Pinkpop 2016: dag 3

Door Julien L'Ortye 15 juni 2016 Reacties staat uit voor Pinkpop 2016: dag 3

Op de laatste Pinkpop-dag worden we er weer even mee geconfronteerd hoe verschrikkelijk het eigenlijk is om op een camping te slapen. Het is in feite nooit goed, want of het is zo warm dat je op een onchristelijk tijdstip je tent uit drijft, of je wordt veel te vroeg gewekt door de regen, die onophoudelijk op het tentzeil tikt. Dat laatste is zondag aan de orde, wanneer de voorspelde buien met de nodige regelmaat over het Pinkpop-terrein trekken. En na alle neerslag van de weken ervoor, is het natuurlijk niet heel verwonderlijk dat het veld nogal drassig is en je dus regelmatig door de modder moet banjeren. Of, zoals men dat in Limburg noemt: ‘door de pratsj’.

Daar is gelukkig nog geen sprake van als we Douwe Bob even voor tweeën het hoofdpodium zien inpakken. Zo’n plekkie is natuurlijk een koud kunstje voor de Amsterdammer nadat hij vorige maand nog voor tientallen miljoenen mensen op het Songfestival speelde. Bovendien heb je het Pinkpop-publiek al snel aan je zijde, als je met zo’n (foeilelijke) blouse met roze letters achterop op het podium staat. Tel daarbij op dat de gunfactor van Douwe Bob waarschijnlijk een van de grootste van dit festival is en het is dan ook geen verrassing dat dit prima werkt. ‘You Don’t Have To Stay’ is een prima meezinger en hetzelfde geldt voor ‘Pass It On’, maar dé hit is toch wel ‘Slow Down’, die inmiddels werkelijk iedereen kent en dan ook flink wat bijval krijgt. Toch valt het uiteindelijk, na alle poeha van de afgelopen maanden eromheen, stiekem wel een beetje tegen. Maar goed, het is dan ook iets na enen op de laatste dag.

Met de eerste flinke bui van de dag op komst begeven we ons snel naar de Brand Bier Stage voor St. Paul & The Broken Bones. Een wijs besluit, zo blijkt en niet in de laatste plaats omdat het een paar tellen later met bakken uit de hemel valt. Daardoor staat de tent in een mum van tijd hartstikke vol. Hartstikke terecht overigens, die – al dan niet spontane – aandacht die ze krijgen, want zanger Paul Janeway beschikt over zo’n waanzinnige stem dat de volgepakte tent van de ene verbazing in de andere valt. Er zijn weinig (blanke) mannen die over zo’n geweldige strot beschikken. Niet alleen stapelt Janeway uithaal op uithaal, maar hij is ook in de breedte een prima zanger waardoor-ie hoge noten ook met gemak haalt. En da’s maar goed ook, want qua begeleiding is het allemaal weer een stuk minder boeiend en wel heel erg typisch ingedeeld. Een soort compensatiestem dus. Maar daar is ook niets mis mee.

Wie ook een imposante stem had, was John Newman. Ooit, in een ver, grijs verleden, zong John Newman de pannen van het dak. In de afgelopen twee jaar is-ie zo te zien een kilootje of twintig aangekomen en heeft-ie zijn rokerige stem ingeleverd voor een krakende stem die haast nog fragieler is dan die van Paul McCartney, later op de dag. De enige momenten waarop het vocaal goed klinkt, is wanneer zijn twee waanzinnig getalenteerde achtergrondzangeressen van zich laten horen en het min of meer van hem overnemen. Waarom scoort Newman hier dan geen dikke onvoldoende, kun je je afvragen. Het antwoord is eenvoudig: de liedjes zijn daar simpelweg te goed voor. De set zit bomvol hits, zoals ‘Cheating’, de Calvin Harris-track ‘Blame’ (die hier geweldig ontvangen wordt) of het wat nieuwere nummer met Sigala, dat live verrassend goed klinkt. Of zijn eigen ‘Love Me Again’, waar ook wellustig op wordt mee geschreeuwd en gehupst. Maar zoals gezegd lijkt het wel een beetje gedaan met de glans die hij ooit had, en da’s toch vrij zonde te noemen.

Omdat Jamie Lawson in de tent de meest gezapige en saaie set van het weekend speelt, is de keuze tussen blijven of een fatsoenlijke plek bij Kygo bemachtigen, vrij snel gemaakt. Hij neemt een eigen rits toetsen mee, zo hebben we ons vooraf laten influisteren en verdomd: de Noor wisselt zowaar inderdaad af tussen de knoppendraaierij. Daar onderscheidt hij zich al van andere (elektronische) collega’s, terwijl hij, net als Robin Schulz, een dag eerder, ook een paar gasten op het podium heeft staan. Een daarvan is Tom Odell, die op Kygo’s debuutplaat een nummertje voor zijn rekening neemt en ook hier even zijn hoofd laat zien. Geen verrassing wanneer je een blik op het programma werpt, want de Engelsman staat even later zo’n honderd meter verderop te spelen. Tijdens die track, ‘Friction’, wordt andermaal pijnlijk duidelijk van welke (zelf door Kygo zelf gecreëerde) eenheidsworst de songs gesneden zijn. Zelden hoorden we een set met zoveel inwisselbare en op elkaar lijkende songs. Natuurlijk heeft de dj het druilerige zeikweer niet bepaald mee met die zomerse house vol vocale pathos, maar dan moet je juist even een tandje bij zetten. En dat is niet op iedere vierde maat je CO2-kanon laten ontploffen, want dat is na een half liedje al niet meer leuk. Nee, de hapslikweg-elektronica van de jonge Scandinaviër brengt Pinkpop helemaal niets.

