Portugal. The Man @ Paradiso, Amsterdam

Vanaf je debuutalbum nagenoeg ieder jaar een nieuwe plaat uitbrengen is niet meer voor veel bands weggelegd. Portugal. The Man uit Alaska is er nog wel één. Met uitzondering van 2012 heeft de band, sinds Waiter: “You Vultures!” ieder nieuw jaar een nieuw album gelanceerd. Met het akoestische The Majestic Majesty meegeteld, waarop nummers van The Satanic Satanist een akoestische uitvoering krijgen, staat de albumteller van de Amerikanen op acht. Het laatste wapenfeit hierbij is het door Brian ‘Danger Mouse’ Burton geproduceerde Evil Friends, waarmee de stap naar het grote publiek eindelijk gemaakt lijkt.

Toch is het vanavond niet uitverkocht in Paradiso. Op het moment dat Portugal. The Man aftrapt met ‘Purple Yellow Red and Blue’ is de grote zaal van de poptempel zelfs nog relatief leeg; er is ruimte zat op de vloer en beide balkons zijn afgesloten. Het viertal lijkt het echter niet te deren, zo blijkt uit de ‘intro’ van het toegift. De bassist komt hiervoor in zijn eentje het podium op om het publiek uitgebreid te bedanken. Dit is dan ook wel het enige contact dat er is tussen de band en het publiek, iets dat helaas wel afdoet aan de show.?Zanger/gitarist John Gourley zou logischerwijs de rol van frontman op zich moeten nemen, maar vanavond is daar totaal geen sprake van.

Gelukkig wordt er voor dit minpunt een groot pluspunt teruggegeven; de muziek. Waar het op de laatste twee albums allemaal vrij gepolijst en ‘poppy’ is, krijgt Paradiso vanavond meer rock voor zijn kiezen. Nummers worden voorzien van lange, harde outro’s en worden slim in elkaar overgespeeld. Hierdoor blijft de vaart goed in het optreden en verslapt de aandacht van het publiek niet. Alleen na een aantal nummers non-stop spelen is een klein praatje of in ieder geval een pauze wel op z’n plaats. Dit komt dan ook uiteindelijk met een korte “thank you”, waardoor het volgende nummer direct weer wordt ingezet. Het zo puur focussen op de muziek is vreemd voor een band die zichzelf niet geheel serieus lijkt te nemen. Zo spelen de heren drie covers, waarvan twee Beatles-nummers (‘Helter Skelter’ en een kleine, bijna niet te horen snippet van ‘Hey Jude’) en een nummer afkomstig uit de comedyserie It’s Always Sunny in Philadelphia (‘Day Man’). Hiernaast krijgen de laatste twee albums uiteraard de grootste aandacht, met een handjevol nummers van The Satanic Satanist en American Ghetto. Is dit erg? Nee, totaal niet; het overgrote deel van het publiek, dat eigenlijk vanavond maar weinig enthousiast is, geeft het meeste respons bij werk van Evil Friends en In the Mountain In the Cloud, waardoor de ‘oldschool’ fans onderscheiden kunnen worden.

Als uiteindelijk voor de tweede keer ‘Purple Yellow Red and Blue’ gespeeld wordt en de reguliere set er dus opzit, lijkt het alsof het concert pas een half uur bezig is, maar in werkelijkheid staat de teller al bijna op een uur meer. Na de met The Beatles gevulde toegift blijft het publiek zo met een dubbel gevoel achter; muzikaal is Portugal. The Man steengoed, maar had er niet iets meer in gezeten? Zou het niet leuker zijn als er meer gesproken zou worden door de bandleden? En komen de nummers niet net iets beter tot hun recht wanneer ze niet nagenoeg allemaal in elkaar overlopen? Hopelijk moeten ze gewoon nog wennen aan het ‘grotere’ publiek; bij een volgende tour dus beter?