Into The Great Wide Open 2014: dag 1

Door Julien L'Ortye 9 september 2014 Reacties staat uit voor Into The Great Wide Open 2014: dag 1

Het mag na zes edities inmiddels geen verrassing meer heten dat we begin september op Vlieland moeten zijn om het mooiste – en misschien wel beste – festival van Nederland (en daarbuiten?) mee te mogen maken. Samen met zesduizend anderen en wat eilanders – die, het moet gezegd, de vloedgolf aan festivalgangers die hun dierbare waddeneiland ieder jaar komt overspoelen altijd even hartelijk ontvangt – wandelen we drie dagen rond op Into The Great Wide Open. Ieder jaar maakt het festival hier en daar wat veranderingen mee, dit jaar is de meest noemenswaardig het nieuwe podium aan het noordoosten van het eiland: het prachtig gelegen Fortweg, waar de artiesten tegen een decor van langgerekte duinen op staan te treden.

We lopen die onvoorstelbare schoonheid vrijwel direct tegemoet, maar niet voordat we op het Sportveld – de ‘festivalweide’, zeg maar – Daryll-Ann hun laatste optreden van de comebacktournee zien geven. Maar, voor de liefhebbers heeft frontman Jelle Paulusma geruststellende woorden in petto: in december doen de mannen nog enkele clubshows. Ook hier is men de band nog niet beu, getuige het flinke gezelschap dat zich rondom het podium heeft verzameld. En waarom zouden we ook, helemaal wanneer ze het er hier een stuk beter vanaf brengt dan op bijvoorbeeld Best Kept Secret, waar het allemaal vlak en inspiratieloos oogde. Daar is hier geen sprake van, ongetwijfeld geïnspireerd door de omgeving speelt en het gegeven dat dit hun laatste festivalshow is, speelt het viertal strak waar het moet en los waar het kan en immer met een flinke glimlach op het hoofd.

Waar je als bezoeker ook zeker een glimlach aan overhoudt, is het eerder genoemde nieuwe podium, dat met recht wonderschoon genoemd mag worden. We vinden er de mannen van Audacity, die ondanks het feit dat ze al zo’n tien jaar mee draaien, voor velen toch een van de onbekende(re) namen op het affiche zullen zijn. De garagerock van dit viertal uit Fullerton, California verschijnt op het alom geroemde Burger Records en het mag dan ook geen toeval heten dat hun vorig jaar verschenen Butter Knife alweer het vierde wapenfeit in nog geen anderhalf jaar was. Genoeg materiaal om uit te putten dus, hetgeen leidt tot een zorgvuldig samengestelde setlist waarop we geen slecht liedje weten te vinden. Muzikaal vliegt het onophoudelijk uit de bocht – op een positieve manier, welteverstaan, terwijl de vier als een bonk energie op het podium staan. Veel springen, veel zweten, veel genieten. Niet alle liedjes zijn van het niveau ‘Punk Confusion’, dat met afstand het beste liedje in deze set en misschien wel van het hele oeuvre is, maar het is verdomd lekker in de festivalsfeer komen met deze mannen.

En als dat laatste je bij Audacity niet is gelukt, dan is daar gelukkig op het Sportveld altijd nog de Amsterdam Klezmer Band, die met hun feestmuziek tot ver achterin het veld weet door te dringen. Dat Into The Great Wide Open een familiefestival is, wisten we natuurlijk allang, maar dat die ouderen ook zo los kunnen gaan, dat zien we maar zelden op Vlie. Natuurlijk is het allemaal niet bepaald hoogstaand wat we hier zien, maar welke feestband is dat wel? Deze mannen – oorspronkelijk met zijn zevenen en vandaag zelfs met negen – draaien al bijna twee decennia mee en weten, met de onvervalst Amsterdams sprekende oprichter van de band, altsaxofonist Job Chajes voorop, precies hoe ze een veld als dit uit hun hand moeten laten eten. Amsterdam Klezmer Band is al jaren een graag geziene gast op festivals en hier op Vlieland onderstrepen ze nog maar eens waarom dat het geval is.

