The Afghan Whigs @ Paradiso, Amsterdam

Door Daan Krahmer 15 juli 2014 Reacties staat uit voor The Afghan Whigs @ Paradiso, Amsterdam

Greg Dulli is eigenlijk altijd wel in beeld. Is het niet solo, met Mark Lanegan als the Gutter Twins, dan is het wel als frontman van the Twilight Singers. Je zou door die drukke bezigheden bijna vergeten dat de 49-jarige Amerikaan ooit leiding gaf aan de invloedrijke groep The Afghan Whigs. Een groep die destijds opkwam in grunge-beweging, maar waarvoor commercieel succes uit bleef. Wel hield de groep er een cultstatus aan over en onder meer The National, The Gaslight Anthem en Interpol geven aan beïnvloed te zijn door de groep. Sinds 2012 is The Afghan Whigs weer bij elkaar en staat Dulli als vanouds aan het roer. Dit zorgde voor een frisse wind. In februari verscheen Do To The Beast, het eerste studioalbum van The Afghan Whigs in maar liefst zestien jaar. Het is een album dat kan tippen aan voorgaand materiaal en waarop te horen valt dat de wilde haren van welheen hooguit wat grijzer zijn geworden. Dat is genoeg reden voor een bezoekje aan Paradiso, toch?

Dat The Afghan Whigs het ook live nog niet verleerd zijn, blijkt al bij aanvang, wanneer de groep meteen uit de startblokken vliegt. Met veel venijn worden in hoog tempo nieuwe nummers als het opzwepende ‘Parked Outside’, ‘The Lottery’ en de nieuwe single ‘Metamoros’ op het publiek afgevuurd. Het openingsblok wordt aangevuld met oude herkenningspunten als ‘Fountain And Fairfax’ en de massieve rockstamper ‘Going To Town’. Het zestal laat zijn spierballen zien en heeft Paradiso daarbij direct in de greep. Dulli manifesteert zich overduidelijk als frontman en laat het publiek – soms een tikkeltje routineus – meezwelgen met zijn (verloren) liefdes. Zijn nachtelijke schreeuwstem doet de rest. Het is een karakteristiek geluid dat door de jaren heen een vaste waarde is gebleken. Zeker wanneer hij één van zijn gruizige, grunge-achtige uithalen inzet, komt er veel energie vrij.

Na die vlammende start is er meer ruimte voor bezieling. Een vroeg hoogtepunt tijdens het optreden is een lang uitgesponnen versie van het oude ‘When We Two Parted’, in deze sferische uitvoering beter dan vastgelegd op klassieker Gentlemen uit 1993. Mooi ook hoe de kenmerkende soulinvloeden, waar de groep vaak om geroemd wordt, nog wat meer in het nummer zijn gekropen. Ontlading vindt vervolgens plaats tijdens de stevige publieksfavorieten ‘Gentlemen’ en ‘Debonair’. Toch kent het optreden ook wat mindere momenten. Het fraaie en meer gevoelige ‘Algiers’ wordt live ondanks de toevoeging van cello en viool door Dulli eigenhandig de nek omgedraaid. Hij klinkt in dit nummer wat hees en overschreeuwt zichzelf al tijdens de kleine opening van het nummer. Ook het nieuwe, wat geforceerd pompeuze ‘Royal Cream’ komt live slecht uit de verf. Al met al een overtuigende terugkeer, maar The Afghan Whigs verkeren vanavond net niet helemaal in de bloedvorm waarop je zou hopen.

Je kunt geen reactie achterlaten.