Down The Rabbit Hole 2017: dag 2

Door Daan Krahmer en Lotte Schrander 25 juni 2017 Reacties staat uit voor Down The Rabbit Hole 2017: dag 2

babyloncircus

Babylon Circus

Sohn

We beven nog een beetje na van de zinderende bassen van vrijdag-headliner Moderat als Sohn op de planken van de Teddy Widder verschijnt. De sound van Londense geluidsknutselaar is (en blijft) minimaal met downtempo elektronica en soms wat rusteloze samples. Het contrast tussen spannend en nerveus is fraai. We horen nieuw werk van de tweede plaat Rennen, maar het zijn wel oude wereldtracks ‘Bloodflows’ en ‘The Wheel’ die eruit springen. Vooralsnog onovertroffen, hoewel ‘Artifice’ ook een topper blijft (maar niet in deze vrolijke upbeatversie). Met de zittende podiumopstelling – verwant aan die van James Blake – ontstijgt Sohn de categorie luistermuziek echter niet.

Bazart

Echte luistermuziek, dat maakt Spinvis ook. Bij Erik de Jong weet je dat hij langzaam en precies werkt, maar dat er wel altijd kwaliteit uitkomt. Ook weer op Trein Vuur Dageraad, de eerste Spinvis-plaat in zes jaar. Vanavond komt die plaat er ietwat bekaaid vanaf in een set die dwars door het oeuvre van de muzikant heengaat. Wanneer De Jong als opening een verstilde bewerking van ‘Oostende’ inzet zijn we even huiverig. Wie herinnert zich de show van zielsverwante Eefje de Visser nog, die hier niet tot zijn recht kwam? Blijkt nergens voor nodig: Spinvis is in bloedvorm en weet het publiek slim te verleiden. Vroeg in de set wordt ‘Ik Wil Alleen Maar Zwemmen’ – inclusief zingende zaag-solo – liefkozend meegezongen en blijkt ‘Bagagedrager’ vijftien jaar na dato nog altijd een voltreffer. Het is smaakvol en oprecht. En dan, wanneer het publiek uit zijn hand eet, slaat Erik de Jong plots dwars af. Eerst ‘Kindje Van God’ – dat in deze nieuwe potten-en-pannen-uitvoering aan Tom Waits doet denken – en daarna het obscure, door Saartje van Camp voorgedragen ‘Lotus Europa’. Geen ‘Wespen Op De Appeltaart’. Geen ‘Trein Vuur Dageraad’. Wel ‘Kom Terug’. Dat zullen de overgebleven bezoekers zeker doen, afgaande op de warme publieksreactie.

Typhoon

Wie ook maar terugkeert is Typhoon. Hij stond overal al, behalve op Down The Rabbit Hole. Zijn laatste show is alweer van een half jaar geleden, maar veel nieuwe inzichten zijn er niet. Het is nog steeds de grote Lobi Da Basi-show, gebaseerd op de gelijknamige nederhopklassieker uit 2014. Er is één nieuw liedje, ‘Hier In De Stad’, dat de menigte aan het hossen krijgt. “Ik ben zo facking blij, zo dankbaar dat jullie hier op de dag van vandaag zijn. We nemen het niet voor lief!” Als Typhoon het zegt, geloof je hem. Hij is als altijd ontwapenend. Zijn ‘Titanenband’ speelt opzwepend en retestrak. De show rijkt tot achterin de tent en is een feest der herkenning. Voor weinigen zal dit de eerste keer Typhoon zijn. Sterk, hoewel de voorspelbaarheid een beetje op de loer begint te liggen. Tijd voor meer nieuw werk dus.

Verderop speelt Benjamin Clementine een zeldzaam eigenzinnig concert. De 28-jarige Brit is een oude ziel in een jong lichaam, bijna de mannelijke reïncarnatie van Nina Simone. Lees: hij is een emotionele wervelwind met een ongekend vocaal bereik. Clementine – zittend achter een glimmende zwarte vleugel – wordt bijgestaan door een vijfkoppig vrouwenkoor en een dwarse ritmesectie. Ongebruikelijk, zeker op een festival als dit, maar vol verrassingen, toonsoorten, genres en stijlbreuken. Verbijsterend, zoals deze man kan uithalen. Het is hogeschoolwerk, maar een brug te ver voor DTRH. Deze kwaliteit wil je in een concertgebouw zien, niet in een rumoerige festivaltent.

