Echo & The Bunnymen @ Paard van Troje, Den Haag

Door Leonie Poot 8 november 2016 Reacties staat uit voor Echo & The Bunnymen @ Paard van Troje, Den Haag

Je knippert toch even met je ogen als je een roadie met een pak halfvolle melk over het podium ziet lopen en vervolgens diezelfde roadie een beker melk klaar ziet zetten voor Ian McCulloch. Is dit dezelfde band die begin jaren tachtig al vloekend en tierend tegen de upper class van Engeland aantrapte?

Vanavond is een van de twee optredens die Echo & The Bunnymen op het Europese vaste land geeft. Gisteren stond de band in Eindhoven, een plek die McCullochs goedkeuring niet kan wegdragen: “What a fucking place, eh?” Van de Bunnymen is niet meer over dan zanger Ian McCulloch en gitarist Will Sergeant. Vooral aan het begin van de avond lijkt er een gapend gat tussen de oudgedienden en de nieuwe garde, misschien komt het door de gestileerde podiumpresentatie, de nette overhemden en jasjes, of gewoon omdat McCulloch duidelijk nog op gang moet komen.

De band laat vanavond nieuw werk achterwege en put alleen uit klassiekers, waarvan het album Crocodiles het best vertegenwoordigd is. McCulloch lijkt te kampen met een verkoudheid, hij snottert regelmatig in een zakdoek en nipt naast de melk ook uit een glas whisky. Het is pas halverwege de set dat we iets terug horen van de ‘rockgod’ van weleer.

Nummers als ‘Seven Seas’, ‘Crocodiles’, en ‘My Kingdome’ missen de typische uithalen die zo tekenend zijn voor de muziek van de Bunnymen (daaraan toegevoegd dat Will Sergeant geen steek laat vallen en de solo’s moeiteloos uit zijn mouw lijkt te schudden). Het is pas op ‘Rescue’ dat de whisky aanslaat en McCulloch de typerende noten haalt. De zanger steekt argeloos zijn eerste sigaret op van de avond: “What are your names?” Vanaf dit moment zit het optreden in een stijgende lijn.

Het is verwonderlijk met een catalogus als die van de Bunnymen dat ze op de nummers ‘Villiers Terrace’ en ‘Nothing Lasts Forever’ een medley aan covers over het publiek uitstorten. We horen The Doors, Bowie, een snippet van Dylans ‘She Belongs To Me’ met direct de opmerking van McCulloch dat het wel heel lang duurde eer Dylan de Nobelprijs toegekend kreeg: “He’s the best poet! Well besides me, of course”.

Het is tijdens het slotakkoord van de avond met ‘Bring On The Dancing Horses’, ‘The Killing Moon’, en ‘The Cutter’ dat Echo &The Bunnymen laat zien waarom ze nog altijd als één van de meest invloedrijke new-wave-bands te boek staan. Maar dit stukje magie komt wel rijkelijk laat.

Na ‘Lips Like Sugar’ (“sexiest song ever written” – aldus een bescheiden zanger) verdwijnt de band definitief van het podium. Echo & The Bunnymen haalde vanavond voldoende uit de kast om de gemiddelde bezoeker (ofwel ‘de sentimentjager’) met een voldaan gevoel de deur uit te sturen maar echt schitteren wilde het optreden nergens. Het waren de hits waar de band iets van zijn magie liet zien en horen maar dit was niet voldoende om te overtuigen. Ondergetekende is benieuwd of McCulloch bij het volgende optreden in Engeland zijn optreden begint met “The Hague eh, what a bunch of twats!”.

Je kunt geen reactie achterlaten.