Crossing Border 2013: Dag 1

Elke november is het hetzelfde liedje: ’s ochtends is het ineens koud en mistig en de meeste bladeren zijn gevallen, waardoor de bomen er ineens een stuk minder gezellig uitzien. Iedereen lijkt te stoppen met buiten zijn en trekt zich thuis terug. Maar daar is dan nog die laatste mooie festival-opleving van het jaar: het altijd fijne Crossing Border. Dit jaar in Den Haag wel in wat afgeslankte vorm, want er zijn twee festivallocaties afgevallen. Feesttent Cuatro is geen enorm gemis, maar die mooie verstilde optredens in de Duitse Kerk zouden we nog wel eens? kunnen gaan missen. Toch staat er op de eerste dag alweer heel wat moois op het programma. En dan hebben we nog niet eens naar het literaire programma gekeken.

img_0837-2kopie

Lucius

Diep zakken we weg in het comfortabele pluche van de Koninklijke Schouwburg. The Royal blijft zijn naam eer aan doen, want ieder jaar is het weer een tractatie om hier van het comfort en uitstekende geluid te mogen genieten. En dat geluid, dat komt opener Lucius alleen maar ten goede. Debuutalbum Wildewoman is pas net uit, maar dat is nergens aan af te zien. Buiten het ongeremde enthousiasme van de bandleden dan wellicht. Zangeressen Holly Laessig en Jess Wolfe hebben zich duidelijk laten inspireren door de klassieke girl groups van weleer en verschijnen ten tonele met matchende jurkjes en ditto kapsels. Achter ze staan drie heren in een halve cirkel op het podium. En dan gaat het los. Gevarieerd blijft het wel, van bombast in ‘Tempest’ en ‘Turn it Around’ via jukebox-kraker ‘How Loud Your Heart Gets’ naar het ingetogen ‘Two of Us on the Run’. De twee zangeressen blijken vocalisten van jewelste te zijn, die bovendien perfect op elkaar ingespeeld zijn. Zelfs wanneer zij de trommelstokken of tamboerijn grijpen gaat dit in perfecte harmonie, en die twee krachtige stemmen kunnen samen met die van de heren de mooiste harmonie?n vormen. Niet dat dat al te veelvuldig gedaan wordt, want in unisono wordt het, om Phil Spector’s trademark maar even aan te halen, pas echt een wall of sound. Luister maar, en volgende keer zeker niet missen!

img_0975

Jenny Hval

Even overschakelen is het dan wel, naar dat weinig gangbare geluid van de Noorse Jenny Hval. Daar staat ze in de hal van het Nationale Toneel: legging en oversized vest aan, glitterpet op de witblonde haren. En als ze haar mond opent ineens een Australisch accent. ‘Dat is voor mij net zo vreemd als voor jullie’, verzekert ze ons. De vraag blijft dan of dat ook voor haar muziek geldt. Zware elektronische beats worden gecombineerd met keyboards, gitaar en afwisselend gefluisterde, geschreeuwde, gekraste en gepiepte vocalen. Het blijft daarom een komen en gaan in het Black Coffee House, want dit is allemaal vrij experimenteel. Confronterend. Soms zelfs ronduit irritant. Wanneer die irritatie-grens bereikt is maken we een ommetje naar Chloe Charles, die in het bovengelegen Heartbeat Hotel een bomvolle zaal staat te betoveren. Kippenvelwaardig, maar de enorme drukte en, eerlijk is eerlijk, weer de kop opstekende nieuwsgierigheid brengt ons toch weer terug naar beneden. En dan blijkt dat wie terugkomt bij Jenny Hval en langer luistert kan ontdekken dat deze moeilijk te categoriseren muziek toch ook zijn charme heeft. Wie een beetje tekstueel is ingesteld kan al helemaal zijn lol op: haar teksten hadden namelijk niet misstaan op de afdeling videokunst in het museum. De droge humor van de zangeres annex schrijfster maakt het dan mooi af.

img_1168-2

White Denim

En dan? Voor het eerst in de geschiedenis van Crossing Border zoals wij deze meemaken weten we even oprecht niet waar we heen moeten. De avond is namelijk wat merkwaardig geprogrammeerd: blokje muziek, half uurtje niets, blokje muziek, half uurtje niets, en dan weer een blokje muziek. Ook de literaire blokjes lijken bijna op te houden in die halve uurtje niets. Was het dan de bedoeling dat iedereen bij Joost Zwagerman in de Royal plaats zou nemen? Lijkt ons ook niet wenselijk op zo’n uitverkocht festival. En dus begeven wij ons alvast naar The Raven, de grote zaal van het Nationale Toneel, waar een half uurtje later White Denim zal aantreden.

In de zaal gonst het al, want deze band heeft een grootse live-reputatie. James Petralli (zang / gitaar), Steve Terebecki (bas), Josh Block (drums), en Austin Jenkins (gitaar) komen uit, jawel, Austin, Texas. Op publiciteitsfoto’s is dan ook soms wat plek ingeruimd voor hooibalen en spijkerblousejes, en ook vanavond staat laatst toegevoegde bandlid Jenkins geheel in de spijkerstof op het podium. Maar onder Austin ligt zoals we weten een uiterst vruchtbare bodem voor indie rock bandjes en die bandjes zijn niet zelden van bovengemiddelde kwaliteit. Zo ook White Denim. In de loop der jaren zijn de punk-invloeden grotendeels ingeruild voor een op roots rock gebaseerd geluid met ritmisch complexe psychedelische uitspanningen. Al tijdens hun formatie in 2005 waren dit geen onervaren jongens en die ervaring betaalt zich vanavond uit. Ook in katerige toestand blijkt White Denim namelijk nog in staat te zijn om lastige ritmewisselingen, ingewikkelde drumpartijen en razendsnelle basloopjes te produceren. Moeilijk kijken en heftig zweten doen ze daar dan uiteraard wel bij. Moeilijk gekeken wordt er ook zo hier en daar in de zaal. Zonder tomeloze energie op het podium blijft een optreden van deze stoomtrein van een band blijkbaar wat steken in de opstartfase. De trein is bezig het station te verlaten, maar dat gaat heuvel op en de machine komt niet echt op stoom. Volgende keer beter zullen we dus maar zeggen.

