthem van immense grootte en ook meeklapper ‘Things We Lost In The Fire’ werkt als een trein op zo’n veld, maar daar is alles dan ook wel mee gezegd. Ze doen oprecht hun best, maar zolang je dit soort vrij laffe shows laat zien, ontgroei je het gemiddelde popniveau natuurlijk nooit. Terwijl dat wel heel graag is wat ze willen.

Op naar Years & Years dan maar, over wiens live-optredens alles al gezegd en geschreven is, maar we moeten het toch even met eigen ogen zien. Zo denken blijkbaar meer mensen, want de 3FM Stage is afgeladen vol voor het drietal dat voornamelijk om Olly ‘I am gay and I am singing about it’ Alexander draait. Wat blijkt: het valt allemaal wel mee, met hoe hopeloos zijn stem live klinkt. Maar misschien is dat ook wel vrij makkelijk om te concluderen, wanneer hij zich alleen echt durft te laten zien als-ie gesteund wordt door zijn achtergrondzangeressen, dan wel door een bandje. Hoe dan ook slaan hits als ‘King’ en het fantastische ‘Desire’, met die heerlijke jaren negentig housevibe erin enorm aan en heeft de band hier weinig te verliezen met zo’n enthousiast publiek voor zijn neus. De ietwat geforceerde mash-upcover van Katy Perry’s ‘Dark Horse’ en Drake’s ‘Hotline Bling’ had dan weer niet gehoeven, maar dit wordt gelukkig ruim gecompenseerd met een nieuwe song, waaruit we voorzichtig kunnen opmaken dat Years & Years weinig gaat veranderen. En dat is maar goed ook.

James Bay dan, voor wie je ondanks een uitverkochte show in de Heineken Music Hall, vorig jaar, best mag vrezen dat het hoofdpodium misschien toch een maatje te groot is. Niets blijkt minder waar. Waar het in de betonnen bierbak bij vlagen doodsaai was en er niks gebeurde, heeft Bay zijn liveshow zodanig verbeterd dat het nu een uur lang smullen is. Het mag dan wel typische hitlijst-singer-songwriter-rock zijn (om het maar eens te beschrijven), de liedjes op debuutplaat Chaos And The Calm zijn wel dusdanig goed om een festivalshow als deze mee te vullen. Alles lijkt raak te zijn: van het opeens vrij venijnig klinkende ‘Craving’, via het rustige, haast tergende ‘Let It Go’ naar megahit ‘Hold Back The River’, het is duidelijk dat James Bay stappen heeft gezet.

Of Major Lazer ooit nog stappen gaat zetten, is maar de vraag. Ook vanavond zien we weer een show die de gemiddelde festivalganger al minimaal één keer gezien heeft, met als enige toevoeging dat er weer een aantal hits bij zijn gekomen. Dat moet je Diplo wel meegeven: er zijn weinig producers die zo belachelijk succesvol zijn als de Amerikaan. Dit is wel gelijk zijn succesvolste project, maar met de waanzinnige hit ‘Lean On’ – bijna achthonderd(!) miljoen keer afgespeeld op Spotify – en het minstens net zo goede ‘Light It Up’ in de platentas, is dat ook niet zo verwonderlijk. Toch valt het een beetje tegen. Het is een typische set voor de zapgeneratie, die waanzinnig goed gaat op het lompe gemix. We moeten vooral geen masterclass dj’en verwachten, zoveel is duidelijk. Anderzijds is er natuurlijk ook niemand die daarvoor komt, men wil dansen. Nu ligt daar een wezenlijk probleem – dat tevens een probleem voor elektronische muziek op Pinkpop in het algemeen is. Als het zo achterlijk druk is, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een fatsoenlijke glimp van het optreden op te vangen en de ruimte om te bewegen ook minimaal is, kan je set nog zo goed zijn als je wil, maar dan werkt het gewoon niet. En dat is een beetje wat er gebeurt. Tot de eerste vijftig, zestig rijen loopt het als een tierelier, maar daarbuiten slaat het (door de immense drukte) een beetje dood. Kortom: als Jan Smeets echt wil dat dj’s ooit echt een ding gaan worden op Pinkpop zal-ie toch echt een keer de gok moeten wagen om ze op het hoofdpodium te programmeren.

Over het hoofdpodium gesproken: daar staan na tien jaar opeens weer de Red Hot Chili Peppers. Met nieuw werk op zak (en in aantocht) nog wel. We krijgen dan ook min of meer wat we verwachten: alle grote hits, gemengd met een drietal nieuwe nummers en hier en daar een verloren oudje er doorheen. Muzikaal werkt dat prima. De bijval die ‘Snow (Hey Oh)’ krijgt is immens, ‘Dark Necessities’ – veruit het beste nieuwe nummer – klinkt live ook als een trein en afsluiten met ‘Give It Away’ is natuurlijk ook zalig, maar hoe graag ze ook willen, komt het op de een of andere manier niet bepaald over. Van interactie is amper sprake, afgezien van de duik die Flea al vrij vroeg maakt en dat ene leuke grapje van Anthony Kiedis over een top 10-hit in Albanië. Daar komt bij dat het afgezien van die immer prettige slapbass – die je bijna in iedere song terug hoort – instrumentaal ook niet heel interessant is. Het mist wat venijn, een beetje pit, en überhaupt iets om dit headlinerwaardig te maken. Kortweg: je zou meer verwachten van een band die al ruim dertig jaar mee draait. Teveel routine, te weinig performance.

Je kunt geen reactie achterlaten.