Nick Cave & The Bad Seeds: One More Time With Feeling

Door Koen Smilde 11 september 2016 Reacties staat uit voor Nick Cave & The Bad Seeds: One More Time With Feeling

(JW-Films / Picturehouse Entertainment) Sommige catastrofale gebeurtenissen zijn van zo’n enorme omvang dat ze je in één klap kunnen veranderen, constateert Nick Cave aan het begin van One More Time With Feeling. En Cave ís veranderd sinds het noodlot in juli 2015 toesloeg en zijn vijftienjarige zoon Arthur omkwam. Dat hij niet langer de oude is blijkt uit het gegeven dat de immer gereserveerde Cave zich op intieme wijze liet portretteren door de Australische filmmaker Andrew Dominik. Het resultaat, van speelfilmlengte, werd donderdag 8 september gelijktijdig vertoond in meer dan achthonderd bioscopen.

Dominik, die eerder met Cave samenwerkte voor de veelgeprezen western The Assassination of Jesse James By the Coward Robert Ford, legde Cave vast bij de opnamen van zijn nieuwe album Skeleton Tree. Ook filmde hij de rockster thuis, waar we Cave liefdevol horen klagen over de gewoonten van zijn vrouw. Zij zoekt hem op haar beurt samen met de nog levende helft van hun tweeling op in de studio. Tussen de bedrijven door vertelt Cave, soms in een poëtische voice-over, hoe het verlies van zijn zoon zijn werk en hemzelf veranderd heeft. Wat overheerst is de sombere conclusie dat het trauma voor hem geen muze kan zijn. Het is te groot om nog ruimte voor creativiteit over te laten.

Met zulke gevoelige materie is het bewonderenswaardig dat de film nooit te persoonlijk of sensationeel aandoet. Tot aan de mokerslag van de slotscène weet Dominik valse sentimenten te vermijden. Een van de manieren waarop hij dat doet is door nergens te diep op de details van het ongeluk in te gaan. De naam van Cave’s zoon valt pas op driekwart van de film. Juist dit om de hete brij heen draaien maakt dat de dood van Arthur als een schaduw over de film hangt. Wanneer Cave spreekt over de dingen die hij kwijt is: zijn stem, zijn iPhone, zijn beoordelingsvermogen en zijn geheugen, is het niet gezegde dat hij kwijt is des te nadrukkelijker aanwezig. Dit geldt ook voor de scène waarin Cave en Ellis spreken over ‘accidents’ – bedoeld worden de toevallige ontdekkingen in de studio die songs de magie geven waar ze naar op zoek zijn, maar voor de met voorkennis gewapende kijker transformeert het gesprek tot een wrange metafoor voor Arthurs ongeluk.

Mede hierdoor bekruipt de kijker het gevoel dat Cave de touwtjes nooit écht uit handen geeft. In zekere zin verschilt One More Time With Feeling daarom minder van 20.000 Days on Earth dan je op voorhand zou verwachten. Door gevoelige scènes te onderbreken vanwege technische beslommeringen en filmpersoneel en camera’s onverbloemd in beeld te brengen, en hun aanwezigheid te becommentariëren, suggereert Dominik een bepaalde mate van authenticiteit. De film is bovendien geschoten in 3D en prachtig zwart-wit – met uitzondering van één in kleur gedraaide scène waarin de hand van cameraman Benoît Debie (Enter the Void) duidelijk te herkennen is – waardoor de kijker Cave letterlijk op de huid zit. Tegelijkertijd openbaren deze mooimakerij en de expliciete referenties aan een metaniveau hoe geconstrueerd de film is – iets waar Dominik zich uiteraard terdege bewust van is.

Volgens Dominik dient de film als substituut voor het verplichte interviewrondje waar albumreleases doorgaans mee gepaard gaan. Cave achtte zich hiertoe nog niet in staat, wat niet verbazingwekkend is gezien de gretigheid waarmee de wereldpers zich op het ongeluk stortte – hij geeft de media dan ook een flinke veeg uit de pan. In One More Time With Feeling vertolken Nick Cave en zijn Bad Seeds zeven nummers van Skeleton Tree. Muzikaal ligt het album redelijk in het verlengde van Push the Sky Away en net als op The Boatman’s Call geven de Bad Seeds Cave’s hartzeer de ruimte. De nummers zijn daarom wat soberder. Ze worden vooral gedomineerd door de loops en repetitieve synthgeluiden van Warren Ellis en hortende jazzy percussie, die Current 93 in herinnering roepen. Verder duiken her en der Bad Seeds-koortjes op, die een niet eerder gehoorde poppy draai aan de plaat geven.

Het grootste verschil met de rest van Cave’s oeuvre zijn hijzelf en zijn teksten. Hij klinkt minder zelfverzekerd en de woorden die hij zingt zijn ongepolijst, direct en persoonlijk. In ‘Girl In Amber’ gaat het over een ‘blue-eyed boy’ en hoe hij ten onrechte geloofde ‘that when you died you kind of wandered the world’. Ook een songtitel als ‘I Need You’ spreekt boekdelen. Of Skeleton Tree in al zijn zwaarte een plaat is om vaak op te zetten zal de tijd uitwijzen. Hij doet daarin denken aan die ándere rouwplaat van 2016 . Maar hoewel Blackstar nog altijd moeilijk te verteren kost is, klinkt daar een berusting door die Cave nog niet gevonden heeft, zoals blijkt uit het titelnummer waar hij verzekert dat ‘it’s all right…now’.

Je kunt geen reactie achterlaten.