Eurosonic 2014: dag 2

Halverwege de middag van de derde Eurosonic/Noorderslag-dag, maakt Jungle By Night plotseling bekend wanneer ze hun nieuwe album zullen uitbrengen. Het ‘toeval’ wil dat de Amsterdammers ’s avonds ook optreden, waar louter nieuw werk zal klinken. En dat is goed, zo blijkt al snel in de Jack Daniel’s Barn. Heel erg goed. Het in 2012 verschenen Hidden voelde vooral als de ‘moeilijke tweede’, maar het lijkt erop dat het in 2014 helemaal goed gaat komen met de talentvolle jongelingen. Stilstaan is geen optie, al is het maar door het onbegrensde plezier dat het negental aan het optreden lijkt te beleven. Een continue glansrol is er weggelegd voor toetsenist Pyke Pasman, die met zijn Hammond-orgel een waanzinnig fundament voor de ijzersterke nieuwe songs legt. Er is ruimte voor solo’s, messcherp samenspel, het opzwepen van het publiek en vooral voor een hele goede show. Jungle By Night is terug. (JL)

East India Youth’s William Doyle staat wat verveeld achter de knoppen in de grote zaal van Simplon en dit komt ongetwijfeld door het feit dat de zaal bij lange na niet vol staat. De set begint hoopvol, ge?motioneerde pop met soundscapes, flarden gitaar en elektronica in verschillende soorten en maten. Het niveau zakt echter dramatisch. Waar Doyle geen moment echt lacht, tovert hij ook geen moment een echte lach op het gezicht van de bezoekers. De eenmansband bewijst vanavond vooral volstrekt overbodig te zijn.? Iets wat Deaths even later in de bovenzaal van het Grande Theater niet doet, ook al moeten we even geduld hebben. Het uit Berlijn afkomstige Tsjechische collectief speelt dankzij technische problemen geen enkele noot in de eerste acht minuten, iets wat dodelijk kan zijn op Eurosonic. Het geduldige publiek wordt verrast met luchtige eighties synthpop, zonder dat het viertal verzand in de vele voor de hand liggende clichés.? (JZ)

Om de hoek van de Barn vinden we De Machinefabriek, waar het iets voor achten nog akelig leeg is. Na een onwaarschijnlijk slechte aankondiging komt hier echter snel verandering in, wanneer de Duitse electro-indiepoppers van CLAIRE het podium betreden. Ze spelen nog geen anderhalf jaar samen, zo bekent zangeres Josie-Claire Bürkle halverwege de set. Gelukkig heeft het viertal in die halfjaar wel een handvol goede liedjes bij elkaar weten te sprokkelen, hetgeen ertoe leidt dat de drie kwartier durende set geen seconde te lang duurt. Toegegeven: die paardenstaart van Bürkle kan echt niet meer, maar CLAIRE heeft hits. Heel even is de angst er dat ze hun kruit te vroeg verschieten, wanneer ‘Games’ en ‘Horizon’, vooralsnog de beste nummers uit het repertoire. Niets blijkt minder waar wanneer de Duitsers vrolijk op dezelfde voet verder gaan en doel blijven treffen. Dat er dan op het einde van set even uit de bocht gevlogen wordt met een onnodig overstuurd slotakkoord, nemen we dan ook maar op de koop toe. (JL)

Academie Minerva is ook dit jaar weer één van de vele podia en biedt dit jaar ruimte aan Postiljonen. Het Noors/Zweedse drietal schotelt het publiek fijne dreampop voor en de vergelijkingen met Beach House, Cocteau Twins en M83 zijn dan ook niet uit de lucht gegrepen. Live krijgt het drietal ondersteuning met fijne retro beelden (wij zagen tieten!) die het begrip ‘sfeer neerzetten’ herdefini?ren. Klein gemis is het ontbreken van échte live-instrumentatie, dit had het plaatje echt compleet kunnen maken. (JZ)

Ze timmeren al zo’n vier jaar aan de weg en leverden midden vorig jaar al hun derde album af, waarmee ze eindelijk een spot op Eurosonic verdienden. The Limi?anas uit het mooie Franse kustplaatsje Perpignan. Die derde plaat heet Costa Blanca,? kwam uit op Trouble In Mind, een label waar ook Jacco Gardner op getekend is en staat bomvol goede liedjes. Een intrigerende kruising tussen Stereolab en Velvet Underground, terwijl de geest van Serge Gainsbourg vrijwel continu door de liedjes heen waart. Live blijkt die geweldige sound prima overeind te blijven, de dito liedjes daarentegen iets minder. Het is wat minder indringend dan op plaat, maar zelfs dan stijgt de psychedelica van de Fransen – met een mooie blonde zangeres in het midden – nog ver boven het gemiddelde niveau van een Eurosonic-avond uit. Très cool. (JL)

Je kon er afgelopen zomer niet omheen: ‘Sonnentanz’ van Klangkarussell. Deze niets aan de hand zomerhit zorgt ervoor dat de Machinefabriek ramvol staat voor de act uit focusland Oostenrijk. Het dj-duo Tobias Rieser/Adrian Held krijgt vanavond ondersteuning van twee extra muzikanten, die voor percussie en synths, gitaar en bas zorgen. Het is een fijne toevoeging op het leger aan samples wat het dj duo het publiek serveert. De sound is erg sterk en het viertal speelt zó foutloos dat je je haast afvraagt of alles wel echt live is. Het publiek vindt het echter fantastisch en danst zorgeloos de hele show door en zo is Klangkarussell een feestje. (JZ)

