Pinkpop 2013: dag 3

Met slechts anderhalve hit op zak is het op z’n minst verrassend druk te noemen bij Tom Odell. De jonge Brit levert later deze maand zijn ijzersterke debuut Long Way Down af, met daarop elf wonderschone liedjes, gevormd door zijn pianospel en zijn herkenbare stem, waarmee hij vol emotie de ellende des levens (lees: liefdesverdriet) bezingt. Die emotie is aan het begin van de middag op de 3FM Stage niet anders – niet voor niets wordt Odell geroemd om zijn intense live-optredens. De afstand tussen de blonde twintiger, die het hele optreden achter zijn zwarte vleugel zit en het publiek is wellicht iets te groot om écht te raken, maar hij gaat er wel voor. Met The Beatles-cover ‘Oh! Darling’ laat hij ook nog eens blijken over de nodige ballen te beschikken en met het prachtige ‘Sense’ zorgt hij even daarvoor voor een eerste hoogtepuntje op deze afsluitende dag.

tom-odell2

Tom Odell

Zijn landgenoten van Bastille beschikken ook over het songmateriaal om voor een hoogtepunt te tekenen, misschien zelfs wel voor meerdere. Debuutplaat Bad Blood kent voldoende slimme popliedjes die drijven op allerlei synth –en andersoortige elektronische invloeden, zware drums en een hoog meezingniveau. Dankzij de singles ‘Pompeii’ en (in mindere mate) ‘Flaws’ staat het viertal voor een tot de nok toe gevulde tent en misschien is dat wel de reden dat zanger Dan Smith hier en daar nogal wat steekjes laat vallen. Niet alleen vocaal, maar ook qua podiumpresentatie. Smith is met zijn zwarte shirt en spijkerbroek en doorsnee gezichtsuitdrukkingen geen enorme persoonlijkheid. Hij doet er, op wat gespring hier en daar na, niet zo heel veel aan om de energie op de plaat te vertalen naar het publiek. ?Dat is zonde, want muzikaal zit het wel snor en Bastille beschikt echt over de liedjes om een tent compleet te laten ontploffen. Nu die liedjes nog over brengen.

bastille1

Bastille

De drie?ntwintigjarige Lianne La Havas (eveneens Brits!) kwam ter wereld in Londen, als dochter van een Griekse vader en een Jamaicaanse moeder, maar belandde na diens scheiden al vlot bij haar grootouders, die een groot deel van de opvoeding voor hun rekening namen. Hoewel La Havas op haar elfde al haar eerste liedje schreef, duurde het tot zo’n vijf jaar geleden voordat ze zichzelf gitaar leerde spelen. Begin vorig jaar at een goedgevulde kleine zaal van de Melkweg al uit haar hand, toen nog in afwachting van debuutplaat Is Your Love Big Enough? Hoewel vooral de voorste rijen echt bekend lijken te zijn met het werk van de schone brunette en singles als ‘Forget’ en ‘Is Your Love Big Enough?’ mee zingen, krijgt La Havas de handen wel tot ver achterin op elkaar, iedere keer weer. Het is mooi om te zien hoe ze ten opzichte van vorig jaar enorm gegroeid is, zelfverzekerder is geworden en meer bewust is van over wat voor een geweldige strot beschikt, maar aan de andere kant nog steeds die ontwapenende uitstraling heeft. Daarnaast tekent Lianne La Havas met de prachtige pianoballad ‘Gone’ voor hét kippenvelmoment van deze Pinkpop. Grote klasse.

lianne-la-havas2

Lianne La Havas

Het verhaal van de 82 seconden durende doorbraaksingle van The Vaccines, die ondertussen toch alweer ruim drie jaar achter ons ligt, is iedereen welbekend. Twee aardige platen volgden, met veel gehaaste (op een goede manier) rommelige (dito) liedjes vol post-punkinvloeden, terwijl de Londenaren er een wisselvallige livereputatie op na houden. Met de nodige vlieguren in de benen – ze komen net van het Amerikaanse Bonnaroo af – lijkt het er het eerste kwartier met ‘Wreckin’ Bar’, ‘Wetsuit’ en ‘Teenage Icon’ op alsof de band allerminst last van een jetlag heeft, maar even later kakt de boel toch aanzienlijk in. Zanger Justin Young kan in feite met ieder liedje van links naar rechts over het podium vliegen, het publiek in duiken en een uur lang springen, maar in plaats daarvan krijgen we een behoorlijk sto?cijnse presentatie, zonder enige vorm van interactie. The Vaccines hebben haast, jagen liefst zestien liedjes in nog geen veertig minuten en draaien zichzelf enigszins de nek om.

the-vaccines4

The Vaccines

De keuze tussen de irrelevantie van Stereophonics anno 2013 en de a-muzikale poppenkast van Die Antwoord drijft ons al vroeg naar het hoofdpodium, waar het ruimschoots voor de aanvang van het optreden van Ben Howard goed vol staat. Nederland is blijkbaar de singer/songwriter nog steeds niet moe, ondanks dat het aantal keren dat de Engelsman hier op de planken stond ondertussen Will and The People-achtige proporties aan begint te nemen. Onzichtbaarheid ligt op het enorme hoofdpodium op de loer, zowel letterlijk als figuurlijk. Dat probleem weet de Brit, die verrassend verlegen overkomt, eenvoudig te overbruggen door twee man extra aan zijn band toe te voegen. Howard heeft nieuw werk voor Pinkpop in petto, waaronder het sterke ‘I Forgot Where We Were’, dat een beetje het midden houdt tussen de ingetogen eerste plaat en de vorig jaar verschenen Burgh Island E.P., die een wat donkerder geluid kent. Het is een van de weinige verrassingen in het optreden, waarbij we toch vooral alles al een keer gehoord hebben en de trucjes wel kennen. Dat is op zich niet erg – we hebben Ben Howard nog op geen slecht nummer weten te betrappen – maar na drie jaar overspoeld te zijn door dit soort optredens, is het langzaam tijd voor iets nieuws.

