Pinkpop 2016: dag 2

Door Julien L'Ortye 12 juni 2016 Reacties staat uit voor Pinkpop 2016: dag 2

Na een werkelijk zalige eerste festivaldag – louter zon, maar niet te warm – trekken op zaterdag plots wat wolken over Megaland. Dat heeft niet alleen betrekking op het weer, zo blijkt. Op het allerlaatste moment, vlak voordat het programma van start gaat, bereikt ons het bericht dat Ghost-zanger Papa Emeritus III zodanig veel last van zijn stem heeft dat hij niet mag optreden. Een flinke aderlating voor het festival en het is ook wel een beetje gemakkelijk om vervolgens De Staat, een dag eerder nog in de tent, op het 3FM Podium te laten vervangen. Maar soit, een paar uur voordat een show begint vervanging regelen is natuurlijk ook niet echt een pretje.

Hoe dan ook trappen we deze zaterdag af met Walk Off The Earth, dat haar bekendheid vooral dankt aan ‘dat ene YouTube-filmpje’ – dat werkelijk iedereen kent – waarop ze met vijf man op één gitaar Gotye’s ‘Somebody That I Used To Know’ coveren. Naarmate het optreden vordert wordt het pijnlijk duidelijk waarom dit hun voornaamste wapenfeit is. Live bakt de Canadese groep er namelijk helemaal niets van en is het niets meer dan een matige coverband. Zo helpen ze onder meer Adele’s ‘Hello’, gezongen met een verschrikkelijk geknepen mannenstem en Taylor Swifts ‘I Knew You Were Trouble’ op uitzonderlijk knappe wijze volledig om zeep, terwijl het eigen werk ook bij lange na niet goed genoeg is om ook maar een seconde te boeien. En als de interactie dan ook nog eens bijzonder geforceerd lijkt, kun je gerust stellen dat een act als Walk Off The Earth hier niets, maar dan ook niets te zoeken heeft.

Gelukkig is daar Lucas Hamming om de boel te redden. Misschien wel de meest tevreden man op het affiche, want wat is hij blij en gelukkig om hier te mogen staan. Sterker nog, hij heeft er zelfs een speciale roze Pinkpop-gitaar voor laten maken, die hij aan het einde van zijn show dan ook even trots laat zien. Volkomen terecht en verdiend overigens, die spot op het festival, want deze liveshow staat als een huis. Niet alle liedjes zijn even goed – zo steekt single ‘Never Let You Down’ er wel echt met kop en schouders bovenuit – maar hij brengt het allemaal met zoveel charme en een tikje (Amsterdamse) branie, dat het allemaal prima overeind blijft. Het is sowieso heerlijk om te zien hoe erg hij staat te genieten, helemaal wanneer hij doodleuk vanaf het podium naar de geluidsman en terug crowdsurft, om toch even die hele Pinkpop-beleving mee te pakken. Duidelijk verhaal dus: Lucas Hamming haalt er hier volledig uit wat erin zit.

Toen bleek dat Parquet Courts op Pinkpop zou komen, struikelden de muziekliefhebbers/kenners bijna over elkaar heen op Twitter om hier iets van te vinden. Strekking van al die tweets: de Amerikaanse band heeft hier niets te zoeken. En als je naar de hoeveelheid publiek kijkt, valt daar best iets voor te zeggen. Er staan aanvankelijk nog wel aardig wat mensen in Stage 4, maar naarmate het optreden vordert, wordt de tent leger en leger. Best zonde, maar aan de andere kant geven de New Yorkers hier nou ook geen optreden dat je echt bijblijft. Zonde, want de band beschikt over louter goede liedjes, maar doordat de geluidsmix bij vlagen zodanig slecht is dat zanger Andrew Savage nogal wegvalt tussen al het gitaargeweld, komen die liedjes niet echt over.

Wie daar weer eens geen last van heeft, is Lianne La Havas. De prachtige Londense zangeres, die groot is gebracht met Griekse en Jamicaanse roots, wist Pinkpop drie jaar geleden al tot tranen te roeren toen ze in de tent stond en inmiddels is het tijd voor het hoofdpodium. Daardoor gaat er wel de nodige intimiteit verloren, wat er weer toe leidt dat het haar niet lukt om aan het niveau van toen te komen. Neemt niet weg dat het een uitstekende show is, want als iemand het totaalplaatje heeft, dan is het La Havas wel. Ze is niet alleen bloedmooi en ontzettend charmant, maar ook (en vooral) uitzonderlijk getalenteerd, kan waanzinnig gitaar spelen, beschikt over een fantastische stem en weet zich ook nog eens gesteund door een band die van wanten weet. Bovendien weet ze als geen ander soul en pop met elkaar te vervlechten, en komen nummers als ‘Green & Gold’, ‘Midnight’ en ‘Unstoppable’ niet alleen allemaal als hits binnen, maar worden ze ook steengoed gespeeld. Toch mis je de eerder genoemde intimiteit een beetje, deze songs zijn nu eenmaal niet echt gemaakt om even mee over een veld te walsen maar passen meer in een afgesloten ruimte. Hoe dan ook scoort Lianne La Havas nog steeds met speels gemak een ruime voldoende, maar we hadden stiekem ook niet anders verwacht.

