Gimme Danger

Door Koen Smilde 16 maart 2017 0

(Low Mind Films/New Element Media/Splendid Film) Het moge bekend zijn dat regisseur Jim Jarmusch een bewonderaar is van Iggy Pop. Twee keer liet hij de zanger opdraven voor een bijrol in een van zijn films. Ook in zijn laatste film Paterson is Iggy op de achtergrond aanwezig. Met Gimme Danger wijdt Jarmusch eindelijk een full-length aan Iggy en zijn band The Stooges.

Zoals gebruikelijk in (muziek)documentaires zijn er veel talking heads in beeld, maar Gimme Danger onderscheidt zich positief door zich te beperken tot het doorgroefde gelaat van Iggy, de andere Stooges en een paar intimi – hoewel het jammer is dat bijvoorbeeld John Cale niets mag zeggen over zijn producersrol op het Stooges-debuut. Ook is het pijnlijk duidelijk dat het werken aan de documentaire al in 2008 begon, want drie van de Stooges die aan het woord komen zijn inmiddels overleden, evenals Lou Reed en David Bowie die we kort voorbij zien komen.

De geïnterviewden strooien kwistig met anekdotes. Sommige daarvan zijn al eerder opgetekend in biografieën, interviews en liner notes van heruitgaven: het leven in Michigan, het begin van Iggy’s carrière bij de Iguanas waar hij zijn artiestennaam aan overhield en de keer dat een motorbendelid hem tijdens een show knock-out sloeg. Interessanter zijn Iggy’s verklaring voor het ontbreken van T-shirts in zijn garderobe en zijn antwoord op het voorstel van Bowie’s manager om de rol van Peter Pan op Broadway te vertolken –  meneer gaf de voorkeur aan Charles Manson.

De Stooges werden in hun tijd verguisd en veel beeldmateriaal is daarom niet voorhanden – hoewel Jarmusch wat abominabel klinkende videobeelden boven water heeft weten te halen. De overige gaten vult hij op met fragmenten uit klassieke Hollywoodfilms die het punt dat hij wil maken onderstrepen, wat vaak voor komische effecten zorgt. Ook zet hij animaties in, zoals dat onlangs ook in de Kurt Cobain-docu Montage Of Heck te zien was. Hilarisch zijn Iggy’s commentaar en stemmetjes onder deze fragmenten.

In 1973 vielen The Stooges door drugs en gebrek aan succes uiteen. Iggy stortte zich op een redelijk succesvolle solocarrière, waarover niets gezegd wordt. Zelfs wanneer Iggy de invloed van tv-komiek Soupy Sales op zijn songteksten roemt, blijft onvermeld dat diens zoons Tony en Hunt, de ritmesectie op Lust For Life vormden. In 2003 kwamen The Stooges weer bijeen om eindelijk de vruchten van hun invloedrijke loopbaan te plukken. We zien beelden van een band in bloedvorm, maar over het mislukte comeback-album The Weirdness zwijgt men in alle toonaarden, wat misschien maar goed ook is.

Critici wezen op het gebrek aan gevaar in Gimme Danger, maar Jarmusch is daar de regisseur niet naar. Net als in zijn speelfilms kiest hij voor een bedaard tempo en hij lijkt spektakel en mythologisering  uit de weg te gaan – al windt hij er geen doekjes om dat we hier met ‘the greatest rock ‘n’ roll band ever’ van doen hebben ’. Het is een liefdevol portret gemaakt door een fan voor fans, die hier hun hart aan kunnen ophalen.

Laat een reactie achter »