Lowlands 2014: dag 2

First Aid Kit

First Aid Kit

Aangenaam een nieuwe festivaldag beginnen, de programmeurs van Lowlands weten hier doorgaans wel raad mee. Zo hebben de schone Zweede zusters Johanna en Klara Söderberg van First Aid Kit al voordat de klok het middaguur heeft geslagen een mooi begin gemaakt met het dagprogramma in de India. De zusjes – beiden gehuld in een glitterjurkje – brengen veel liefelijke folkliedjes waarin ook regelmatig een countrysnik te horen valt. Deze muziek ligt een beetje in het verlengde van Fleet Foxes en Mumford And Sons, maar dan bescheidener. Een woord dat goed past bij First Aid Kit. Het duo vult elkaar vocaal gezien prima aan en ze klinken samen als twee nachtegaaltjes. Live worden ze bijgestaan door een drummer en (steel)gitarist en deze muzikanten doen hun werk goed. Het geheel blijft luchtig en de liedjes gaan er stuk voor stuk in als zoete koek. Zeker liedjes als ‘Blue’ of ‘Waitress Song’ zitten goed in elkaar. Al blozend bedanken de twee dames het publiek keurig na ieder liedje. Het zorgt allemaal voor een plezierige en ongedwongen sfeer. Toch blijkt deze kracht ook de zwakte van First Aid Kit. Op deze vroege zaterdagmorgen is First Aid Kit toch net wat te braaf om de slaap volledig te verdrijven.

First Aid Kit

First Aid Kit

Ook Real Estate heeft een mooie spot in de India gekregen voor de eerste Nederlandse festivalshow rondom prachtplaat Atlas. Een spraakmakende gitaarplaat waarop zanger Martin Courtney en gitarist Matt ‘Ducktails’ Mondale zich manifesteren als de John Lennon en Paul McCartney van de Amerikaanse indiepop. Real Estate heeft niet echt een goede livereputatie, en die reputatie maken ze vandaag waar. Vooral Courtney oogt vermoeid en bovendien is de toetsenist van de groep er wegens onbekende motieven niet bij. “Unfortunaly, we’re a bit down” legt hij later uit en – inderdaad – prachtige liedjes als ‘Easy’, ‘The Bend’ en het briljante ‘Out Of Tune’ weten vandaag wegens onoplosbare geluidsproblemen, valse vocalen en het te langzaam inzetten van nummers niet te bekoren. De groep speelt enigszins ongeïnspireerd en maakt een wat suffige indruk. Geen wonder dat de aanvankelijk goed gevulde India-tent leegstroomt. Gaandeweg herpakt het viertal zich enigszins met prima uitvoeringen van ‘It’s Real’ en ‘Had To Hear’. Toch kan dat de leegstroom niet stoppen. Zonnige indiepopliedjes of niet, het optreden van Real Estate viel vandaag letterlijk in het water.

Hollie Cook

Hollie Cook

Weet u nog, die onderscheidende artiesten die uit het niets lijken te komen en op Lowlands zomaar hun grote doorbraak beleven? Seasick Steve, Charles Bradley en Omar Souleyman kunnen er over meepraten. Larry Gus is de nieuwe Lowlands-held van deze editie, hoewel het optreden dat hij in de X-Ray gaf niet tot de grote doorbraak zal gaan leiden. Bij deze Griekse sensatie zit wel meer dan één steekje los. Hij gaat compleet op in zijn eigen spel en danst als een bezetene over het podium. Gus sampelt zijn eigen vocalen en mixed het geheel op het podium aan elkaar tot een opzwepende mix van dance, house en ‘n snufje bass en drum. Het is kwalitatief goede muziek met het DFA-keurmeurk, maar vaste songstructuren kun je bij Gus niet verwachten. De eigenzinnige knip- en plaktronica vliegt van hot naar haar en is zo onvoorspelbaar als het weer tijdens dit weekend. Maar die onvoorspelbaarheid maakt Gus ook interessant. Geen andere act op deze editie van Lowlands doet iets vergelijkbaars. Compleet van de pot gerukt, maar bijzonder vermakelijk.