ben-howard3

Ben Howard

Bijna een jaar is het geleden dat Alt-J’s An Awesome Wave zowat iedere muziekminnende wereldburger naar een hoogtepunt wist te brengen – de mannen uit Leeds ontpopten zich als een van de grootste hypes van 2012 en stonden onder meer in een stampvolle Bravo op Lowlands op. ?f de hype is enigszins gaan liggen, óf het Pinkpop-publiek heeft nu eenmaal niet zoveel op met de kunstige folkrock van het viertal, want vol is de Brand Bier Stage allerminst. Zelfs niet na de leegloop bij Ben Howard, wiens fans toch eerder voor Alt-J zullen kiezen dan voor Triggerfinger, die aan de andere kant van het podium geprogrammeerd staan. De afwezigen missen vrij weinig. Alt-J bestaat uit jonge, nerdy jongens, sowieso al geen enorme praters en het vele touren van de afgelopen twaalf maanden heeft ze enigszins afgemat, zo lijkt het. Keurig, strak en braaf ingespeelde nummers, geen spanning of interactie: Alt-J is het ideale moment om even op te laden voor dat het gekkenhuis bij Green Day begint, maar je moet oppassen dat je niet in slaap valt.

alt-j2

Alt-J

U las het zojuist al: het is weer een doldwaze bende bij Green Day. ‘Weer’, inderdaad, want de twee-en-een-halfuur durende show is qua invulling een exacte kopie van drie jaar geleden, toen Billie Joe Armstrong en de zijnen ook al headliner waren. Ondertussen trachtte het viertal haar vijfentwintigjarige bestaan op te leuken met het drieluik ?Uno!, ?Dos! en ?Trés!, stuk voor stuk het soort platen dat je na een kwartier af zet omdat er werkelijk niets goeds op te bekennen is. Die jarenlange ervaring zorgt er echter wel voor dat de band precies weet hoe je een festival af sluit. De keren dat Armstrong de pakweg veertigduizend bezoekers tellende festivalweide eraan herinnert dat het het laatste optreden van deze editie is, zijn al snel niet meer op één hand te tellen. Je moet er maar van houden, de idioterie waar Green Day al jaren voor staat.

Na nog geen vijf minuten, tijdens ‘Know Your Enemy’, wordt er al een meisje in een konijnenpak op het podium gehaald om het nummer mee te zingen en dat is even later tijdens ‘Longview’ niets anders. Deden ze dat in 2010 niet ook al, hoor ik u denken? Jazeker, maar de band houdt even enthousiast als krampachtig vast aan de formule never change a winning team. Zo worden even later met een soort luchtdrukbazooka t-shirts het publiek in geschoten en wordt het schaamteloze blokje covers gevormd door The Isley Brothers’ ‘Shout’, ‘Hey Jude’ en ‘Always Look On The Bright Side Of Life’, terwijl de bandleden op de podiumvloer liggen en minstens een minuut lang aan horen hoe het veld het bekende riedeltje fluit. Even daarvoor verschijnt een saxofonist in een Schotse rok op het podium, voor een platte solo, ter introductie van ‘King For A Day’, dat sowieso geen al te beste uitvoering mee krijgt. Muzikale hoogstandjes moet je sowieso niet verwachten van Green Day, helemaal niet tijdens een optreden waarbij nog maar eens pijnlijk duidelijk wordt dat de punkrockers hun beste tijd ver achter zich hebben liggen. Aan de andere kant: tot helemaal achterin het veld, zo’n honderdvijftig meter van het podium af, staat het publiek te springen, te dansen en helemaal los te gaan. En eerlijk is eerlijk: dat kregen Kings of Leon en The Killers niet voor elkaar.

green-day2

Green Day

Jan Smeets is getergd, zoveel wordt duidelijk zodra de Amerikanen van het podium verdwenen zijn. Hij heeft het gehad met de ‘kankerberichten’ op Twitter en ook de Nieuwe Revu – die een lullig zeikstukje over hadden voor ‘opa Jan Smeets’ – krijgt een welgemeende ‘fuck you’. Onnodig? Ja. Natuurlijk, hoge bomen vangen veel wind. Maar ga er maar eens aan staan, ieder jaar weer een stortvloed aan kritiek over je heen krijgen, terwijl het vaak ook zaken betreffen die niet eens binnen je macht liggen. Niet voor niets onderstreepte Smeets het nog maar eens tijdens de persconferentie, eerder dit jaar: hij heeft niets te doen met de (slappe) programmering dit jaar, daar zitten ‘vijf of zes jongens en meisjes’ van MOJO achter. Dus zullen we afspreken dat we voortaan MOJO vervloeken, in plaats van onze bebaarde (en soms ietwat raaskallende) vriend? Mooi. Op naar editie nummer vijfenveertig. En die is wél weer met Pinksteren, zoals het hoort.

__

Tekst: Juli?n L’Ortye

Fotografie: Pinkpop