Hele andere koek is Akwasi, die op het Bospodium, dat dit jaar een beetje anders is ingedeeld en zodoende nog fraaier en sprookjesachtiger oogt, hele hoge ogen gooit met zijn kleinkunsthiphop. Geassisteerd door een meer dan uitstekende band, waarbij vooral zanger Rob Dekay er bovenuit steekt. De voormalig Zwart Licht-rapper maakt het soort ‘lieve’ hiphop die heel goed bij dit festival past (denk Fresku of, later dit weekend, Typhoon) en die er, mede dankzij het enthousiasme en de performkwaliteiten van de beste man meer dan uitstekend in gaat. Ieder nummer heeft hitpotentie en doet ons reikhalzend uitkijken naar het later dit jaar te verschijnen debuutalbum, dat Daar Ergens gaat heten. Akwasi stelt zich in zijn songs veel kwetsbaarder op dan je van een rapper zou verwachten en die emoties komen live alleen nog maar meer over door de oprechte wijze waarop hij zijn liedjes brengt. Tracks als ‘Weet Niet Waarom Ik Huil Vandaag’ – ‘Echte mannen / laten alle tranen vallen’ –  en ‘Pauline’ komen dankzij deze sterke band alleen nog maar harder binnen en veroorzaken hier en daar wezenlijke ontroering. Een onbetwist hoogtepunt op deze eerste festivaldag; duurt die plaat nog lang?

De fractie Buffalo Tom die we bij het passeren van het Sportveld mee pikken, is niet interessant genoeg om er te blijven plakken, waardoor we ons al vlot weer richting Sharon Kovacs begeven. Eenmaal daar aangekomen blijken er meer festivalgangers met dat idee, want het is een gevalletje ‘één eruit, één erin’, waardoor we stiekem langs het podium naar boven wandelen en de Eindhovense alsnog kunnen bewonderen. Op Lowlands maakte de twintiger naar verluidt al veel indruk en hier is dat weinig anders. Ze beschikt over een waanzinnige strot die doet denken aan een soort onderkoelde Macy Gray en heeft met die bonten jas ook wel iets weg van diens allures. Haar liedjes zijn nog niet allemaal schoten in de roos – ijzersterke uitsmijter ‘My Love’ daargelaten – maar haar band, The Strangers gedoopt, vervult zijn rol met zoveel verve dat dit al een minder groot struikelblok is. Qua muzikale invulling zit het dan ook meer dan goed bij de blondine, maar het is nog even wachten op die ene hit die haar echt gaat lanceren en die optredens als deze mooi kan dragen. Maar tot die tijd kunnen we hier ook best mee uit de voeten.

Waar de nieuwkomers op het Bospodium dankzij hun eigen kwaliteiten een makkelijke avond beleven, heeft Ásgeir het als afsluiter op het traditioneel bomvolle Sportveld een stuk minder eenvoudig. Zijn debuutplaat staat naar verluidt bij een op de tien IJslanders in de platenkast, waarmee hij een betere score heeft dan zijn landgenoten Sigur Rós en Björk. Hij regelde vervolgens met zijn vader dat hij de songs op die plaat vertaalde naar het Engels, er rolde een liedje genaamd ‘King and Cross’ uit, dat gebombardeerd werd tot Megahit en een nieuwe, grote naam was een feit. De IJslander loopt echter tegen het probleem dat de verstilde set, hier en daar volgestouwd met de nodige elektronica, op de manier waarop hij in deze setting gebracht wordt, niet echt aanslaat. Natuurlijk, er staan zoals gezegd heel veel mensen, maar die weten voor een deel de aandacht amper bij het podium te houden. De cover van Nirvana (‘Heart Shaped Box’) is naast de eerder genoemde single het enige echt memorabele moment van een dik uur Ásgeir, die speelt alsof hij zich niet echt bewust is van het wezenlijke verschil tussen een clubshow en een festivalshow, waar contact met je publiek in welk opzicht dan ook van wezenlijk belang is. Helemaal als je headliner bent. Nee, hier was iets toegankelijkers meer op zijn plaats geweest.

Je kunt geen reactie achterlaten.