Jett Rebel

Jett Rebel

De Britse singer-songwriter Nick Mulvey speelde de laatste paar keer solo in Nederland, maar voor zijn optreden op Lowlands heeft hij een band meegenomen. Vier man staan er achter hem, waaronder een cellist en een ukulele spelende achtergrondzangeres. Het geeft een spannende invulling aan Mulvey’s niet alledaagse liedjes. Sommige uitvoeringen zitten vandaag tegen het briljante aan, zoals een vol ingehouden spanningen gebracht ‘April’, ‘Fever To The Form’ en het betoverende ‘Juramidam’. Ook solo weet Mulvey te bekoren met zijn kenmerkende gitaarspel. Naast een oprechte en sympathieke muzikant heeft Mulvey voor een debutant al indrukwekkend veel goede liedjes op zijn repertoire. Vandaag bewijst hij zeker de capaciteiten in huis te hebben om een singer-songwriter van de bovenste plank te worden.

Gregory Porter

Gregory Porter

Gregory Porter

Jazz op Lowlands? Jazeker. Maar wel van het allerliefste en luistervriendlijke soort. De voormalige rugbyspeler Gregory Porter en zijn band mogen dan een vreemde eend in de Lowlands-bijt zijn, hun optreden in de Grolsch slaat verrassend goed aan. De boeking van de innemende zanger – als altijd gehuld met kemerkend hoofddeksel – pakt verassend goed uit. Het publiek valt als een blok voor de honigzoete en soulvolle stem van Porter. Hij zingt heel makkelijk maar is ook technisch één van de beste vocalisten van deze editie van Lowlands. Maar ook zijn band bestaat uit enkel geschoolde muzikanten. Het publiek onthaald de uitgebreide piano-, drum- en saxofoonsolo’s met veel enthousiasme en lijkt Gregory Porter in het hart gesloten te hebben. En terecht: wat een vakmanschap.

Jett Rebel

Jett Rebel

Dichter bij huis dan. Een nieuwe golf van Nederlandse popmuziek wordt vertegenwoordigd door Thomas Azier, Dotan, Kensington en Jett Rebel. Laatstgenoemde zou het wel eens bij het langste eind kunnen hebben. Vorig jaar had nog niemand van Jelte Tuinstra gehoord, inmiddels puilt de Grolsch tot ver buiten de tent uit. Alle aandacht blijkt terecht. De wat androgyne Rebel heeft namelijk een uitstekende festivalset in de vingers. Vanaf de start staat de show als een huis en het hoge niveau wordt constant behouden. Rebel heeft een straffe band bij zich waarbij funk, R&B, pop en rock achteloos in elkaar overlopen. Als frontman, gitarist en pianist is Rebel het stralende middelpunt en het publiek eet vanaf minuut één uit zijn hand. Een uur lang. Deze Nederlandse Prince had ook makkelijk de Alpha aangekund. En dan is zijn debuutplaat nog niet eens uit.

Chet Faker

Chet Faker

Chet Faker

Ook Chet Faker had makkelijk in een grotere tent kunnen staan. Een kwartier voor aanvang van zijn show staat de India al ramvol. Wanneer het optreden is begonnen blijkt de tent inderdaad meer dan één maatje te klein voor de Australiër. Faker begeeft zich op het snijvlak van singer-songwriter en elektronica en heeft daarmee een eigen, hip geluid gevonden. De liedjes van debuutalbum Built On Glass zijn betrekkelijk eenvoudig maar bijzonder doeltreffend. Bovendien worden ze echt live gebracht door de toevoeging van een drummer en een gitarist. ‘Talk Is Cheap’, ‘Gold’ en ‘To Me’ zijn sterke liedjes horen. De sfeer op het podium en in het publiek is zweverig tijdens het concert. Faker oogt wat afwezig maar krijgt de tent wel mee. Met zijn hippe zwerverslook en klunzige dansjes is het een a-typische popster. Zo weet hij zichzelf niet echt een houding te geven als hij niet achter zijn instrumenten staat. Soms is Faker te betrappen op wat gemakzucht. Zo komt de doorbraakcover ‘No Diggity’ (origineel: Blackstreet) zelfs letterlijk uit een doosje en zo nu en dan valt Faker te laat in met zijn vocalen. Een degelijk show, maar hier valt zeker nog meer uit te halen.