Enkele minuten na aanvang staat er nog een rij bij Forum Images, waar een dag eerder Sam Smith de boel niet eens voor driekwart gevuld kreeg. Het zegt wat over de bekendheid (en de gunfactor) van Hudson Taylor, die met een hitje op zak op veel bijval kunnen rekenen. En ja, waarom ook niet? What’s not to love aan deze jongens? Goede, slimme akoestische popliedjes zonder poespas, een sympathieke uitstraling, een enthousiaste en energieke liveshow, het Ierse duo heeft het allemaal. Er valt in deze set geen slechte song te ontdekken. Het voor de film The Host geschreven ‘Chasing Rubies’: raak. Het sterke ‘Second Best’ inclusief aanstekelijk fluitdeuntje: raak. En dan het fenomenale slotakkoord in de vorm van hit ‘Battles’, waarbij de twee broers nog even alles uit de kast trekken en beloond worden met een – terecht – ovationeel applaus. Hoogtepunt. (JL)

De prachtige Der AA-kerk vormt iets voor middernacht het decor voor Town of Saints, door velen bestempeld als een van de grootste talenten van Nederlandse bodem voor het komende jaar. Frontman Harmen Ridderbos, geboren en getogen in Groningen, heeft de sfeer er al vroeg goed in. Iemand attendeert hem op het feit dat ‘ie in een kerk speelt, De Ridder antwoordt: “Ja, ik fiets hier al een paar jaar langs en dan denk ik ‘goh, hé, dat lijkt wel op een kerk’”. Het Nederlands/Finse gezelschap – Town of Saints bestaat naast Ridderbos uit de Finse violiste Heta Salkolathi en drummer Sietse Ros – heeft bepaald niet stilgezeten de afgelopen anderhalf jaar. Twee EP’s en debuutplaat Something To Fight With behoren inmiddels al tot het oeuvre en een kleine Nederlandse clubtour is al achter de rug. Goede songs, stuk voor stuk, dat zeker. Mede dankzij het spel van Salkolathi is Town of Saints meer dan een doorsnee folkbandje, maar dat blijkt – in ieder geval vanavond – toch voornamelijk voor de platen te gelden. Zo prachtig als het kerkorgel op de achtergrond van het optreden is, zo gezapig is de set van vanavond. Er zit slechts mondjesmaat echt vaart in en hoewel het enthousiasme van Ridderbos’ gezicht af druipt, komt het allemaal niet echt over. (JL)

Omdat we bij Simplon al snel tegen een enorme rij (voor M?) aan fietsen, gaat de reis verder richting Huis de Beurs voor het Berlijnse Ballet School. Grimes is al fan en op basis van de uitstekende single ‘Heartbeat Overdrive’ is dat niet bepaald vreemd te noemen. Ballet School heeft nog meer goede liedjes, zo bleek al op debuut EP Boys Again. Liedjes die het midden houden tussen shoegaze en dreampop. Zangeres Rosie Blair komt vocaal – op plaat, tenminste – het dichtst in de buurt bij die van Cocteau Twins’ Liz Fraser, maar daar blijft live geen drol meer van over. Blair schreeuwt, schreeuwt en schreeuwt, schuurt wat met haar kruis tegen de microfoonstandaard aan en lijkt bovendien zo stoned als een garnaal, iets dat haar presentatie niet bepaald ten goede komt. En dat terwijl ze geflankeerd door twee muzikanten die ontzettend hun best doen om de sterke albumsound over te brengen – iets waar ze overigens ook in slagen. Des te meer jammer is het dat Blair enorm veel afbreuk aan deze goede intenties doet. Het is in feite alles dat er te zeuren valt, maar het zorgt er wel voor dat Ballet School deze avond enigszins in het water valt. (JL)

Debuut EP Backroads van het Britse Lonely The Brave werd zeer goed ontvangen op de redactie, maar nog fijner vinden we de liveshow van de vijf heren. Deze is namelijk om door ringetje te halen. In een volle De Spieghel doen de Britten wat ze moeten doen: rocken. Toch klinkt de band enigszins braaf, behalve een paar vuisten in de lucht en enkele headbanger gedraagt het publiek zich. Het weinige slaap van de voorgaande nachten gaan hun tol eisen, zeker als je ’s ochtends om 9:00 het licht uit hebt gedaan bij de Knarie.? De stem van zanger Gavin Edgeley gaat door merg en been en weet je keihard te raken en de teksten hebben een fijne meezingbaarheid. Kom maar op met debuutplaat The Days War! (JZ)

Toch weer terug naar Simplon, waar Tensnake Pional opvolgt als tweede elektronische (en tevens laatste) act van de avond. De Duitser had begin vorig jaar, rond de tijd van Eurosonic/Noorderslag een hitje met het niet al te beste ‘Mainline’, maar heeft gelukkig bijvoorbeeld het oudere ‘Coma Cat’ op zak, die hij vanavond in de waanzinnige Round Table Knights-remix draait. Simplon is goed gevuld, de handjes gaan zowel bij Tensnake als bij de zaal veelvuldig de lucht in en men krijgt een even gevarieerde als gelikte set voor de kiezen. Van Space Echo’s ‘Soul Power’ naar New Order’s ‘Blue Monday’, om onderwijl geen tempo te verliezen. Tensnake laveert voortdurend tussen (vocal) house, disco en elektronica, om alsmaar doel te blijven treffen. Never a dull moment bij de man uit Hamburg, die zelf ook heel veel plezier aan zijn set lijkt te beleven. In maart verschijnt zijn debuutplaat Glow, met daarop onder meer samenwerkingen met Jamie Lidell, MNEK en zelfs Chic’s Nile Rodgers. Het zou wel eens een van de fraaiere elektronische platen van 2014 kunnen worden. (JL)