Smith Westerns @ Paradiso, Amsterdam

Twee nummers hadden de vier heren van Smith Westerns gespeeld op Pukkelpop 2011 toen de tent waar ze stonden te spelen, en waar uw recensent zich ook bevond, door hevige rukwinden zowel in de lucht als tot de grond werd geworpen. Naast enkele aanwezigen kwamen ook de instrumenten van de band niet ongeschonden uit de ramp, waardoor er de dag erna op Lowlands met geleende gitaren en drums gespeeld moesten worden. Als we de toeschouwers van toen moeten geloven, gaven de jonge Amerikanen, toen net hun tweede album Dye It Blonde uit, waarmee ze door ‘Weekend’ een kleine doorbraak hadden, een zeer sterke show weg. Vanavond mag uw recensent ze eindelijk weer zien, in de (niet uitverkochte) bovenzaal van Paradiso.

Dat het niet uitverkocht is, is direct duidelijk bij het betreden van de zaal. Gedurende het hele concert is er zat ruimte in de toch al vrij kleine zaal van de Amsterdamse poptempel, zelfs met de nieuwsgierige toeschouwers die oorspronkelijk een kaartje hebben gekocht voor één van de bands die eerder op de avond in de grote of kleine zaal stonden. Echter, hoewel de zaal verre van vol is, houden de vier Amerikanen het aangetrokken publiek wel sterk vast; tijdens het kleine uurtje dat de band de kleine zaal bespelen wordt het alsmaar drukker. Raar is dit dan ook niet; aangezien de band goed op dreef is. Toegegeven; de schoonheidsfoutjes zijn niet op één hand te tellen, maar op een of andere manier siert het Smith Westerns wel.

Na ‘Imagine Pt. 3’ houdt zanger Cullen Omori een kleine anekdote over het feit dat het nummer deels is geschreven tijdens een sessie met de gitaar van (ex-)Girls-zanger Christophen Owens, wat eigenlijk heel veel duidelijkheid schept. Omori klinkt (gespeeld) verveeld op de manier waarop zangers als Owens of The Strokes’ Julian Casablancas het zichzelf zo eigen hebben gemaakt. Een tikkeltje arrogantie, aangevuld met een nonchalante, maar toch charismatische houding, maken van hem een fijne frontman. Dit ondanks zijn vreemde manier van contact met het publiek, waarbij hij met gesloten ogen de meest uiteenlopende en niet-gerelateerde anekdotes deelt. Dit maakt het concert wel tot wat het uiteindelijk is; muzikaal vrij sterk maar ook entertainend.

En dat is maar goed ook, want ondanks de drie albums waar de band uit?kan putten, is het concert binnen een uur al voorbij. Van debuutalbum Smith Westerns komt dan ook maar een enkel nummer voorbij in de vorm van ‘My Heart’ (dat overigens, naast ‘Weekend’, het hoogtepunt van het optreden vormt). Vreemd genoeg putten de Amerikanen ook meer uit Dye it Blonde dan uit hun nieuwe album Soft Will, waarvoor de tour toch bedoeld zou moeten zijn. Het contrast tussen nummers van de drie albums is wel gigantisch. Waar ‘My Heart’ nog flink leunt tegen garagerock, zijn de nummers van het tweede album flink wat poppier en het nieuwste werk juist psychedelischer. Wel wordt dit laatste ook in het oudere werk vermengd, vooral door toedoen van gitarist Max Kakacek. Zijn solo’s zijn sterk en zorgen voor net dat kleine beetje extra wat op de albums vaak niet te horen is.

Smith Westerns heeft er vanavond veel zin in en met drie sterke albums op zak is het vreemd dat zelfs de kleine bovenzaal van Paradiso niet eens bijna uitverkocht is. Misschien komt het door het Tilburgse Incubate dat tegelijkertijd plaatsvindt, maar één ding is zeker: Smith Westerns verdient een groter publiek.