The Spirit That Guides Us

Door Jeffrey Zweep 24 augustus 2009 Reacties staat uit voor The Spirit That Guides Us

TSTGUOp het Xnoizz Flevo Festival komen genoeg bandjes uit de stal van Sally Forth/Volkoren. Bands als Ponoka, Kim Janssen en vooral The Spirit That Guides Us doen het dan ook goed. Voor The Spirit That Guides Us was het zelfs al haar vierde keer ‘Flevo’. Reden genoeg om een gesprek aan te knopen met screamer Erik van Winkelhoff.

Tijdens de wolkbreuk en dus met genoeg onweer op de achtergrond nemen we plaats op het podium van de ‘Spiegeltent’. Als eerste vraag ik hem naar de beweegredenen om de band op te richten. Erik vertelt me dat er tien jaar geleden een opleving van hardore en emocore in Amerika was, waar twee bands: Refused en At The Drive-In, hun muziekwereld echt op de kop hebben gezet. Eerstgenoemde qua sound en ATDI qua chaos, dit zorgde ervoor dat ze dachten: “Dat willen we ook doen.”

De bandnaam kunnen we interpreteren als zijnde de Geest van God die hen leidt, maar ook de geest van concerten, het ondergrondse gevoel en hardcore shows. In het begin had de band een broertje dood aan bands die het imago meer naar voren brachten dan de muziek, daar ‘kotsten’ ze op: “Het gaat bij ons om de muziek, om de saamhorigheid tijdens optredens, om de show en alles daaromheen. Daarom wilden we anoniem blijven. Daar hechten we nu wat minder waarde aan.”

De band schoof ook geen frontman naar voren en hebben nu nog steeds geen echte frontman, al is Erik samen met drummer Minco Eggersman het enige constante lid en doet hij de meeste interviews. Maar in principe is iedereen in de band inwisselbaar, al zouden nieuwe leden wel aan een aantal criteria moeten voldoen. Als ik hem naar die criteria vraag, komen de volgende voorbij: “Op de eerste plaats is natuurlijk belangrijk dat iemand christelijk is en leeft met God. Op de tweede plaats vinden we het natuurlijk ook heel belangrijk dat hij een bepaalde muzikaliteit heeft, dat hij op hoog niveau zit, goed z’n instrument bespeelt, goed liedjes kan schrijven, dat hij daar creatief in is en hij moet qua persoonlijkheid natuurlijk in de band passen.”
l_df1e167ed9854ea2a82358896dc76a16
Ook hebben we het over de vorige plaat Don’t Shoot, Let Us Burn. Erik luisterde naar zware, donkere muziek, maar niet alleen metal. Bands als Woven Hand en 16 Horsepower, maar ook donkere films, van bijvoorbeeld David Lynch, en boeken over de zwaarte van het leven behoorden tot de inspiratiebronnen. Evenals de creativiteit en het schone van een act als Sigur Rós. De plaat is eigenlijk een conceptplaat, het gaat erover dat ze de diepte van de aarde ingaan om af te rekenen met het kwaad, om af te rekenen met satan, maar ook met het kwaad in henzelf, alle fouten en zonden die ze zijn begaan. Het nummer ‘Blacksmith’ gaat erover dat ze de satan willen bevechten, een beetje afgeleid van Efeze 6, over de geestelijke wapenrusting.

Don’t Shoot, Let Us Burn is een zinsnede uit Saving Private Ryan, tijdens de scène dat de geallieerden het strand opkomen en de bunkers ingaan. Bij de bunkers is een Duitse soldaat met een vlammenwerper in de fik gestoken, waarna een soldaat hem uit z’n lijden wil verlossen, hem wil neerschieten. Waarna een geallieerde sergeant zegt “Don’t shoot, let him burn!”. Dat vond de band wel vet; “Want in onze teksten proberen we af te rekenen met het kwaad en in de Bijbel staat ook dat satan uiteindelijk in z’n eigen vuur wordt gegooid, dus daar speelden we een beetje mee. Maar laatst kwamen we erachter dat diezelfde zinsnede een Engelse uitdrukking is, voor als je ergens heel enthousiast over bent, dat je dat dan zegt, van fik hem niet af met argumenten, maar laat hem maar enthousiast zijn in z’n verhaal.” Hier kon de band zich ook heel erg in vinden, omdat ze toch vrij vaak zijn afgerekend over hun enthousiasme over God.

