Best Kept Secret 2016: dag 1

Door Robin Oostrum 20 juni 2016 Reacties staat uit voor Best Kept Secret 2016: dag 1

Zo rond de officiële start van de zomer staat traditiegetrouw één van de spannendste popfestivals van Nederland op het programma. Ja, we mogen met een vierde succesvolle editie van Best Kept Secret op rij wel van een traditie spreken. Hoewel er van die zomer nog bar weinig te zien was, trok ROAR evenals voorgaande jaren richting safaripark Beekse Bergen voor een verslag.

We beginnen met supergroep Minor Victories. Met leden van Mogwai, Editors en Slowdive staat er flink wat (Best Kept Secret-)ervaring op het podium, maar het optreden hier in de TWO komt qua niveau niet in de buurt van wat de afzonderlijke artiesten de afgelopen jaren in Hilvarenbeek lieten zien. Muzikaal is het precies wat je – ook zonder vooraf de plaat te hebben beluisterd – zou verwachten: een combinatie van Mogwai-composities met Slowdive-zang. Maar dan wel de kortere Mogwai-nummers die maar niet de diepte in willen gaan, met een vandaag matig zingende Rachel Goswell als stoorzender in plaats van aanwinst. Snel vergeten.

Je zou Wolf Parade het tegenovergestelde kunnen noemen: we zagen de laatste jaren supergroepen (Divine Fits) en soloprojecten (Moonface), maar nu staat eindelijk Wolf Parade zelf weer eens in Nederland. Jammer dat aanvankelijk de bass uit één van Spencer Krugs synthesizers zo lomp staat afgesteld, waardoor we op een pareltje als ‘You Are A Runner And I Am My Father’s Son’ zijn stem nog niet zo horen snijden als op plaat. Gelukkig klinkt al snel die vertrouwde combinatie van punker Dan Boeckner en de meer emotionele Spencer Krug door de TWO, waar vooraan flink wat eind-twintigers hun eerste moshpit van het festival beleven. Veel herkenning dus, zeker met zo’n nadruk op bekendste plaat Apologies to the Queen Mary. Wolf Parade bracht dit jaar weliswaar een nieuw ep’tje uit, maar speelt er vervolgens welgeteld één nummer van… en ja, uiteindelijk zijn het toch de indieklassiekers als ‘Dear Sons and Daughters of Hungry Ghosts’ die de show kleuren. Prima greatest hits-show.

Van alle veranderingen op het terrein valt er één het meest op: de FIVE is verplaatst. He-le-maal naar de ingang van het terrein zelfs, waardoor de afstand TWO – FIVE er één is die je op het eind van de dag wel in je benen voelt. Juist daar speelt Moon Duo, het zijproject van Wooden Shjips-gitarist Ripley Johnson (die met die grote baard) met zijn vrouw Sanae Yamada. Anders dan bij de bekendere psychrockers van Wooden Shjips liggen de accenten bij Moon Duo wat industriëler, maar ook hier draait het live vooral om de lange, spacende trip op een geluidsmuur van gitaren en drums. Die trip komt er middels het heerlijk opgebouwde ‘Wilding’ van laatste plaat Shadow Of The Sun, of het zelfs voor hun doen lange ‘In The Sun’ tegen het einde van de set. Niet van begin tot eind zo boeiend als een Wooden Shjips-show, wel een lekker begin van de avond.

Terug naar de TWO voor een band die gemaakt is voor de avond: Beach House. Zeker als ze zo rustig aftrappen als hier, met de sprookjesachtige dreampop van ‘Beyond Love’ en ‘Wishes’. Over de setting is nagedacht, maar niet te lang: in sobere belichting onthullen een krullenbos en een groot, donker gewaad slechts delen van Victoria Legrands gelaat, terwijl de eveneens in het zwart geklede Alex Scally maar moeilijk te onderscheiden valt van de twee leden die de band live tot een viertal maken. Nee, geen spectaculaire showelementen bij Beach House, wat zeker in het begin veel aanwezigen verleidt tot gebabbel.

Maar wat krijgen we hier muzikaal gezien een fijn optreden voorgeschoteld. Een bloemlezing uit de vier meest recente platen, waarvan er vorig jaar zo plots twee achter elkaar verschenen. En ligt het aan ons of wordt het geluidsniveau langzaam opgeschroefd? Schitterend hoe Victoria’s lage zangtonen in nummers als ‘Take Care’ echoën over de gitaarmelodie van Alex, of hoe afsluiter ‘Sparks’ met snoeiharde drones ontaardt in een My Bloody Valentine-achtige shoegazefinale. De praters zijn inmiddels weg of verstomd, een eerste hoogtepunt van deze BKS is een feit.

Headliner van de eerste dag is Beck, die ons gelukkig niet nog eens zes jaar liet wachten op een Nederlandse show. Rond die HMH-show in 2014 was er net een geweldige plaat uit, het ingetogen Morning Phase. Opvallend: van dat album komt vanavond alleen ‘Blue Moon’ langs, dat met ‘Lost Cause’ halverwege het melancholische intermezzo vormt. Nog opvallender: naast ‘Girl’ (2008) en relatief nieuwe single ‘Dreams’ bestaat de hele set uit nummers die minstens tien jaar oud zijn. (Waar blijft in vredesnaam de vorige week uitgebrachte knaller ‘Wow’?)

Wat komt er dan wel langs? ‘Devil’s Haircut’ en ‘Loser’ natuurlijk, bij het eerste trio nummers al. Knap hoe Beck er zo’n coherent optreden van maakt, zeker voor iemand die ongeveer alle uithoeken van de popmuziek wel heeft verkend. Hiphop, funk, veel samples en snippets (Prince, Bowie, zelfs Kraftwerk komt voorbij), al is de constante factor vanavond vooral de groovende bass. Het resulteert uiteindelijk in een degelijk optreden van een artiest waarbij je toch iets meer lef en experiment verwacht.

Als het geluid bij Preoccupations vervolgens zo slecht staat afgesteld dat zelfs ‘Continental Shelf’ volledig verzuipt, houden we dag één voor gezien. Met Beach House als voorlopig hoogtepunt begeven we ons weer richting de inmiddels vertrouwde campings-met-dierennamen en verheugen we ons alvast op de zaterdag.

Je kunt geen reactie achterlaten.