Pantera – Cowboys From Hell

Door Leon Verdonschot 8 december 2009 Reacties staat uit voor Pantera – Cowboys From Hell

panteracowboysfromhellJe hebt van die platen die, toen je ze voor het eerst hoorde, heel veel indruk maakte, waarvan je vond dat ze rockten en hard ook, die je vond klinken alsof ze uit beton en staal waren opgetrokken. En dan hoor je ze jaren later opnieuw, en heb je hetzelfde gevoel als wanneer je nu naar oude sciencefictionfilms kijkt. Je bent vooral verbaasd dat je toen ze onder de indruk was. De tijd is niet alleen over die albums heengegaan, de tijd heeft ze laten oplossen.

Je hebt ook van die platen, en dat er zijn er veel minder, die jaren later dezelfde sloophamer zijn die ze ooit waren. Cowboys from Hell is er zo een. Bands kwamen, trends gingen, Pantera zelf verdween, maar Cowboys from Hell is nog steeds een monument van agressie. Dat komt door die groove, opgegraven uit een diep, zuiderlijk moeras. Door de stem van Phil Anselmo, die aan het eind van iedere zin vaak even doet denken aan de jonge James Hetfield, maar dan wel in zijn meest grimmige bui. En het komt natuurlijk door die riffs van Dimebag Darrell. Riffs als scheermeesjes, dat zijn het.

Alles wat het albums grootst maakte en nog steeds maakt zit eigenlijk besloten in het openings- en titelnummer. Ook in die tekst. Het is de klassieke individuele vrijheidschreeuw uit de rock ’n roll (“Can’t lock me in your cage”) gecombineerd met de glorie van de groepsloyaliteit: “Under the lights where we stand tall / Nobody touches us at all”.

Maar wat daar overheen ligt, en wat het echt dreigend maakt, is die onheilspellend sfeer van een stad vol stof, een stad die schreeuwt om een storm. En die is gearriveerd.

Je kunt geen reactie achterlaten.