Mirel Wagner – When The Cellar Children See The Light Of Day

Mirel Wagner(Album – Sub Pop) Soms zet een stem je compleet op het verkeerde been. Die van Mirel Wagner doet het type Patti Smith vermoeden, flink gerookt, flink gedronken, flink geleefd. Maar het beeld dat bij de stem hoort lijkt in niets op Patti Smith. De 25-jarige Wagner, geboren in Ethiopië en opgegroeid in Finland, ziet er op haar persfoto’s uit als een jonge Roberta Flack, prachtig, klassiek gezicht, geen greintje rock-‘n-roll te bespeuren.

In 2011 bracht Wagner haar gelijknamige debuut album uit, een plaat waar ze net zolang aan kon schaven tot het naar haar zin was. Dat viel bij opvolger When The Cellar Children See The Light Of Day een beetje tegen. Afgezien van tijdsdruk, ging ook het schrijven tijdens het touren moeizaam. Wagner trok zich terug in het noorden van Finland, afgezonderd van alles en iedereen, en die verwijdering is terug te horen op het album.

De recensies liegen er verder niet om, er wordt met sterren gestrooid alsof het een meteorietenregen is. Ook hier zijn we laaiend enthousiast over het nieuwe album van de Finse. De donkere folk die Wagner liet horen op haar debuut vinden we ook terug op haar nieuwe plaat. De structuur van Wagners nummers is veelal eenvoudig, wat gepluk aan snaren op een akoestische gitaar, begeleid door haar warme stem. Prachtige slaapliedjes, ware het niet voor de gitzwarte teksten over; de dood, onbeantwoorde liefde, necrofilie, en zelfmoord.

Opener ‘1 2 3 4’ zet de toon; “1 2 3 4 what’s underneath the floor? A pretty little face, pretty little eyes, big fat belly, birthing out flies”. Zaken waar je niet te lang over wilt nadenken maar die toch mateloos fascinerend zijn. Wagner is als de vrouwelijke tegenhanger van Nick Cave, de Edgar Allan Poe van de muziek. De Finse brengt op When The Cellar Children See The Light Of Day alles terug tot een minimum, de pracht zit ‘m in de nuances. Het venijn in haar stem op nummers als ‘Taller Than Tall Trees’ en ‘The Dirt’. De smeekbede op ‘Ellipsis’ welke omarmt wordt door Craig Armstrong op cello. Een timide en breekbare Wagner op ‘What Love Looks Like’.

Enige minpuntje dat we kunnen bedenken is dat de nummers soms wat gladjes klinken. Wat dat betreft hoor je de invloed van producer Vladislav Delay – die vooral werkzaam is als producer van elektronische muziek – wel terug. De teksten zijn donker en zwaar, daar waar bij elektronische muziek het om de lagen en opbouw gaat zijn de nummers van Wagner dusdanig gestript dat het wel wat mag rammelen. Verder sluiten wij ons aan bij het rijtje bewonderaars, want When The Cellar Children See The Light Of Day is een absolute aanrader.