Eurosonic 2014: dag 1

ROAR E-Zine stapt dit jaar op donderdag in bij ’s lands bekendste showcasefestival: Eurosonic/Noorderslag. Deze dag biedt ons onder meer Jungle, INVSN, Kid Karate en Kate Boy. (JL)

Wie Eurosonic zegt, zegt Platosonic! De gratis sessies in de Groningse Plato (en sinds kort ook in de naastgelegen Coffee Company) zijn inmiddels een waar begrip. We trappen deze Eurosonic af met een sessie van kleine schone Tessa Rose Jackson, die in 25 minuten laat zien hoe goed ze maar weer is. Heel goed zelfs, waardoor het applaus steeds groter wordt. (JZ)

Het Britse Jungle eindigde relatief hoog op het befaamde BBC Sound Of 2014-lijstje, mede dankzij de twee relatieve hits ‘The Heat’ en ‘Lucky I Got What I Want’. Hoewel de cover van singles ‘Platoon’ en The Heat’ – evenals in hun clips – louter zwarte mannen schitteren, zijn het twee blanke jongemannen die in het benedenpodium van Simplon de show stelen. Ze worden geflankeerd door twee andere stemmen en een basgitarist, terwijl ze achter zich twee percussionisten hebben staan. Het is zo’n act die gezien de gelaagdheid in de muziek makkelijk tegen kan vallen, maar het zevental maakt die angst al vanaf minuut één ongegrond. De twee hits komen vroeg in de set, maar de Britten blijken veel meer in hun mars te hebben. Vrijwel alles is live ingespeeld, van dubbele gitaarlijnen tot ijzersterke percussie – marimba’s, onder andere, die uitstekend in de elektrofunk-vibe passen. Jungle legt de lat voor de rest van de avond (en het festival) op enorme hoogte. (JL)

Tegelijkertijd speelt INVSN in de zaal met de beste naam; de Machinefabriek. De band is een sideproject van voormalig Refused-frontman Dennis Lynxzén en lijkt qua sound uit de jaren tachtig te komen. Muzikaal klopt het wel, maar het voelt allemaal zo nep aan. De zwarte pakken die de bandleden aanhebben, de manier waarop dezelfde bandleden over het podium bewegen en de van Michael Stipe gejatte make-up: het is allemaal zo bedacht. Waar het op plaat nog een zekere overtuigingskracht heeft (want: je ziet de band niet), schiet het hier op het podium z’n doel voorbij. Het is waarschijnlijk ontzettend vermoeiend om Lynxzén te zijn: hij vindt alles kut, maar het publiek ergert zich vooral aan zijn vervelende beweginkjes. “I was a weird kid, but punk rock saved me”, haalt hij z’n jeugd erbij. Dat kan wel zo zijn, maar Refused are fucking dead. (JZ)

Door naar Shadrak, waar de Overijsselse Chayah in de benedenzaal het toegestroomde publiek om haar vingers windt. Breekbare en bij vlagen dromerige singer-songwriter pop, die ons doet denken aan Julia Stone. In de bovenzaal is het andere koek, de baarden van Wolvon staan op het podium. Het drietal speelt met hun ietwat valse noiserock de zaal goed leeg zodat alleen de échte liefhebbers blijven staan. Al dekt ‘valse noiserock’, de lading natuurlijk niet helemaal, de Groningers (naar eigen zeggen “From The Hollands”) doen méér dan dat. De band doet ook meer dan alleen tracks van debuutplaat Folds spelen: er komen drie nieuwe nummers voorbij. Lekker bezig. (JZ)

Een immense rij voor Benjamin Clementine, een Brits-Ghanese soul/singer-songwriter die op woensdag al hoge ogen gooide, drijft ons naar het Platformtheater voor R&B-diva Lulu James, die een handjevol bezoekers eind vorig jaar in BIRD al liet ruiken wat ze allemaal kan. Toen met enkel een dj achter zich, vanavond vormt ze samen met een (bas)gitarist en drummer een viertal. Ongetwijfeld met de intentie om een completer geluid te cre?ren, maar vanavond wil het niet zo vlotten met de in Tanzania geboren Engelse. Haar vocalen, inclusief enkele ferme uithalen, zijn fenomenaal, maar James’ liedjes blijken nu eenmaal niet gemaakt voor musici. Met die gitarist en drummer op de flanken, klinken de vlotte en aanstekelijke tunes plots wat stoffig. En dan kun je nog zo’n pittige outfit – een zwart, strapless badpak plus gezichtsbedekkende, blinkende sieraden – dragen, vanavond is zelfs dat niet genoeg om Lulu James over de streep te trekken. (JL)

