Incubate 2013: Dag 6

Nadat we eerder al omver werden geblazen door And So I Watch You From Afar en betoverd werden door Emika zijn we weer terug in Tilburg voor de Incubate-zaterdag. Met zo’n goede line-up als die van vandaag zijn de keuzes soms wel heel moeilijk, maar dat maakt de uitdaging voor het kiezen van de juiste bands misschien nog wel mooier.

We beginnen de dag met één van de grootste clashes van deze editie van het festival. Tim Hecker versus The Twilight Sad. We kiezen voor de eerste en houden de optie open om halverwege de switch te maken. De keuze voor de Canadees betaalt zich gelijk uit. In een volle Tilburgse Schouwburg blijven de lichten uit en zijn het de drones en soundscapes van Hecker die de ruimte vullen.

Deze setting, en vooral het loodzware geluid en diepe bassen, maakt de bezwerende en vaak zware ‘ambient-noise’ ontzettend intens. Het geheel is eigenlijk beatloos en trekt zich langzaam als grote zware deken over het publiek. Het is bijna beklemmend en zorgt ervoor dat je de zaal niet wilt verlaten. Zo intens als Tim Hecker in een gitzwarte Tilburgse Schouwburg krijg je niet vaker hoor, briljant.

We willen gelijk door naar de Grote Zaal van de 013 voor Gang Of Four, maar lezen dat de show met een half uur uitgesteld is. Uiteindelijk beginnen de vier heren uit Engeland liefst 50 minuten ná hun oorspronkelijke starttijd en klinkt er boegeroep in de ramvolle zaal. Zanger van het eerste uur Jon King is vervangen door de onbekende John Sterry en dat maakt het er ook niet beter op. De band komt heel plichtmatig over en daarom kiezen we na drie nummers het hazenpad. We zijn overigens niet de enige, de zaal stroomt daadwerkelijk leeg.

Gelukkig is het niet ver van de Grote naar de Kleine Zaal, maar deze staat ram en ramvol voor A Place To Bury Strangers. Het publiek blijft staan en dat komt doordat deze band wél doet wat ervan verwacht wordt. De band is snoeihard en kiest niet voor concessies: beuken en gáán. De stroboscoop draagt bij aan de intensiteit van een band die veel, heel veel geeft. De drie heren slachten bijna hun instrumenten en het is een wonder dat – vooral – de gitaar en basgitaar heel blijven, heerlijk. Na deze hardheid is de opblaaspoppen-synthpop van Geneva Jacuzzi eigenlijk niet meer dan een slappe hap. Het is onbegrijpelijk wat er te zien én te horen is en daarom gaan we ook maar weer.