James Vincent McMorrow @ Stadsschouwburg, Nijmegen

“I was in the corner of the star / I was in for so much more” zingt?James Vincent McMorrow in ‘Gold’. Toegegeven, er waren wat luisterbeurten van tweede album?Post Tropical voor nodig om door de vage teksten heen te kijken. Meer dan op zijn debuutplaat wilde James klinken als de R&B-helden waarnaar hij zélf zo graag luistert. Met als gevolg de zo onvermijdelijke vergelijking met Justin Vernon (Bon Iver), die andere singer-songwriter-met-hoge-stem die opeens voor het grote geluid koos. Die metamorfose duurde bij James niet lang: twee?nhalf jaar geleden stond hij nog solo op het hoofdpodium van de-Affaire, een half jaar later hing Doornroosje al aan zijn lippen en later dat jaar was er een uitpuilende India-tent op Lowlands. Met dezelfde schuchterheid als toen pakt hij vanavond de Nijmeegse Stadsschouwburg in.

Nee, tekstueel is die nieuwe plaat niet zo interessant. Het zijn veelal korte zinsneden waarbij de emotie in beklemtoonde lettergrepen wordt gelegd, doorgaans leidend tot één enkele zin die in een krachtige falsetto enkele malen wordt herhaald. Neem “time isn’t the only power now” in ‘Gold’, “I remember my first love” in ‘Cavalier’, of “there is so little light from the warmth of the sun” in ‘Outside, Digging’. Ja James, dat laatste slaat natuurlijk helemaal nergens op. Maar zoals James zijn falsetto-stem gebruikt – denk aan Peter Silberman van The Antlers of Jónsi van Sigur Rós – wordt het een instrument. En met het viertal op het podium (daar loopt de vergelijking met Bon Iver al mank) wordt een bijzonder knap geheel gesmeed van drums, trompet, klarinet, toetsen en gitaar.

Aanvankelijk worden we vooral overdonderd door deze nieuwe James. Zelfs Early In The Morning-tracks?als ‘Hear The Noise That Moves So Soft And Low’ worden live met dit volle instrumentarium gebracht als zijnde?Post Tropical-nummers. Spannend is de uitvoering van ‘Red Dust’: voorheen live een trage gitaarballade, nu gespeeld op piano en voorzien van een 808-drumritme. Pas naar het einde van de show krijgen we wat van de vroegere James te zien: tekstueel het mooiste nummer ‘We Don’t Eat’ wordt op de ouderwetse manier (met James achter een extra drum) vertolkt, en voor toegift ‘And If My Heart Should Somehow Stop’ is het podium zelfs weer even helemaal voor de Ier alleen.

Bij zijn eerdere bezoekjes aan Nijmegen stonden er nog covers op de setlist. Maar James redt het vanavond prima zonder Sun Kil Moon, Steve Winwood en Chris Isaak. Halverwege raakt hij heel even de grip kwijt na een ultiem lelijke elektrische psych-uitvoering (waarom?!) van ‘This Old Dark Machine’ en de zwakke titeltrack van ‘Post Tropical’, maar even snel is hij weer heer en meester van de grootste zaal die hij tot dusverre in Nijmegen bespeelde. Wellicht zat er dan zelfs in die matige teksten nog een profetische boodschap: “how was the gold?” vraagt James. Kramer, Wüst en Mulder gaven deze week het antwoord.