In de snikhete bovenhaal van Simplon vinden we vervolgens een driekoppig gezelschap in de vorm van het Finse Femme en Fourrure (Frans voor ‘vrouw in bontjas’, red.). Oorspronkelijk een duo, maar live aangevuld door een gitarist, om de duistere, bezwerende elektronica wat meer inhoud mee te geven. De Finnen starten met wat rustiger werk van hun vorig jaar uitgebrachte debuut 36-26-36, om er na een klein kwartier opeens een stampende technobeat in te gooien. Die beukt er lekker op los en doet enkele hoofden deugdelijk meedeinen, maar draagt er tegelijkertijd aan bij dat deze set de subtiliteit van het eerder genoemde debuut mist. De duistere feel kleeft nog steeds aan het optreden vast, maar zo spannend als op plaat is het eigenlijk geen moment. De sobere lichtshow en het gefluister van de vrouwelijke helft van het duo dragen daar wel nog aan bij, maar vooral in de tweede helft van de set, wanneer de stampende beats worden ingeruild voor wat tragers en intiemers, kakt de boel enigszins in. (JL)

Minder lekker bezig is Den Sorte Skole. De twee Denen hebben het visuele aspect prima onder de knie, met prima lichtshow en beelden waar National Geographic jaloers op zou worden. Muzikaal gezien valt het geheel vies tegen: schel geluid, slechte overgangen en totáál geen lijn in de set. Snel vergeten dit en verder geen woorden meer aan vuil maken. (JZ)

Beneden is de zaal inmiddels flink volgelopen voor Elliphant, de artiestennaam van de Zweedse schone Ellinor Olovsdotter, die tijdens een reis door het Verenigd Koninkrijk zo ge?nspireerd raakte door de geluiden van de Britse urbanscene, dat ze besloot muziek te gaan maken. Ze bracht een eerste single uit (‘Tekkno Scene’), waarna ze vrijwel direct door hitproducer Dr. Luke getekend werd. Qua beats zit Olovsdotter dus gebakken, iets dat ook al op hitjes in spe ‘Could It Be’ en ‘Down On Life’ te horen was. Daarnaast heeft ze de looks en een uitstekende attitude en zelfs een paar goede liedjes, maar voor zo’n drie kwartier durende liveset op een showcasefestival is Elliphant nog veel te licht. Ze stuitert over het podium, overschreeuwt zichzelf zo nu en dan in haar enthousiasme en is vooral heel wisselvallig. Nog een paar goede liedjes erbij en dan volgend jaar maar op herkansing. (JL)

Bij aankomst in Forum Images is het nog verrassend leeg voor dé naam van het festival: Sam Smith. Winnaar van BBC’s Sound Of 2014, bijdrages aan twee hitsingles van 2013 (Disclosure’s ‘Latch’ en Naughty Boy’s ‘La La La’) en door Disclosure en Two Inch Punch geproduceerde singles. De Britse twintiger heeft het goed voor elkaar. Vernietigende verhalen deden de ronde over zijn show een dag eerder, maar Smith revancheert zich vanavond fantastisch. Hij start met nieuw werk van zijn in mei uit te komen debuutplaat In The Lonely Hour, waarna een fenomenaal blokje met een akoestische uitvoering van ‘Latch’ – met een glansrol voor Smith’s bloedmooie celliste – jongste single ‘Money On My Mind’ en ‘La La La’, waarbij keer op keer zijn opvallende stemgeluid doodeenvoudig overeind blijft. Het enige manco is de begeleiding, die bij vlagen wel heel futloos staat te spelen. Maar ach, Sam Smith heeft – in tegenstelling tot een hele lading acts op dit festival – louter goede tot uitstekende liedjes, die dat euvel met gemak compenseren. En hem zo tot koning van de tweede dag kronen. (JL)

Als Sam Smith de koning van dag twee is, dan is Kate Boy de koningin. Het Grand Theatre staat ramvol voor deze uit Australi? afkomstige Zweedse deerne, die twee boys heeft meegenomen. Qua uiterlijk is ze door haar haar aan de ene zijde jongensachtig kort en aan de andere kant vrouwelijk lang misschien wel een klein beetje een tomboy, maar laat je niet op het verkeerde been zetten. Kate Boy klinkt als The Knife die een popplaat maakt, maar het is zoveel meer dan dat. De typisch Zweedse, industri?le synths worden op een hele innovatieve wijze versmolten met opwindende percussie. Het vormt een vreemd soort contrast met de ijzige vocalen van Kate Akhurst. Ook niet verkeerd: ondersteund door een geweldige lichtshow speelt het drietal ook nog eens heel erg sterk. (JZ)