Verder vertelde Erik dat iedereen die bij Sally muziek maakt of daar werkt christen is, dit is iets wat ze heel belangrijk vinden. Ook hadden we het erover, wat maakt muziek nou christelijk. “Je kunt wel tien keer halleluja roepen en met je handen omhoog staan, maar dat is niet het enige wat God groot kan maken. Bepaalde kunst en mooie liedjes, of zelfs één noot kan God al groot maken.” Iedereen komt binnen uit een andere gemeente, Erik komt uit de wat meer traditionele hoek, maar ook uit ‘zware gemeenten’ of ‘happyclappy pinksterclubs’ komen bandleden. Maar iedereen binnen de band gelooft dus in God en houdt van Jezus.
l_fba45e04f49d411bbd602c33812425de
Ik vraag ernaar wat hij ervan vindt dat het gehele festivalterrein alcoholvrij is: “Ik vind het prima, ik heb daar geen moeite mee. Mijn gitarist wel, hij heeft de behoeft om als hij het buitenleven heeft om dan even lekker een biertje te drinken. Ik heb er zelf geen moeite mee, weet je, als je naar Flevo gaat, doe moet je gewoon lekker met cola plezier hebben. Als je dat niet kan moet je goed bij jezelf te rade gaan.” Maar hij vindt ook dat het Flevo zou sieren als ze er een middenweg in kunnen vinden, dat je in de spiegeltent even lekker gezellig een biertje kan doen. Erik was het met me eens dat het wel een beetje dubbelzinnig is, dat je wel op de camping zoveel kan drinken wat je wilt.

Voor de band is bijvoorbeeld een show op Flevo of op Groezrock weinig verschillend, het maakt hun niet uit als de band voor een christelijk of voor een niet christelijk publiek speelt, al ziet Erik het toch wel meer als z’n roeping om op een festival als Groezrock te spelen dan op Flevo, om dat laatstgenoemde gewoonweg veel makkelijker is, maar de band doet bij ‘seculiere festivals’ geen water bij de wijn: “Als God mij ingeeft om op Groezrock een getuigenis te geven, dan doe ik dat, ook al kost me dat een hoop mensen die weg zullen lopen.”

Ook vraag ik hem of hij mensen meemaakt die niet verder kijken dan het schreeuwwerk van de band, waarop hij zegt dat hij vaak zat mensen meemaakt die de muziek van de band niet begrijpt, z’n eigen vader bijvoorbeeld. Erik kan het goed begrijpen, waarna hij vertelt dat hij God kent als een God van rust en van sereniteit. In die zin gaat dat misschien niet samen met ruige, extreme muziek, maar als je de laatste Psalm leest, Psalm 150, dat klinkt heel luid. Hij zegt ook altijd: “De muren van Jericho vielen ook niet met een liedje van Elly en Rikkert, snap je.”
Naamloos-1

We hebben het ook nog even over z’n tatoeages, hij is namelijk bezig met een sleeve. Een hele mouw dus, met onderaan Mozes die de tien geboden vasthoudt, David die Goliath de genadeklap geeft en de leeuw van Juda. Daarboven een afbeelding van Jezus die aan het kruis hangt en een geloof, hoop en liefde-teken. “De onderkant van m’n arm is allemaal Oude Testament. David en Goliath staat voor Jezus die de duivel vertrapt, God die het kwaad overwint. Mozes met de tien geboden, dit was waarom Jezus moest komen, omdat we ons niet daaraan konden houden.”

Op het middengedeelte van z’n arm komt nog een schildering van Paulus die op de Acropolisberg z’n getuigenis geeft voor de filosofen, dat gedeelte staat dus voor het nieuwe testament. Aan de bovenkant komen Engelen uit Openbaringen die de boekrollen openrollen en op een shofa blazen.

Uiteraard komt ook de toekomst van de band aan bod. Er wordt eerst nog getourt voor Don’t Shoot, Let Us Burn, maar de band is al wel bezig met schrijven voor de nieuwe plaat, welke ze begin 2011 willen opnemen. De nieuwe plaat wordt wat meer ‘wall of sound’, dus met flinke shoegaze invloeden: “Hardcore screams met vette shoegaze, My Bloody Valentine dingetjes erdoor, zeg maar.” In november en januari doet de band nog een tour en dat is wat er voor nu aan shows staat.

Ik vraag Erik of hij de bezoeker van ROARezine.com nog wat wil meegeven: “Support de muziekindustrie, ga niet alles downloaden, maar koop lekker cd’s, dat houdt de muziekwereld levend. Tof dat jullie ROAR supporten en van muziek houden, want bands zijn nergens zonder de fans.” We sluiten af met de schoenmaatvraag, welke bij Erik maatje 42 is. We kletsen nog even na over Killswitch Engage, Erik had namelijk een artikel gelezen dat Howard Jones christelijk zou zijn, en wensen elkaar nog een fijn festival.

Naamloos-2

Je kunt geen reactie achterlaten.