img_1254

Caveman

Dat geeft ons wel mooi de gelegenheid om de oversteek terug naar de Koninklijke Schouwburg te maken, waarbij we Joost Zwagerman na zijn optreden even een sigaret zien opsteken. Eenmaal aangekomen blijkt het afgeladen vol te staan, zitten en hangen bij het Ierse Villagers. Zelf al vijf man sterk, weten ze zich vanavond ook nog een gesterkt door aanwezigheid van het s t a r g a z e ensemble. Dat, plus dat befaamde geluid in de grote zaal, maakt dat we bij binnenkomst meteen betoverd worden door ‘Home’, afkomstig van debuut Becoming a Jackal (2010). Conor J. O’Brien was en is nog altijd het absolute middelpunt van wat er op het podium gebeurt en weet te overtuigen in deze rustpuntjes in de set, maar prachtig is het ook wanneer hij slim gebruik weet te maken van de kwaliteiten van de muzikanten om hem heen. Even gaat het gas er op, waarbij Villagers’ angst dat ‘this would all be a little bit too violent for a literature festival’ meteen wordt ontkracht door een uitzinnig publiek. En dan gaat het gas er alweer af met ‘Grateful Song’, gevolgd door de geschreeuwde uithalen (‘approaching the shore’!) van ‘The Waves’. Nog één liedje dan, zo nieuw dat het nog geen naam heeft. ‘You say thank you for your hard work / but you’ve had it up to here’ zingt hij in de prachtige break up-song. Wat ons betreft zien we Villagers graag nog eens terug voor een derde optreden op dit festival.

img_1346

Villagers

Geconfronteerd met weer zo’n vreemd gat in de programmering, begeeft een flinke hoeveelheid mensen zich naar Mighty Oaks. Wij laten de welbekende indie-folk-rock-pop even aan ons voorbij gaan en halen alleen even een gepofte aardappel in de in het Black Coffee House omgetoverde foyer van het Nationale Toneel, met een in festival-context alleszins redelijk geprijsd biertje er bij (?2,50 voor een munt, één munt per biertje). En dan staan we dus mooi vooraan bij Phosphorescent, wiens door een gebroken hart ge?nspireerde laatste album Muchacho (2013) met recht een indie country-parel genoemd mag worden. De man achter deze bandnaam, tevens enige offici?le bandlid, is Matthew Houck. Eerder dit jaar in Rotown nog één bonk southern man met zijn onder zijn pet uitkrullende haar, baardje en sterke lijf, verschijnt hij vanavond zonder pet maar mét strakke broek en opengeknoopte blouse. Leuk voor de in mannen ge?nteresseerde dames en heren in de zaal dus, deze Houck, maar een al te plezante attitude heeft de beste man vandaag niet meegenomen. Ge?rriteerd door blijkbaar slecht afgesteld geluid wordt er wat gevloekt, geschopt tegen een versterker en gesmeten met de microfoonstandaard en zijn gitaar. Onnodig, maar hij komt door al die opwinding wel lekker op dreef. Toch is het het in de eerste helft van zijn optreden allemaal net niet: helemaal goed bij stem is hij niet, een feest is het nooit om naar iemand met een anger management probleem te kijken, en de ijle synthesizer die het rijke strijk-arrangement in prijsnummer ‘Song for Zula’ moet vervangen slaat nog altijd als de spreekwoordelijke tang op een varken. Na de op het album zo ijzersterke combinatie ‘Song for Zula’ / ‘Ride On/Right On’ is het dan ook de hoogste tijd voor de beproefde kwaliteit van de volgende Ier die op het podium van de mooiste zaal van het festival mag staan.

img_1403

Mighty Oaks

Zitplaatsen zijn er nog, op het derde balkon, bij Glen Hansard. Dat zal verband houden met het late tijdstip, want aan de kwaliteit van de altijd goede Hansard en consorten zal het niet liggen. Slim wordt er afgewisseld tussen bombastisch geweld, inclusief breed uitgemeten solo’s van de blazerssectie, en momenten waarop de troubadour en zijn bekende stem met het ruige randje alleen het werk mogen doen. ‘Fitzcarraldo’, uitgebracht met The Frames, komt langs, er is ruimte voor trompet-solo’s, een gastoptreden van Charlotte Blokhuis, en een prachtig intermezzo waarin de trombonist zijn trombone even laat voor wat deze is en zijn vrouw toezingt: ‘one day you’re gonna leave me baby… and I’ll be long gone’. Wanneer het tijd is voor afsluitende akoestische Leonard Cohen-cover ‘Passing Through’ zit de hele zaal op het puntje van zijn stoel. Tevreden ‘passing through, passing through / sometimes happy, sometimes blue / glad that I ran into you / tell the people that you saw me passing through’ zingend gaan we de nacht in. Pure klasse.

img_1681

Glen Hansard