The National

The National

De unieke techno-dj James Holden is nergens op gemakzucht te betrappen. Sterker nog: samen met zijn liveband tekent hij voor één van de spannendste shows op Lowlands 2014. Gehuld in een witte laboratoriumjas bouwt hij samen met een – als een machine drummende – drummer en saxofonist de nummers van zijn laatste wapenfeit The Inheritors na. Holden zelf staat uiterst rechts achter toetsen en knoppen. Dat is een buitengewoon spannende bedoening. Mede dankzij de meeslepende visuals begeeft de Bravo zich al gauw in hogere sferen waarbij sonische hallucinaties niet uitblijven. Gedurende een uur wordt het tempo zorgvuldig opgeschroefd en slaat de tent meermaals aan het dansen. Een geestverruimende trip.

The National

The National

Goed om te zien dat The National een grote naam is geworden en toch zichzelf is gebleven. Met vier achtereenvolgende, prachtige platen heeft de Amerikaanse band inmiddels ruim genoeg materiaal om anderhalf uur te vullen en zie hier: een mooie spot in de Grolsch is de verdienste. Liedjes als het fragiele ‘I Need My Girl’, het massieve ‘Bloodbuzz Ohio’ en het ontroerende ‘Afraid Of Everyone’ doen het goed in de clubs maar komen ook tot hun recht in een grote tent. Het vijftal wordt bijgestaan door twee blazers, hetgeen een vol geluid geeft zonder dat aan kwaliteit ingeboet wordt. Zo is daar een overweldigende climax in ‘Squalor Victoria’ waarin beroepsmompelaar Matt Berninger zich helemaal laat gaan en de gebroeders Dessner een flink fuzzend gitaarduel uitvechten. Aanvankelijk mist de groep de klik met het publiek maar gaandeweg vinden de twee elkaar steeds meer. Met deze eerste Nederlandse festivalshow rondom Trouble Will Find Me moet The National niet alleen popzalen maar ook stadions aankunnen, zonder al te veel van hun roots af te wijken. Deze band had niet misstaan als headliner.

Stromae

Stromae

Stromae is in een jaar tijd van een one-hit-wonder getransformeerd naar een superster van wereldformaat. Met zijn tweede album Rancine Carrée gaf Paul van Haver – zoals vrienden en familie Stromae noemen – een eigen draai aan het Franse chanson met invloeden uit uiteenlopende genres als pop, dance, rap, ska, reggea en dance. En met succes. De plaat staat een jaar na de release nog altijd garant voor goede verkoopcijfers en Stromae verkoopt inmiddels een half jaar van te voren de Ziggo Dome twee maal uit. Hier en daar hoor je nog het geluid dat Stromae niet op Lowlands past, zeker niet als headliner. Maar dat blijkt onzin. Deze muziek spreekt een bijzonder grote doelgroep aan. Iedereen lijkt Stromae op deze editie te willen zien. En terecht. Van Haver is een slimme entertainer, en zijn show is artistiek, zonder dat het te moeilijk wordt. De sfeer is eigentijds, zonder geforceerd te zijn. Dit gaat verder dan muziek alleen. Er zit dans, theater en een boodschap in zijn muziek. Stromae krijgt de volledige Alpha aan het hossen tijdens ‘Alors On Danse’ terwijl de tent haast ademloos toekijkt tijdens het tot op het bot ontroerende ‘Formidable’ en het prachtig opgebouwd ‘Papaoutai’, waarin van Haver andermaal bewijst een exceptioneel goede showman te zijn. Daarnaast heeft hij met deze show iets unieks in handen. Stromae overklaste op deze gevarieerde festivaldag alles en iedereen met een show die totale perfectie benadert.

Stromae

Tekst: Daan Krahmer
Fotografie: Daniël de Borger