Tomahawk – Oddfellows

tomahawk-oddfellowsROAR(Album – Ipecac/Konkurrent) Nadat Faith No More ter ziele ging heeft Mike Patton bepaald niet stil gezeten. Een eigen label, twee supergroepen, platen met onder andere The Dillinger Escape Plan, Kaada en John Zorn, een hiphopproject, opera platen en filmmuziek, het houdt niet op. Wat heet; vanaf 1998 heeft de beste man bijna veertig albums uitgebracht.

Nu is hij alweer toe aan de vierde studioplaat van Tomahawk, één van de twee supergroepen (die ander is natuurlijk Fantomas). Met ex-The Jesus Lizard gitarist Duane Denison, ex-Helmet drummer John Stanier (die in de tussentijd Battles oprichtte) en Melvins/Cows bassist Kevin Rutmanis in de gelederen scheurt de sound enigszins tegen Faith No More aan, alhoewel, derde plaat Anonymous is de Tomahawk-variant van indianenmuziek.

Met Trevor Dunn (Mr Bungle, Fantomas, Melvins Lite) als vervanger van Rutmanis werd het vierde album Oddfellows opgenomen. Het inbrengen van Dunn is een gouden zet geweest: het bandgeluid klinkt namelijk veel beter. Alsof Denison en Stanier veel beter musiceren met Dunn in de buurt. Dit komt de flow van de songs ten goede, die is namelijk zeer prettig. De plaat is misschien wel Tomahawk’s meest toegankelijke, maar het blijft een Tomahawkplaat natuurlijk.

Achter de knoppen Black Keys-producer Collin Dupuis, die voor een heldere sound zorgt waar de uiteenlopende sound van Tomahawk bij gebaat is. Hoogtepunten? zijn onder andere Faith No More naschok (en single) ‘Stone Letter’, liefdesliedje ‘I.O.U.’ en het dreigende ‘The Quiet Few’. Maar ook het rammelende ‘Rise Up Dirty Waters’, het bijna poppy ‘Waratorium’ en het trage ‘Baby Let’s Play___’ zijn meer dan de moeite waard. Het trommelwerk van Stanier is bij vlagen laidback en bij vlagen hectisch, de gitaren van Denison scheuren door de songs en Dunn beschikt over de juiste bassgroove. En Patton? Die laat zich weer eens van z’n goede kant zien: schreeuwen, krijsen, fluisterzang, dromerige uithalen en een jazzy stem, hij doet het allemaal.

Tomahawk is op Oddfellows meer dan een optelsom van de eerder genoemde bands en laat ondanks de brede sound zien dat het over een eigen smoelwerk beschikt. Het is misschien wel de meest toegankelijke plaat van het gezelschap, maar ook de meest coherente. En misschien nog wel belangrijker: ook de beste.