Terwijl de regen ondertussen weer met bakken uit de hemel dreigt te gaan vallen, begeven we ons met haastige spoed richting de Brand Bier Stage, waar Tom Odell de zorgen die we even daarvoor hadden – het klonk namelijk allemaal niet zo goed op het podium bij Kygo – al snel ongegrond verklaart. Dat is wel pas nadat schrijver dezes zich een tiental elleboogstoten plus een tray bier en cola getrotseerd heeft, om ook maar een glimp van de Engelse singer-songwriter op te kunnen vangen (en bovendien droog te staan). Hoe dan ook zien we dat de twintiger in de uitpuilende tent niet bepaald aan populariteit heeft ingeboet, terwijl de simpele, maar fraai gespeelde pianoliedjes van debuutplaat Long Way Down plaats hebben gemaakt voor grootse, pompeuze en eigenlijk hele lelijke elektronica. Begeleiding die, afgezien van het redelijke ‘Wrong Crowd’, totaal niet past bij de stem van Tom Odell. Zo geforceerd hebben we het nog niet gezien dit jaar.

Gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel op deze laatste dag, want Lionel Richie heeft een reeks hits in petto waar maar geen einde aan lijkt te komen. Bovendien brengt hij ze met zoveel kinderlijke blijdschap dat vriend en vijand van begin tot eind verrast wordt. Zoveel is wel duidelijk wanneer het hele veld aan het einde van de set zelfs volledig prat gaat op Michael Jacksons ‘We Are The World’, een nummer van ‘zijn goede vriend’. Richie tovert het veld om tot ’70.000 Diana Rosses’, dat moeiteloos ‘Endless Love’ mee blèrt, hij laat heel Pinkpop dansen op ‘Angel’ en schouder-aan-schouder zwalken tijdens ‘Say You, Say Me’. Kortom: het is allemaal verschrikkelijk fout, om het woord ‘schaamteloos’ nog net niet te gebruiken, maar het werkt ook weer zo belachelijk goed dat Lionel Richie met afstand dé winnaar van de Pinkpop-zondag is. Wat een ontzettende baas.

Als die moeite en energie even later in de Brand Bier Stage ook zo gewaardeerd zou worden door het publiek, hadden we ongetwijfeld een hele andere set gezien bij de Belgen van Balthazar. Al jarenlang een graag geziene gast op vrijwel ieder festival, simpelweg vanwege het feit dat ze nooit tegenvallen, maar vandaag hebben ze zo’n ondankbare spot, dat het vanaf de eerste noot duidelijk is dat het een lastig verhaal gaat worden om ook Pinkpop achter de zegekar te binden. Vrijwel iedereen die hier staat, staat hier om het gat tussen Lionel Richie en Paul McCartney op te vullen. Dus dan kan een tent nog zo vol staan en kun je nog zo’n foutloze set spelen, als er geen hond op je uitstekende performance reageert, houdt het ver op. Dat heeft de productie blijkbaar ook door, want terwijl Balthazar nog het liefste één laatste nummertje wil spelen, haalt de productie de stroom eraf. Macca heeft gesproken.

En Macca zal ook nog wel even spreken, want voor de voormalig bassist van een van de beste bands ooit, is zo’n twee uur gereserveerd. Voor de één meer dan een uur te lang, terwijl het voor de ander zo nog twee uur had kunnen duren. Paul McCartney zelf, lijkt na twee uur wel redelijk aan zijn limiet te zitten, hoewel hij tegen de tijd dat het optreden bijna voorbij is, net zo fragiel klinkt als wanneer-ie ruim voor tienen aan zijn show begint. Daar tussenin krijgen we liefst drieëndertig nummers voor onze kiezen, waarbij ‘The End’ de toepasselijke afsluiter blijkt. Geen ‘All You Need Is Love’ dus – Smeets heeft McCartney blijkbaar toch niet weten te overtuigen deze traditie live te vertolken. Vrij spijtig, gezien de immense participatie die het met zich mee had gebracht, maar ach. Het is wat je noemt een vrij onvolmaakte show, die langs zowel het repertoire van The Beatles als McCartney’s vervolgproject Wings trekt, maar evengoed zijn jongste hit ‘FourFiveSeconds’ omvat.

Waar het in het eerste uur nog een beetje zoeken naar hoogtepunten is, worden ze in de laatste drie kwartier in oorlogstempo op ons afgevuurd. Zo schalt ‘Live And Let Die’ van voor tot achter over het veld, terwijl er een hoeveelheid vuurwerk de lucht in schiet waar dat van Pinkpop zelf schril bij afsteekt. En zo wordt ‘Hey Jude’ al mee gezongen voordat McCartney ook maar een toon op de piano heeft aangeslagen en heeft ook ‘Let It Be’ een bereik dat we zelden op het festival zagen. Dat komt vanzelfsprekend door de enorme bekendheid van de liedjes, maar zeker net zo goed door de kwaliteit van de band en (dus) de manier waarop ze klinken. De steengoede, maar immer bescheiden band van Sir Paul draagt daar dan ook zeer aan bij. Dat zijn eigen stembanden het af en toe dan ook maar met pijn en moeite weten te houden (en dan drukken we ons nog vrij subtiel uit), moet hem gezien zijn staat van dienst misschien ook maar een beetje vergeven worden.

Je kunt geen reactie achterlaten.