soulwax

Soulwax

In de tweede aflevering van Netflix’ Abstract: The Art Of Design zie je Es Devlin, werkzaam als Stage Designer. Ze houdt een betoog over hoe saai veel bandjes op het podium ogen. Enter Soulwax en welkom in hun waanzinnig uitziende modulaire lab. Onder leiding van de gebroeders Dewaele, de Vlaamse dance-giganten die aan hun tweede jeugd zijn begonnen. Het zijn godfathers, die als 2manydjs met de eerste grote en nog altijd onovertroffen mash-up-plaat kwamen. Stephen en David weten dus wel hoe je een set moet opbouwen. Nu spelen ze – in het kader van het lauw ontvangen ‘From Dewee’ – met drie drummers, keurig verspreid over het podium. Ze staan in lichtinstallaties. Witte lichtinstallaties. Alles is wit. De hemden, drumstellen, gympen en zelfs de gitaarsnoeren. Een paar keer kleurt het podium alarmerend rood. Precies zo voelt deze set ook. Het is een ritmische zweettrip van een uur, waarbij een paar keer het kookpunt wordt bereikt. Er valt geen enkele stilte, de trein dendert voort en voort. Muzikaal niet te moeilijk,  ritmisch bij vlagen supercomplex. Elke minuut zijn er andere prikkels. Vaak doen de drummers ieder iets anders. Als ze vervolgens plotseling synchroon drummen gaat het los. De eerste stilte is ook meteen de laatste. Soulwax heeft DTRH dan zorgvuldig platgewalst.

Fleet Foxes

Headliner Fleet Foxes komt vervolgens als een anti-climax. Vorige week verscheen het schitterende Crack-Up, de eerste plaat in zes jaar, die we ons aan het eind van het jaar zeker zullen herinneren. Het laat horen hoeveel eindvos Robin Pecknold gegroeid is als liedjesschrijver. Het zijn gelaagde en cryptische groeinummers, die pas na een luisterbeurt of vijf hun ware aard tonen. We zouden het graag anders zien, maar heel goed werken die liedjes niet in deze ambiance. Het geluid laat te wensen over, het publiek laat te wensen over en de band zelf laat eigenlijk ook wat te wensen over. Soms, tijdens ‘Grown Ocean’ bijvoorbeeld, zien we Pecknold even boven zichzelf uitstijgen als zanger, vaker klinkt Fleet Foxes vlak. De setlist is ook onlogisch opgebouwd, met een toegankelijk middenblokje en een moeilijke kop en staart. Met Helplessness Blues en Crack-Up is Pecknold een hitje als ‘White Winter Hymnal’ ontgroeid, toch vormt het een prettige afwisseling tussen alle complexe sfeerstukken. De harde kern blijft tevreden achter, maar voor het gros klikte deze headliner niet.

nicolasjaar

Nicolas Jaar

Uit nieuwsgierigheid staat de Teddy Widder ramvol voor Nicolas Jaar. Al snel lijken bezoekers te concluderen dat ze ook bij de Chileen niet het feest gaan vinden dat ze zoeken. Het voorspel van deze show is meesterlijk, met een meterslange, horizontale lijn van tergend langzaam knipperende led-lampen. Stuurloos lijkt de set in deze fase, maar niets is minder waar. Jaar is zijn publiek altijd een stap voor en hij blijkt bovendien een meester van de opbouw. Even teasen. Weg. Bas erin. Weg. Het is niet allemaal even dansbaar, maar als de vlam in de pan slaat is het effect maximaal. Anderhalf uur is DTRH het speelveld van Jaars eigen gedachtespinsels, waarin niets is wat het lijkt. Je weet nooit precies waar hij naartoe wil, maar het komt telkens goed. Jaar zingt, speelt klarinet op een rusteloze manier en improviseert er geregeld op los. Aan het eind is er het vet uitgesmeerde ‘Space Is Only Noise’. Het is een schitterende opmaat naar 2manydjs en/of Mr. Scruff, waar de feestvreugde wederkeert, maar Nicolas Jaar is het meest spannende dat de nacht hier te bieden heeft.

Tekst: Daan Krahmer
Fotografie: Lotte Schrander

Je kunt geen reactie achterlaten.