Als we het dan toch hebben over een veld kapot walsen, daar lijkt Nothing But Thieves geen moeite mee te hebben. Als ze op het hoofdpodium hadden gestaan dan, want net als bij Lukas Graham een dag eerder, is de Brand Bier Stage echt veel te klein voor de vijfkoppige rocksensatie uit Southend-on-Sea. Natuurlijk, single ‘Trip Switch’ is een van de beste liedjes van het vorige jaar en sloeg in als een bom, maar dat het live ook zo belachelijk goed zou werken, zagen maar weinigen aankomen. Het is dan ook een grote zegetocht, dit uurtje op Pinkpop. Wat naast de enorme hoeveelheid goede songs ook opvalt, is hoe fantastisch die stem van Conor Mason live klinkt. Precies genoeg bereik om er alle kanten mee op te kunnen, maar wel dat typische rockrandje om te blijven boeien. Nothing But Thieves schreeuwt om een groter podium en het moet wel heel gek gaan lopen als ze dat niet binnen nu en een jaar gekregen hebben.

Van een stel nieuwkomelingen naar een paar oudgedienden. En wat voor oudgedienden: tijdens de perspresentatie van Pinkpop konden we al op een videoboodschap gezien hoe blij Henny Vrienten dat hij hier na dertig jaar weer met zijn Doe Maar mag staan. De jonge, soppende meisjes van toen zijn de kort-pittige-kapseldames van nu, maar aan kwaliteit heeft de band helemaal niets ingeleverd, zo lijkt het. De zang van Vrienten klinkt nog steeds als een trein, terwijl gitarist Jan Hendriks in ieder liedje wel zijn stempel weet te drukken. Ze hebben er zichtbaar nog veel plezier in; die drie Ziggo Dome-shows volgende week zijn niet om even de zakken te vullen. Er is geen band op dit festival die zoveel hits op de setlist heeft staan als Doe Maar en het is dan ook allesbehalve verwonderlijk dat deze show in slaat als een bom. Een fantastische boeking.

Sinds de enorme deceptie die we vorig jaar bij Avicii beleefden, zijn we wel een beetje huiverig wat elektronische muziek op Pinkpop betreft. Blijkbaar heeft verder niemand daar last van, want de Brand Bier Stage staat onmogelijk vol voor Robin Schulz. Zelfs een biertje halen is een hele uitdaging, laat staan dat je een plek met fatsoenlijk zicht kan bemachtigen. Nu gebeurt er natuurlijk niet zoveel op het podium, maar Schulz heeft wel een enorme dj-booth mee, die zich bijna over de gehele breedte van de stage strekt en eigenlijk een grote ledverlichting is. Qua aankleding klopt het dus wel, maar ook muzikaal valt het helemaal niet tegen. Hij trapt af met ‘Headlights’, zijn voornaamste hit en vliegt vervolgens dankzij een mengelmoes van eigen werk (‘Prayer In C’, bijvoorbeeld, of ‘Sugar’, ook al zo’n hit van jewelste’) en welbekende radiokrakers van anderen in sneltreinvaart door de set heen, terwijl de confetti je onophoudelijk om de oren vliegt. Het klinkt allemaal ontzettend cliché (en dat is het in feite ook, iedere EDM-show tapt uit hetzelfde vaatje), maar je moet Robin Schulz nageven dat-ie het wel uitstekend doet. Het kan dus wél.

Ook al zijn het allebei Duitsers: het is een aardige overgang om plots van Robin Schulz naar Rammstein te gaan. De theatrale rockers met een uitstekende show werden nou niet bepaald met veel gejuich onthaald toen ze aangekondigd werden en daar valt best iets voor te zeggen. Het is muzikaal allemaal zo flinterdun, dat ze haast wel al die showelementen moeten verweven in het optreden. Maar toch, in vergelijking met de show van zes jaar geleden lijkt het allemaal wel mee te vallen. De glans lijkt er een beetje vanaf en ook het verrassingseffect is een beetje uitgewerkt. Het is er helaas ook niet veel smaakvoller op geworden, zo blijkt wanneer we tijdens ‘Zerstören’ bij wijze van ‘grap’ een soort nepbomvest zien. Het voelt allemaal wat geforceerd. Voor de gemiddelde muziekliefhebber valt er, afgezien van de aardige lading vuurwerk – met als hoogtepunt het vuurwerk dat over de hoofden van het publiek gaat en vervolgens weer terug naar het podium schiet – niet zo heel veel te genieten. De conclusie is dan ook simpel: voor een headliner brengt Rammstein te weinig.

Je kunt geen reactie achterlaten.